<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:10545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T10:59:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.17891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10545">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-23T13:11:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:10545 Rechtbank Den Haag , 23-06-2025 / NL25.17891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10545:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel - Algerijnse nationaliteit. Opvolgende aanvraag. Bekering tot het christendom. Medisch advies niet verplicht bij gehoor opvolgende aanvraag. Bekering niet geloofwaardig. Uit landeninformatie blijkt geen risico bij terugkeer vanwege tatoeages. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10545:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL25.17891 en NL25.17892</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiser/verzoeker], V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)</title>
    <para>(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 13 maart 2025 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.<footnote-ref linkend="_bb3fa029-5d4e-4d55-8b3b-8d48f9326905" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit en is geboren op [datum] 1991. Hij legt aan zijn opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is bekeerd tot het christendom. Hij wil niet meer in Algerije leven en zou bij terugkeer naar Algerije gevaar lopen vanwege zijn bekering. </para>
    <para />
    <para>3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: </para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>eisers bekering tot het christendom.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>4. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt eisers bekering tot het christendom niet geloofwaardig. Eisers verklaringen daarover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel.<footnote-ref linkend="_d685d34e-6b70-415e-a540-6a2cbcf4b809" /> Hij heeft onder andere niet inzichtelijk gemaakt waarom hij is bekeerd, wat het geloof voor hem betekent en hoe hij zich heeft ontwikkeld sinds zijn bekering. Ook heeft hij weinig kennis van het christendom. Daarnaast heeft eiser zijn asielaanvraag zonder goede reden niet zo snel mogelijk ingediend en kan hij niet in grote lijnen als geloofwaardig worden beschouwd.<footnote-ref linkend="_0e972730-cbc6-4bc4-9cf8-4ef71afdfb2d" /> Eiser heeft daarom geen vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin<footnote-ref linkend="_f5fa6504-1f08-4919-b903-10044597e1fd" /> en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_62bc1412-deca-4f30-86c6-9b3464c3cee4" /> Verweerder wijst de aanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond, omdat eiser nog altijd geen geldige identiteitsdocumenten heeft, zijn aanvraag enkel heeft ingediend om uitzetting uit te stellen of te verijdelen en omdat zijn aanvraag een opvolgende aanvraag is.<footnote-ref linkend="_daa8d7ea-d8ea-465d-91f4-d4158e011287" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte geen medisch advies laten uitbrengen voor het gehoor opvolgende aanvraag. Uit medische stukken en foto’s van eiser, die hij in de beroepsfase heeft overgelegd, blijkt namelijk dat eiser ernstige psychische problematiek ervaart. Als ten tijde van het gehoor een medisch advies was uitgebracht, zou deze problematiek naar voren zijn gekomen. Zonder zo een advies was het niet zorgvuldig om eiser te horen. Eiser heeft daarnaast wel degelijk inzichtelijk gemaakt dat hij bekeerd christen is. Verweerder heeft eisers referentiekader en opleidingsniveau onvoldoende meegenomen in de beoordeling van zijn verklaringen. Verweerder miskent ook dat sociaal-culturele observaties een reden kunnen zijn voor bekering en eiser heeft wel degelijk voldoende kennis van het christendom. Ook uit het feit dat eiser een tatoeage van een kruis heeft, blijkt dat eiser affiniteit met het christendom heeft. Los van of eisers bekering geloofwaardig is, zal eiser bij terugkeer naar Algerije vanwege zijn tatoeage van een kruis als bekeerling worden gezien en daarom gevaar lopen. Eiser verwijst naar een website<footnote-ref linkend="_8b48482a-075b-4d5d-9858-c31f42115a77" /> en een bijlage bij een kamerbrief<footnote-ref linkend="_3e05c25e-fb4f-42f7-8de5-bb521299f873" /> ter onderbouwing van het laatste standpunt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Medisch advies</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. De grond dat verweerder een medisch advies moest aanvragen voor het gehoor opvolgende aanvraag, slaagt niet. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat bij een opvolgende aanvraag in de regel geen medisch advies wordt uitgebracht. Omdat er ten tijde van het gehoor geen aanwijzingen waren dat eiser vanwege zijn psychische gesteldheid niet gehoord kon worden, heeft verweerder ook in eisers situatie geen aanleiding gezien om een advies uit te laten brengen. Wel heeft MediFirst bij de eerdere asielaanvraag van eiser een medisch advies uitgebracht, waarin is opgenomen dat eiser een psychische aandoening heeft en is ingesteld op medicatie. Daarnaast is het advies gegeven om eiser meer tijd te bieden om vragen te beantwoorden, korte en gerichte vragen te stellen en waar nodig vragen te herhalen of verduidelijken. Uit het verslag van het gehoor opvolgende aanvraag blijkt dat verweerder dit advies ook bij de huidige besluitvorming heeft betrokken. De hoormedewerker heeft namelijk aan eiser gevraagd of de observaties van MediFirst nog steeds kloppen en eiser heeft dit bevestigd. Eiser heeft ook aangegeven dat hij nog werd behandeld en dat hij op de dag van het gehoor zijn medicatie had