<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:10146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T15:03:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11635018 EJ VERZ 25-81641</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10146">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T15:03:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:10146 Rechtbank Den Haag , 11-04-2025 / 11635018 EJ VERZ 25-81641</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10146:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot handlichting.  Het verlenen aan de minderjarige van de bevoegdheid van een meerderjarige tot het openen van een zakelijke rekening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:10146:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Gouda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>SM</para>
    <para>Zaaknr.: 11635018 EJ VERZ 25-81641</para>
    <para>Datum: 11 april 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ivo Bogaard,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op 27 februari 2009 te Nieuwegein, </para>
      <para>wonende te Schoonhoven,</para>
      <para>hierna te noemen: Ivo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als belanghebbenden</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Maarten Bogaard,</title>
    <parablock>
      <para>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Angelique de Vos</emphasis>, </para>
      <para>beiden wonende te Schoonhoven, </para>
      <para>hierna te noemen: de ouders. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ivo heeft op 14 december 2024 een verzoekschrift ingediend om hem zogenoemde  handlichting te verlenen. Op 14 februari 2025 is er een nadere toelichting ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 februari 2025 heeft er een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden, waarbij Ivo en zijn ouders zijn verschenen. Op 20 maart 2025 is er een aanvulling op het  verzoek ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ivo heeft de kantonrechter verzocht hem handlichting te verlenen en te bepalen om hem de bevoegdheid van een meerderjarige tot het openen van een zakelijke rekening toe te kennen. Aan zijn verzoek heeft Ivo ten grondslag gelegd dat hij een online webshop is gestart met betrekking tot de verkoop van parfums. Ten behoeve van zijn webshop wil hij een zakelijke rekening openen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter aan een minderjarige, die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige toekennen. Bij de beoordeling van het verzoek moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord kan worden geacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft Ivo zijn verzoek nader toegelicht. Hiertoe heeft  hij aangevoerd dat hij een startkapitaal heeft van € 1.000,00 en dat hij hiermee een voorraad parfums kan inkopen om te verkopen. Ivo is zich bewust van de risico’s en aanspraken die ontstaan bij het openen van een zakelijke bankrekening. Ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard het verzoek te ondersteunen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat Ivo zijn verzoek helder heeft toegelicht en goed heeft doordacht. De kantonrechter stelt vast dat Ivo de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. De kantonrechter stelt tevens vast dat het gezag van Ivo toekomt aan beide ouders en dat de ouders instemmen met het door hun minderjarige zoon gedane verzoek. Gelet op het bepaalde in artikel 1:235 BW is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek kan worden ingewilligd voor het verrichten van rechtshandelingen en het openen en beheren van een zakelijke rekening. De kantonrechter zal daarom de gevraagde handlichting verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 lid 1 BW is bepaald dat een beschikking waarbij handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplegen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl, anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te verzorgen) publicatie van deze beschikking in niet-geanonimiseerde vorm op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Omdat publicatie van de handlichting op het internet in de praktijk een veel ruimer bereik heeft dan de wetgever bij de totstandkoming van de wet voor ogen had, is er geen redelijk belang mee gediend om de handlichting ook nog eens in twee dagbladen bekend te maken, met alle kosten van dien. Om die reden zal de kantonrechter beslissen dat de verleende handlichting niet bekend hoeft te worden gemaakt in twee dagbladen. Volstaan wordt met de publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent Ivo Bogaard, handlichting voor het openen van een zakelijke bankrekening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant en in twee dagbladen achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, de onderhavige beschikking in niet-geanonimiseerde vorm (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.M. Frinking, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>