<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-01T12:13:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4991</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-01T12:12:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11307 Rechtbank Den Haag , 13-02-2025 / 24/4991</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Awb. 8:54. Beroep ongegrond. Bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. Inhouding van de eigen bijdrage is geen besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 24/4991</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Centraal Administratiekantoor (CAK), verweerder,gemachtigde: [naam] .</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop<?linebreak?></title>
    <para>Bij email van 9 oktober 2023 heeft eiser een bezwaarschrift ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). In dat bezwaar schrijft eiser dat hij het niet eens is met de inhouding van de eigen bijdrage voor zorg ingevolge de Wet langdurige zorg (Wlz) op zijn AOW-uitkering. De Svb heeft het bezwaar op 12 oktober 2024 doorgezonden naar het CAK. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 mei 2024 (bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 5 juni 2024 digitaal beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Het CAK heeft de gedingstukken alsmede een verweerschrift ingestuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting, omdat het beroep kennelijk ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 8:1 van de Awb kan alleen bezwaar worden gemaakt tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Hiermee wordt bedoeld dat er door een beslissing iets is veranderd in de rechten of plichten van een burger.  </para>
    <para />
    <para>3. Eiser krijgt zorg op grond van de Wlz. Hij is daarvoor een eigen bijdrage verschuldigd. Die eigen bijdrage is bij besluiten van 16 mei 2023 en van 4 augustus 2023 vastgesteld door het CAK en is in deze procedure geen onderwerp van geschil. Het CAK heeft de uitkeringsinstantie Svb verzocht om de eigen bijdrage in te houden op eisers AOW-uitkering. Aan dat verzoek heeft Svb gevolg gegeven door de eigen bijdrage vanaf <?linebreak?>1 september 2023 in te houden op de AOW. De inhouding van de eigen bijdrage is echter geen besluit, omdat daardoor niets verandert in de verplichting van eiser om voor de geleverde zorg een eigen bijdrage te betalen. Ook als de Svb de bijdrage niet zou inhouden op de AOW-uitkering, dient eiser de eigen bijdrage toch te betalen. Hieruit volgt dat eiser tegen de inhouding van de eigen bijdrage op zijn AOW-uitkering geen bezwaar kan maken. Het bezwaar is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hieruit volgt dat het beroep ongegrond is. </para>
    <para />
    <para>4. Blijkens de stukken heeft het CAK bij brief van 17 november 2023 aan eiser meegedeeld dat de uitkeringsinstantie Svb de inhouding van de eigen bijdrage heeft stopgezet vanaf november 2023. Dat is gebeurd op verzoek van eiser. Als gevolg daarvan ontving eiser voortaan facturen voor het betalen van de eigen bijdrage. De rechtbank heeft kennis genomen van de correspondentie tussen eiser en het CAK over de volgens eiser onjuiste inhouding en verrekening van de eigen bijdrage. Hierover kan de rechtbank echter geen oordeel geven. Alleen tegen een besluit tot vaststelling van de eigen bijdrage kan bezwaar worden gemaakt. Datzelfde geldt voor een factuur waarmee daadwerkelijk een verplichting tot betaling ontstaat<footnote-ref linkend="_843b3b44-51a0-4761-a285-8e482241b6b8" />. De email van 9 oktober 2023 was echter niet gericht tegen een besluit tot vaststelling van de eigen bijdrage of tegen een factuur. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft in het dossier specificaties van het CAK aangetroffen met daarin een overzicht van de opgelegde eigen bijdrage en van alle met de AOW verrekende dan wel door eiser betaalde bedragen. Eiser heeft daarover gecorrespondeerd met het CAK en daarbij gesteld dat zijn benadering van de beoogde afwikkeling anders is dan die van het CAK. Wat hiervan ook zij, de rechtbank kan zich hierover nu niet uitlaten omdat dit buiten het kader van het bestreden besluit valt. Dat besluit ziet immers op eisers bezwaar tegen de inhouding van de eigen bijdrage op zijn AOW-uitkering. </para>
    <para />
    <para>6. Omdat het beroep ongegrond is bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. F. Leichl, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
  </section>
  <footnote id="_843b3b44-51a0-4761-a285-8e482241b6b8" label="1">
    <para>zie uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 30 november 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:10170</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>