<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:9258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T10:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 23/5352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-14T16:28:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:9258 Rechtbank Den Haag , 17-06-2024 / SGR 23/5352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling. E-mail van verweerder is een besluit waartegen eerst bezwaar had moeten worden ingesteld. Geen rechtstreeks beroep mogelijk. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:9258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/5352 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit Afghanistan, eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Defensie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.M. van Asperen).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft bij e-mail van 13 juli 2023 op dit verzoek gereageerd. Eiser heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_c692f7e6-73a0-4ce1-b295-6dbe43a0f843" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Op 21 april 2023 heeft eiser een verzoek om heroverweging ingediend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eerdere verzoeken door eiser om hem en zijn gezinsleden over te brengen vanuit Afghanistan naar Nederland zijn afgewezen. Ook het verzoek om heroverweging is op 13 juli 2023 afgewezen. Eiser stelt dat hij werkzaam is geweest als ISAF chauffeur voor de Nederlandse strijdmacht in [naam kamp 1] nabij [plaatsnaam 1] , en in [naam kamp 2] bij [plaatsnaam 2] , in [provincie] . Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat eiser volgens hem niet aan de voorwaarden van de Tolkenregeling voldoet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser betoogt dat hij wel voor overbrenging vanuit Afghanistan in aanmerking zou moeten komen. Daarnaast voert hij aan dat de afwijzing van zijn verzoek door verweerder een besluit is in de zin van de Awb. Hij verwijst daarbij onder meer naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 14 september 2022.<footnote-ref linkend="_9f1975db-16bf-4110-bad3-26d44fc9c174" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De hoogste bestuursrechter heeft op 10 april 2024 geoordeeld dat de afwijzing van een verzoek op grond van de Tolkenregeling een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_6df24a91-9644-425a-9216-f4ec67d3aea2" /> Naar het oordeel van de rechtbank is de e-mail met bijlage van 13 juli 2023 een primair besluit, waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_90b27145-52d7-4288-973b-615994a9bbf5" /> De uitspraak waar eiser naar verwijst in het kader van de mogelijkheid van rechtstreeks beroep,<footnote-ref linkend="_31e8d6a4-c854-47e1-8d09-dfbf99a6d1a9" /> ziet op de bij brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening.<footnote-ref linkend="_fc6a243f-cdf3-45cf-9dce-d461f61152f1" /> Verder heeft verweerder niet uitdrukkelijk ingestemd met rechtstreeks beroep.<footnote-ref linkend="_667e547f-e113-45fa-aa53-9b85465ab726" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroepschrift doorzenden naar verweerder om te worden behandeld als een bezwaarschrift. <footnote-ref linkend="_3f49c968-3243-48b2-9cb7-ae322c25fc22" /></para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.</para>
  </section>
  <footnote id="_c692f7e6-73a0-4ce1-b295-6dbe43a0f843" label="1">
    <para> Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f1975db-16bf-4110-bad3-26d44fc9c174" label="2">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2592.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6df24a91-9644-425a-9216-f4ec67d3aea2" label="3">
    <para> Uitspraak van de Afdeling van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1500.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90b27145-52d7-4288-973b-615994a9bbf5" label="4">
    <para> Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31e8d6a4-c854-47e1-8d09-dfbf99a6d1a9" label="5">
    <para> Uitspraak van de Afdeling van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2592.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc6a243f-cdf3-45cf-9dce-d461f61152f1" label="6">
    <para> Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_667e547f-e113-45fa-aa53-9b85465ab726" label="7">
    <para> Artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f49c968-3243-48b2-9cb7-ae322c25fc22" label="8">
    <para> Artikel 6:15 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>