<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:9527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T09:22:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.18046</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T15:37:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:9527 Rechtbank Den Haag , 17-06-2024 / NL24.18046</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Bulgarije, interstatelijk vertrouwensbeginsel, persoonlijke ervaringen, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.18046 </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Kanters).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het is niet in geschil dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Uit Eurodac volgt namelijk dat eiser op 21 maart 2023 een asielaanvraag in Bulgarije heeft ingediend. Ook heeft Bulgarije het terugnameverzoek van Nederland op 22 februari 2024 aanvaard. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel een juridisch gegeven is, maar dat hij feitelijk op mensonwaardige wijze in Bulgarije werd behandeld. In dat verband verwijst hij naar zijn persoonlijke ervaringen waarover hij in het Dublingehoor van 21 februari 2024 heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Ten aanzien van Bulgarije mag verweerder in zijn algemeenheid uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is bevestigd in meerdere, recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.<footnote-ref linkend="_30e0d0e5-fff7-4075-809d-6dbc9530d988" /> Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Hij is hierin niet geslaagd. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest van 29 februari 2024<footnote-ref linkend="_bc6b5af3-c972-4e70-96da-b946102d4073" /> in punt 64 geoordeeld dat bij de vraag of sprake is van een Jawo-situatie<footnote-ref linkend="_4f887800-5fbf-4a66-acba-eeef475d93a1" /> de in aanmerking te nemen situatie is die waarin de betrokkene zich bij of na de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat zou kunnen bevinden, en niet die waarin hij zich bevond toen hij die lidstaat aanvankelijk betrad. Dat betekent dat het bij de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel bepalend is of de Dublinterugkeerder een reëel risico loopt op ernstige schade bij of na de overdracht. Dit heeft eiser niet aannemelijk gemaakt. Uit de jurisprudentie volgt tot slot dat, wanneer eiser vindt dat Bulgarije zich niet aan zijn verplichtingen houdt, eiser daarover kan klagen bij de Bulgaarse autoriteiten.</para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_e27f2974-7be8-4f65-8f0f-8170560e7161" /></para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_30e0d0e5-fff7-4075-809d-6dbc9530d988" label="1">
    <para> Zie onder meer de uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, van 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870, van 23 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2152 en van 3 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2274.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc6b5af3-c972-4e70-96da-b946102d4073" label="2">
    <para> ECLI:EU:C:2024:195</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f887800-5fbf-4a66-acba-eeef475d93a1" label="3">
    <para> Een situatie als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218 (Jawo).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e27f2974-7be8-4f65-8f0f-8170560e7161" label="4">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>