<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-01T17:00:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.6048</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11360">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T13:13:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11360 Rechtbank Den Haag , 27-06-2025 / NL25.6048</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11360:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet; GRR wel betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11360:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.6048 (verzet)</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [opposant], v-nummer: [nummer], opposant</title>
    <para>(gemachtigde: mr. I. Özkara),</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Deze uitspraak gaat over het verzet van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 9 mei 2025.<footnote-ref linkend="_16b87665-4d3c-4733-8b32-6c215177988c" /> In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet ontvankelijk verklaard omdat er geen griffierecht zou zijn betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 9 mei 2025 terecht is geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat opposant geen griffierecht heeft betaald. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De uitspraak van 9 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank heeft buiten zitting uitspraak gedaan. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel kennelijk is, dat wil zeggen buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant geen griffierecht zou hebben betaald. De verplichting om griffierecht te betalen vloeit voort uit artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De gronden van verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Opposant is het niet eens met de uitspraak van 9 mei 2025 en heeft aangevoerd dat hij wel griffierecht heeft betaald. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een betaalbewijs van 19 februari 2025 overgelegd, waaruit volgt dat er op die datum een bedrag van € 194 is overgemaakt naar het rekeningnummer dat is vermeld op de griffierechtnota. </para>
    <para>6. Vanwege het door eiser overgelegde betaalbewijs heeft de rechtbank aanleiding gezien om intern onderzoek te doen. Uit dit onderzoek is gebleken dat het griffierecht wel is betaald, maar dat daarbij geen zaaknummer of een betalingskenmerk is vermeld waardoor de betaling niet aan deze beroepsprocedure gekoppeld kon worden. Deze betaling is nu gekoppeld aan de deze beroepsprocedure, waardoor de rechtbank concludeert dat er wel tijdig griffierecht is betaald. Het verzet is daarom gegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.	 Het verzet is gegrond. Daarom zal het beroep van eiser alsnog inhoudelijk worden behandeld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat aanleiding. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift en een wegingsfactor 1). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzet gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan opposant. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_16b87665-4d3c-4733-8b32-6c215177988c" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBGEL:2025:3563.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>