<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:11207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T15:09:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBLIM:2025:624</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.3513</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:11207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:18:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:11207 Rechtbank Den Haag , 25-01-2025 / NL25.3513</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 6. Toegangsweigering. Onvoldoende gemotiveerd waarom sprake is van een document dat niet voldoet aan de vereisten van de Schengengrenscode. Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:11207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.3513</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">
        [verzoeker]
      </emphasis>, V-nummer: [V-nummer], verzoeker</para>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Loonstein),</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de Minister van Asiel en Migratie</emphasis>,</para>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Hopman).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 24 januari 2025 is verzoeker de toegang tot het Schengengrondgebied geweigerd op grond van artikel 14 in samenhang gelezen met artikel 6 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (de Schengengrenscode).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit op 24 januari 2025 administratief beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de minister te gebieden dat hem alsnog toegang tot het Schengengebied wordt verleend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De minister heeft, op verzoek van de rechtbank, op 24 januari 2025 een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overwegingen </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
  <para>2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker op 24 januari 2025 administratief beroep heeft ingesteld tegen het besluit tot toegangsweigering. De voorzieningenrechter is gelet hierop van oordeel dat aan het connexiteitsvereiste is voldaan. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, omdat de minister verzoeker de toegang heeft geweigerd waardoor verzoeker Nederland niet kan inreizen. </para>
  <para>3. Bij de beoordeling van het voorliggende verzoek, gaat de  voorzieningenrechter uit van de volgende feiten. </para>
  <para>4. Verzoeker is geboren op 2 december 2005 en heeft de Amerikaanse nationaliteit. Verzoeker heeft een Amerikaans nationaal paspoort, afgegeven op 18 november 2024 en geldig tot 17 november 2025. Daarnaast is verzoeker in het bezit van 250 Amerikaanse dollar, een creditcard en een retourticket waarmee hij op zondag 26 januari 2025 vanuit Brussel terug kan vliegen naar de Verenigde Staten. </para>
  <para>5. De minister heeft in het besluit tot toegangsweigering aan de toegangsweigering ten grondslag gelegd dat verzoeker niet in het bezit is van een geldig reisdocument/geldige reisdocumenten. </para>
  <para>6. Verzoeker heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker is met een Amerikaans noodpaspoort vanuit de Verenigde Staten naar Nederland gereisd. De toegangsweigering is volgens verzoeker onterecht nu er sprake is van humanitaire gronden, van godsdienstige aard. Verzoeker is namelijk vanuit de Verenigde Staten naar Europa gereisd, om in het weekend van 25 en 26 januari 2025 een herdenking van de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz bij te wonen. Bij deze plechtigheid zullen onder meer familieleden van verzoeker worden herdacht. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoeker stukken overgelegd van een rabbijn uit Antwerpen en Amsterdam en een rabbinaat uit Antwerpen, waaruit volgt dat verzoeker inderdaad onderweg is naar deze herdenking en waarin zij vragen om hem de toegang tot Nederland te verschaffen zodat hij door naar Antwerpen kan reizen. Daarnaast wil en kan verzoeker niet op Schiphol verblijven tijdens de Shabbat die aanvangt op 24 januari 2025 om 17.00 uur. Nadat verzoeker de toegang geweigerd was, wilde hij naar Londen vliegen om daar de Shabbat door te brengen. Dit is door de Nederlandse autoriteiten akkoord bevonden. Alle vluchten naar het VK waren echter geannuleerd in verband met een storm. </para>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Voorts overweegt de voorzieningenrechter als volgt</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Artikel 14 van de Schengengrenscode luidt, voor zover hier van belang: </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>“1. Indien een onderdaan van een derde land niet aan alle in artikel 6, lid 1, vermelde toegangsvoorwaarden voldoet en niet tot de in artikel 6, lid 5, genoemde categorieën personen behoort, wordt hem de toegang tot het grondgebied van de lidstaten geweigerd. Dit laat de toepassing van de bijzondere bepalingen inzake asielrecht en internationale bescherming of inzake afgifte van een visum voor een verblijf van langere duur onverlet.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6, eerste lid, van de Schengengrenscode luidt, voor zover hier van belang: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“1. Voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, waarbij voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking worden genomen, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. in het bezit zijn van een geldig reisdocument of van een document dat de houder recht geeft op grensoverschrijding en dat aan de volgende criteria voldoet:</para>
