<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-07T12:34:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.21161</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8825">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-07T12:33:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8825 Rechtbank Den Haag , 07-06-2024 / NL24.21161</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8825:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring eerste beroep, 59, eerste lid, aanhef onder a. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris de zware gronden 3a, 3b, 3c, 3d, 3e en 3i en de lichte gronden 4a, 4b, 4c, en 4d aan de maatregel ten grondslag heeft mogen leggen. Voldoende voortvarend. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8825:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.21161</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_29bbe471-17f0-4cc8-96af-4463ad209540" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 31 mei 2024 en met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiseres is verschenen op het detentiecentrum Zeist. De gemachtigde van eiseres heeft digitaal vanuit zijn woning aan de zitting deelgenomen. Op de rechtbank is een tolk verschenen.  De staatssecretaris heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .</para>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft de staatssecretaris overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of uitzettingsprocedure</para>
    <para>ontwijkt of belemmert. De staatssecretaris heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiseres:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(zware gronden)</emphasis>
        <?linebreak?>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;<?linebreak?>3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;<?linebreak?>3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;<?linebreak?>3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van haar identiteit en nationaliteit;<?linebreak?>3e. in verband met haar aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over haar identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;<?linebreak?>3i. te kennen heeft gegeven dat zij geen gevolg zal geven aan haar verplichting tot terugkeer; <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(lichte gronden)</emphasis>
        <?linebreak?>4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;<?linebreak?>4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;<?linebreak?>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;<?linebreak?>4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De staatssecretaris heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Voorts heeft de staatssecretaris overwogen dat een minder dwingende maatregel (een lichter middel) niet doeltreffend kan worden toegepast.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voortraject</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Grondslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres valt onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 genoemde categorie vreemdelingen, nu aan eiseres op 2 november 2023 een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar is opgelegd. Eiseres heeft daarom geen rechtmatig verblijf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gronden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de zware en lichte gronden 3a, 3b, 3c, 3d, 3e, 3i, 4a, 4b, 4c en 4d aan de maatregel ten grondslag kunnen worden gelegd en dat deze, in samenhang bezien, reeds voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en om aan te nemen dat een risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken, dan wel dat zij de voorbereiding van vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft nu zij niet beschikt over een paspoort of een geldig visum niet aannemelijk kunnen maken dat zij via de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen en verklaart bovendien dat dit niet het geval is (3a). Ook is eiseres op 16 oktober 2023 met onbekende bestemming vertrokken (3b) en is bij besluit van 2 november 2023 een terugkeerbesluit aan haar opgelegd (3c). Verder werkt eiseres niet mee aan een procedure om haar identiteit en nationaliteit vast te stellen ter verkrijging van een vervangend reisdocument en onderneemt ze zelf geen actie om een paspoort aan te vragen (3d). Uit informatie van de Duitse autoriteiten blijkt dat eiseres in Duitsland geregistreerd staat onder andere gegevens dan in Nederland (3e). Dat het, zoals eiseres stelt, om minimale verschillen gaat maakt dit niet anders. Deze zware grond is feitelijk juist en de feitelijke juistheid is voldoende gemotiveerd in de maatregel van bewaring. Tot slot heeft eiseres te kennen gegeven geen gevolg te geven aan haar verplichting tot terugkeer door te verklaren dat zij niet terug wil keren naar Tunesië (3i).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Betreffende de lichte gronden 4a, 4b, 4c en 4d oordeelt de rechtbank dat deze terecht aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. Eiseres heeft geen grensoverschrijdingsdocument (4a) en ze heeft twee keer een tot een afwijzing leidende asielaanvraag gedaan (4b). Ook staat ze niet ingeschreven in de BRP<footnote-ref linkend="_1349068d-b6da-43ed-98dd-6f8e6413c50b" /> en heeft ze niet aannemelijk gemaakt een vaste verblijfplaats te hebben (4c). Ook is duidelijk dat eiseres niet beschikt over voldoende middelen van bestaan (4d). De staatssecretaris heeft voor deze gronden ook de relevantie voor het risico op onttrekking aan het toezicht gemotiveerd; in samenhang met de andere gronden kunnen deze gronden de maatregel dan ook dragen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Lichter middel </emphasis>