genomen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het vervolg van het gehoorverslag ook dat verweerder eiser de gelegenheid heeft geboden om zijn antwoorden rustig te formuleren en om opheldering te vragen als de vraag niet duidelijk was. Gelet op het voorgaande hoefde verweerder geen aanleiding te zien om nog een MediFirst-advies te laten uitbrengen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De geloofwaardigheid van eisers bekering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers bekering tot het christendom op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd als niet geloofwaardig heeft aangemerkt. Verweerder mocht hierbij betrekken dat eiser met zijn verklaringen geen inzicht heeft gegeven in hoe hij tot bekering is gekomen, wat zijn geloof aan zijn leven toevoegt of hoe hij zich heeft ontwikkeld sinds zijn bekering. Verweerder mocht ook van belang vinden dat eiser zeer weinig en onjuiste kennis heeft van het christendom. Zo wist eiser niet wat de doop is of wat het verschil is tussen het oude en het nieuwe testament en verkeerde hij in de veronderstelling dat de verjaardag van Jezus op de laatste dag van het jaar wordt gevierd. Daarnaast mocht verweerder aan eiser tegenwerpen dat hij zijn asielaanvraag zonder goede verklaring niet zo snel mogelijk heeft ingediend en dat hij niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. Zo is eiser in een eerdere procedure met onbekende bestemming vertrokken. Daarnaast heeft eiser pas toen hij in strafdetentie kwam en uitzetting in het verschiet lag, aangevoerd dat hij al langere tijd tot het christendom bekeerd zou zijn, terwijl hij dit in eerdere asielprocedures niet naar voren heeft gebracht. Anders dan eiser betoogt, mocht verweerder het voorgaande aan eiser tegenwerpen, ook in het licht van eisers referentiekader en opleiding. Verweerder mag namelijk van eiser authentieke verklaringen over zijn gevoelens en ervaringen verwachten. Dat eiser zich aangetrokken voelde tot het christendom, omdat daar op een andere manier wordt omgegaan met regels dan in de islam, mocht verweerder beoordelen als algemene stelling die eisers bekering niet inzichtelijk maakt. De stelling van eiser dat een bekering ook zijn oorsprong kan hebben in sociaal-culturele observaties in plaats van theologische, dogmatische of spirituele openbaringen, doet aan het voorgaande niet af. Eiser heeft namelijk ook met de stelling dat hij de culturele houding in Europa koppelt aan het christendom, nog niet inzichtelijk gemaakt waarom hij dan zelf tot bekering is gekomen. Ook het feit dat eiser een tatoeage van een kruis heeft, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Verweerder mocht zich in dit kader op het standpunt stellen dat de tatoeage als ondersteuning van eisers asielrelaas niet opweegt tegen zijn gebrek aan inzichtelijke en persoonlijke verklaringen over zijn bekering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Risico bij terugkeer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Omdat verweerder eisers bekering op goede gronden ongeloofwaardig heeft geacht, hoefde verweerder niet aan te nemen dat eiser bij terugkeer naar Algerije te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM loopt. Het betoog van eiser dat hij toch risico loopt, omdat hij vanwege zijn christelijke tatoeage, ter hoogte van zijn borst, in Algerije als afvallige en bekeerling zal worden beschouwd, slaagt niet. In de landeninformatie, die eiser heeft overgelegd, komt namelijk niet naar voren dat personen met (christelijke) tatoeages als bekeerling worden gezien en daarom gevaar lopen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kennelijk ongegrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. Verweerder mocht eisers aanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond, alleen al omdat de aanvraag van eiser een opvolgende aanvraag is die niet niet-ontvankelijk is verklaard. De andere grondslagen voor de kennelijk-ongegrondverklaring behoeven daarom geen bespreking.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Verweerder heeft de aanvraag mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.2.</nr>
      <para>Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_bb3fa029-5d4e-4d55-8b3b-8d48f9326905" label="1">
    <para> Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, g en f, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d685d34e-6b70-415e-a540-6a2cbcf4b809" label="2">
    <para> Zie artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e972730-cbc6-4bc4-9cf8-4ef71afdfb2d" label="3">
    <para> Zie artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d en e van, de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5fa6504-1f08-4919-b903-10044597e1fd" label="4">
    <para> Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62bc1412-deca-4f30-86c6-9b3464c3cee4" label="5">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_daa8d7ea-d8ea-465d-91f4-d4158e011287" label="6">
    <para> Zie artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, f en g, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b48482a-075b-4d5d-9858-c31f42115a77" label="7">
    <para> Zie de pagina’s <emphasis role="italic">Ranglijst Christenvervolging – Algerije </emphasis>en <emphasis role="italic">‘EU mag niet wegkijken van kerksluitingen in Algerije’ </emphasis>(16 februari 2023) via <emphasis role="underline">www.opendoors.nl</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e05c25e-fb4f-42f7-8de5-bb521299f873" label="8">
    <para> Tweede Kamer der Staten-Generaal, <emphasis role="italic">Herbeoordelingen landen tweede tot en met vijfde de tranche, met uitzondering van Togo</emphasis> (30 september 2020).</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>