<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:9584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T16:34:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.23308</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T16:33:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:9584 Rechtbank Den Haag , 17-06-2024 / NL24.23308</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting naar Algerije, voortvarend handelen, ambtshalve toetsing, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.23308</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Loth),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De staatssecretaris heeft op 12 maart 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 28 maart 2024.<footnote-ref linkend="_83e46f4a-1487-41fb-ae6f-584d3cc3bfa7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De staatssecretaris heeft de rechtbank op 5 juni 2024 laten weten dat het langer dan 75 dagen geleden is dat eiser beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarom heeft de staatssecretaris verzocht om te beoordelen of de bewaring kan voortduren (de vervolgkennisgeving). Daarbij heeft de staatssecretaris een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft op die voortgangsrapportage gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek op 12 juni 2024 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>2. Uit de uitspraak van 28 maart 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek in die zaak, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van sluiten van dat onderzoek, op 26 maart 2024, rechtmatig is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zicht op uitzetting en voortvarend handelen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser voert aan dat er weinig beweging is in het kader van uitzetting naar Algerije en dat zicht op uitzetting op korte termijn ontbreekt. Uit het Model 120 blijkt niet dat uitzetting op korte termijn mogelijk is. De autoriteiten van Algerije hebben namelijk bevestigd dat geen nationaliteitsverklaring is afgegeven. Daarnaast worden er aan ongedocumenteerden in detentie minimaal laissez-passers (lp’s) afgegeven. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de staatssecretaris op 11 april 2024 een lp heeft aangevraagd voor eiser. Hierop is op 16 april en 7 mei 2024 schriftelijk gerappelleerd. Hieruit blijkt dat de staatssecretaris wel degelijk uitzettingshandelingen verricht. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat geen sprake is van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 6 mei 2024 geoordeeld dat (weer) zicht op uitzetting naar Algerije bestaat.<footnote-ref linkend="_faea325d-8c20-4412-93a5-0acb5907ff12" /> In deze uitspraak  maakt de Afdeling geen onderscheid tussen gedocumenteerde en ongedocumenteerde vreemdelingen. Verder blijkt uit de rechtspraak sindsdien dat in januari 2024 van zes ongedocumenteerden de Algerijnse nationaliteit is bevestigd op basis van dacty en de afgifte van een lp is toegezegd,<footnote-ref linkend="_77ade010-8d35-49e4-b58a-b7860f80f52a" /> waardoor ook voor ongedocumenteerden zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat. Uit de voortgangsrapportage blijkt niet dat de Algerijnse autoriteiten hebben bevestigd dat geen nationaliteitsverklaring zal worden afgegeven. Ook hebben de autoriteiten niet aangegeven dat zij geen lp zullen vertrekken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing </emphasis>
        </para>
        <para>4.	Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de</para>
        <para>staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan</para>
        <para>de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.<footnote-ref linkend="_71675926-c58c-443e-bce7-8d1ef2057be8" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_83e46f4a-1487-41fb-ae6f-584d3cc3bfa7" label="1">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem, 28 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4503.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_faea325d-8c20-4412-93a5-0acb5907ff12" label="2">
    <para> ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_77ade010-8d35-49e4-b58a-b7860f80f52a" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld: Rb. Den Haag, zp. Arnhem, 24 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7957.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71675926-c58c-443e-bce7-8d1ef2057be8" label="4">
    <para> Vergelijk de uitspraak van de ABRvS, 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>