<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-09T18:32:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.21543 en NL24.21544</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8861">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-09T18:31:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8861 Rechtbank Den Haag , 07-06-2024 / NL24.21543 en NL24.21544</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8861:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PV mondelinge uitspraak beroep en vovo, MOB</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8861:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.21543 en NL24.21544</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, eiser/verzoeker,</para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. de Vries),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, </para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 21 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van eiser<footnote-ref linkend="_c376e0aa-0f11-4967-8bfc-ae927d950473" /> tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 7 juni 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De staatssecretaris heeft de rechtbank op 31 mei 2024 gemeld dat eiser met onbekende bestemming zijn vertrokken. Daarbij verwijst de staatssecretaris naar de bij de brief gevoegde printscreen, waaruit blijkt dat eiser op 21 mei 2024 met onbekende bestemming is vertrokken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of eiser nog procesbelang heeft.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De gemachtigde van eiser heeft op 6 juni 2024 aan de rechtbank laten weten dat hij geen contact meer met eiser heeft en ook niet weet waar eiser op dit moment verblijft.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt het volgende.<footnote-ref linkend="_4cc54405-3f9a-48bd-a5b0-52be3fc7879d" /> Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, kan er in principe vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op zijn verzoek. Dit houdt in dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In dit geval heeft eiser de opvang verlaten, de staatssecretaris en gemachtigde niet op de hoogte gesteld van zijn verblijfplaats en heeft hij ook geen contact meer met zijn gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het beroep is niet-ontvankelijk. Aangezien op het beroep is beslist, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De rechtbank wijs het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat het beroep niet-ontvankelijk is en de voorlopige voorziening wordt afgewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2024 door mr. V.A.G. van Dijk, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
        </para>
        <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.  </para>
      </parablock>
      <para>Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c376e0aa-0f11-4967-8bfc-ae927d950473" label="1">
    <para> Daar waar in dit proces-verbaal wordt gesproken van eiser kan ook verzoeker worden gelezen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cc54405-3f9a-48bd-a5b0-52be3fc7879d" label="2">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>