<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:10685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-02T09:30:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.19439</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10685">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-24T14:43:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:10685 Rechtbank Den Haag , 18-06-2025 / NL25.19439</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10685:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep gegrond nareis aanvraag, eerste beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10685:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.19439 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft op 19 september 2024 ten behoeve van zijn echtgenote en zoon ( [naam 1] en [naam 2] ) een aanvraag ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet op tijd beslissen op deze aanvraag.</para>
    <para />
    <para>2. Op 24 april 2025 heeft eiser beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <?linebreak?>Beoordeling door de rechtbank <?linebreak?></title>
    <para>4. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_91f007d8-2007-4d3b-8461-646cfdbc9f1b" /></para>
    <para />
    <para>5. Tegen het niet tijdig beslissen staat beroep bij de rechtbank open.<footnote-ref linkend="_4ca8dff9-e3d1-42c3-96ce-8f9cdc73942e" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat de beslistermijn is verstreken.<footnote-ref linkend="_dcf8d86f-1537-4cc8-81f9-4885952422e4" /></para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt ook vast dat eiser verweerder bij brief van 3 april 2025, ontvangen door verweerder op 4 april 2025, heeft meegedeeld dat hij in gebreke is. Het beroep is daarom ontvankelijk en kennelijk gegrond.<?linebreak?></para>
    <para>8. Nu uit het dossier niet blijkt dat verweerder de stukken al heeft beoordeeld, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak een beslissing moet nemen op de aanvraag<footnote-ref linkend="_5bf81f55-1ade-41cb-b82e-2210e582cd20" />. Als verweerder binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en als hij dit schriftelijk aan eiser meedeelt, dan moet hij binnen twintig weken na verzending van de uitspraak een beslissing nemen op de aanvraag. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank bepaalt ook dat verweerder een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.<footnote-ref linkend="_f8a86723-d2a4-446c-a960-fc1b66c384d2" /></para>
    <para />
    <para>10. Nu de rechtbank niet is gebleken dat verweerder een besluit heeft genomen over de hoogte van de dwangsom zal de rechtbank alsnog de hoogte van de dwangsom vaststellen.<footnote-ref linkend="_75142aa6-5dd8-4de3-acae-d7febbf6ad88" /> De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder de ingebrekestelling op 4 april 2025 heeft ontvangen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een dwangsom over 42 dagen is verbeurd. De hoogte van de verbeurde dwangsom is dan ook € 1.442,-.<footnote-ref linkend="_43b007c4-6e0d-41fc-b8f8-f350544f241f" /></para>
    <para />
    <para>11. Gelet hierop is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op € 453,50 (1 punt x factor 0,5 x € 907,-) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.<footnote-ref linkend="_eda70a62-debd-473a-9979-e80a407e2e48" /></para>
    <para />
    <para>12. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken. Als verweerder binnen die termijn besluit dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dit aan eiser schriftelijk is meegedeeld, dan moet het besluit binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak bekend worden gemaakt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 453,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>J.M. Coerts, griffier.</para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_91f007d8-2007-4d3b-8461-646cfdbc9f1b" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ca8dff9-e3d1-42c3-96ce-8f9cdc73942e" label="2">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dcf8d86f-1537-4cc8-81f9-4885952422e4" label="3">
    <para> Op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5bf81f55-1ade-41cb-b82e-2210e582cd20" label="4">
    <para> Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2643 en ECLI:NL:RVS:2024:2644.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8a86723-d2a4-446c-a960-fc1b66c384d2" label="5">
    <para> Met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75142aa6-5dd8-4de3-acae-d7febbf6ad88" label="6">
    <para> Op grond van artikel 8:55c van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43b007c4-6e0d-41fc-b8f8-f350544f241f" label="7">
    <para> Gezien het bepaalde in artikel 4:17, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eda70a62-debd-473a-9979-e80a407e2e48" label="8">
    <para> Zie het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>