        </para>
        <para>7.	Gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd en de verklaringen van eiseres waaruit blijkt dat zij niet wil terugkeren naar haar land van herkomst, is de staatssecretaris er terecht vanuit gegaan dat eiseres niet uit eigen beweging gevolg zal geven aan de op haar rustende vertrekplicht.  Een lichter middel volstond derhalve niet om de uitzetting van eiseres te verzekeren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt daarbij vast dat de staatssecretaris de medische omstandigheden van eiseres voldoende betrokken heeft bij de oplegging van de maatregel van bewaring. De staatssecretaris heeft immers aangeven dat er een medische dienst aanwezig is in het detentiecentrum die zal beoordelen in hoeverre eiseres medische zorg nodig heeft. Ook is aangegeven dat de medische hulpverlening in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische hulpverlening in de vrije maatschappij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Voorts is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiseres die de bewaring voor haar onevenredig bezwarend maken en waarin de staatssecretaris aanleiding had moeten zien eiseres niettemin een lichter middel dan bewaring op te leggen. In reactie op de vraag van eiseres waarom de staatssecretaris eiseres niet bij haar zoon laat verblijven op de VBL<footnote-ref linkend="_c49ba839-5e58-49fa-84ca-35571d27e93d" /> in Ter Apel, heeft de staatssecretaris terecht aangegeven dat eiseres er zelf voor kiest om niet samen met haar meerderjarige zoon vrijwillig terug te keren naar Tunesië. De zoon van eiseres werkt wel mee aan zijn terugkeer.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voortvarendheid</emphasis>
        </para>
        <para>8.	De ABRvS<footnote-ref linkend="_7ff529f8-33bb-43d8-a2dd-a18719ae9c4c" /> heeft in de uitspraak van 23 februari 2023<footnote-ref linkend="_b8217517-c2de-4eb6-96a1-14e18098314e" /> geoordeeld dat bij de beoordeling van de vraag of de staatssecretaris de uitzetting voldoende voortvarend ter hand neemt, er niet meer onverkort vanuit dient te worden uitgegaan dat de staatssecretaris steeds binnen een vast aantal dagen na de inbewaringstelling een eerste handeling dient te verrichten. Bij de beoordeling of de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld, bestaat steeds ruimte voor het meewegen van de relevante feiten en omstandigheden van het geval.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris op 27 maart 2024, dus voor de inbewaringstelling van eiseres, een aanvraag voor een laissez-passer heeft ingediend bij de Tunesische autoriteiten. De staatssecretaris heeft op 16 april 2024 en 7 mei 2024 gerappelleerd en de gemachtigde van de staatssecretaris heeft ter zitting verklaard dat er ieder moment opnieuw een rappel zal worden gedaan. Bezien in combinatie met deze handelingen, is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris niet onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door op 23 mei 2024 een eerste vertrekgesprek met eiseres te voeren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zicht op uitzetting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. Zoals volgt uit de uitspraak van de ABRvS van 30 oktober 2023<footnote-ref linkend="_97c2f4a0-d5f0-4d6e-b598-987252964d9f" />, bestaat er in zijn algemeenheid zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit in het geval van eiseres anders is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
      <para />
      <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_29bbe471-17f0-4cc8-96af-4463ad209540" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1349068d-b6da-43ed-98dd-6f8e6413c50b" label="2">
    <para> Basisregistratie Personen</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c49ba839-5e58-49fa-84ca-35571d27e93d" label="3">
    <para> Vrijheidsbeperkende locatie</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ff529f8-33bb-43d8-a2dd-a18719ae9c4c" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8217517-c2de-4eb6-96a1-14e18098314e" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:777</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97c2f4a0-d5f0-4d6e-b598-987252964d9f" label="6">
    <para>ECLI:NL:RVS:2023:3990</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>