<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:10885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T10:05:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 23/6945</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10885">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T15:53:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:10885 Rechtbank Den Haag , 23-06-2025 / SGR 23/6945</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10885:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een proceskostenvergoeding na intrekking van het bestreden besluit. De rechtbank wijst het verzoek af omdat het intrekkingsbesluit kennelijk op andere gronden is genomen dan verzoekster in het beroepschrift heeft aangevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10885:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/6945 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster] B.V., uit [vestigingsplaats] , verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P. de Vries),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Den Haag</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Remeijer-Schmitz).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.J. Turenhout).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het college van 2 oktober 2023. Met dit besluit op bezwaar heeft het college de bij besluit van 28 maart 2023 aan verzoekster opgelegde last onder dwangsom in stand gelaten. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 3 juni 2025 de last onder dwangsom heeft ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_5c322503-1055-4ce8-a456-52905e4bffe0" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De rechtbank wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_437cd7b3-4bc4-4b6e-93c7-bcd0a44cea7c" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is sprake als het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.<footnote-ref linkend="_4a6a7708-aa09-4680-9c30-f5d5905b9cda" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoekster heeft tegen het besluit van 2 oktober 2023 – samengevat weergegeven – aangevoerd dat de begunstigingstermijn van twee maanden te kort is, het college het bezwaar van de bezwaarmaker niet-ontvankelijk had moeten verklaren, en de belangenafweging niet redelijk is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het college heeft de last onder dwangsom ingetrokken omdat in een andere procedure op 4 april 2025 een (nieuwe) beslissing op bezwaar is genomen, waarin de op </para>
        <para>25 mei 2020 verleende omgevingsvergunning in stand is gebleven (en er dus geen sprake meer is van een illegaal bouwwerk). Daarmee is het intrekkingsbesluit naar het oordeel van de rechtbank kennelijk op andere gronden genomen dan verzoekster in het beroepschrift heeft aangevoerd en moet het verzoek worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J.P. Brand, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_5c322503-1055-4ce8-a456-52905e4bffe0" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_437cd7b3-4bc4-4b6e-93c7-bcd0a44cea7c" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a6a7708-aa09-4680-9c30-f5d5905b9cda" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van </para>
    <para>21 mei 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2290).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>