    <orderedlist numeration="lowerroman">
      <listitem>
        <para>het is geldig tot minstens drie maanden na de voorgenomen datum van vertrek uit het grondgebied van de lidstaten. In gemotiveerde spoedeisende gevallen mag echter van deze verplichting worden afgezien;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het is afgegeven in de voorafgaande tien jaar;</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para> indien vereist op grond van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad (2), behalve indien zij houder zijn van een geldige verblijfsvergunning of een geldig visum voor verblijf van langere duur;</para>
      <para> het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden kunnen staven, alsmede beschikken over voldoende middelen van bestaan, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van herkomst of voor de doorreis naar een derde land, waar de toegang is gewaarborgd, dan wel in staat zijn deze middelen rechtmatig te verwerven;</para>
      <para> niet met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerd zijn;</para>
      <para> niet worden beschouwd als een bedreiging van de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van één van de lidstaten, en met name niet om dezelfde redenen met het oog op weigering van toegang gesignaleerd staan in de nationale databanken van de lidstaten.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in het besluit tot toegangsweigering onvoldoende gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van een document dat niet voldoet aan de vereisten van de Schengengrenscode. In het besluit tot toegangsweigering staat dat verzoeker ‘<emphasis role="italic">houder van document Nationaal Paspoort, nummer 721140653 afgegeven te Verenigde Staten van Amerika op 18-11-2024 geldig tot 17-11-2025</emphasis>” is. Vervolgens is er aangekruist dat verzoeker “<emphasis role="italic">niet in het bezit is van een geldig reisdocument/geldige reisdocumenten</emphasis>”. Waarom het paspoort van verzoeker niet als een geldig reisdocument kwalificeert, wordt in het besluit tot toegangsweigering echter niet gemotiveerd. Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat, zoals uit overweging 4 van deze uitspraak weergegeven feiten en omstandigheden blijkt, verzoeker voldoet aan de  onder artikel 6, eerste lid, onder c van de Schengengrenscode genoemde vereisten, nu verzoeker heeft toegelicht waarom hij Nederland wilde inreizen en hij beschikt over 250 dollar, een creditcard en over een ticket voor de terugreis naar de Verenigde Staten. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat uit de stukken niet blijkt dat ten aanzien van verzoeker sprake is van het vermelde onder d en e van het eerste lid van artikel 6 van de Schengengrenscode. Uit de door verzoeker overgelegde stukken blijkt waarom hij naar Nederland is gekomen, namelijk om door te reizen naar Antwerpen voor de herdenkingsdienst. De verklaringen van verzoeker komen daarnaast overeen met de door hem overgelegde stukken. </para>
    <para />
    <para>10. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Gelet op wat hiervoor is overwogen, bestaan er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat het administratief beroep tegen de toegangsweigering bij voorbaat kansloos is. </para>
    <para />
    <para>11. De voorzieningenrechter acht hierbij van belang dat de toegangsweigering voor verzoeker onomkeerbare gevolgen heeft aangezien hij niet bij de herdenkingsdienst aanwezig kan zijn. De voorzieningenrechter ziet geen onomkeerbare gevolgen aan de zijde van de minister indien verzoeker de toegang tot Nederland zal worden verschaft en het administratief beroep in Nederland zou mogen afwachten. Gelet op de verklaringen van verzoeker en de stukken ter onderbouwing hiervan, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat verzoeker naar Antwerpen zal gaan voor de herdenkingsdienst en hierna, middels het vliegticket waar hij van in het bezit is, terug zal keren naar de Verenigde staten. </para>
    <para />
    <para>12. Gelet op het voorgaande, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden toegewezen in die zin dat verzoeker de toegang tot Nederland zal worden verschaft.</para>
    <para />
    <para>13. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Die stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 647,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 647,- en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verzoeker de toegang tot Nederland zal worden verschaft; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten tot een bedrag van € 647,- te betalen aan verzoeker. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.W.M. Heyman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.M.F. Roijen, griffier. Het dictum van de uitspraak is op 24 januari 2025 omstreeks 17.10 uur telefonisch aan partijen medegedeeld. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 25 januari 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 25 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel </emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>