<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8394</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-31T14:36:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10609335 MB VERZ 23-20580</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8394">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8394</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-31T13:56:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8394 Rechtbank Den Haag , 29-05-2024 / 10609335 MB VERZ 23-20580</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8394:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Einduitspraak na ongegronde wraking. Formele beroepsgrond over schending van de hoorplicht slaagt. Dit leidt echter uitsluitend tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Voor vermindering met 25% van de verkeersboete is geen reden. Toepassing van ECLI:NL:RBDHA:2023:14202. Formele beroepsgrond over overschrijding redelijke termijn slaagt niet. Dat er na de vruchteloze wraking een tweede zitting moest komen, komt voor rekening en risico van betrokkene. Beroep tegen de verkeersboete ongegrond. Geen reden voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8394:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CJIB-nummer: [nummer]</para>
      <para>Registratienummer team straf: 10609335 MB VERZ 23-20580</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 29 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]</para>
      <para>
        [adres] , nader ook te noemen: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde: mr. B. de Jong (Skandara)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 20 december 2023 in Gouda. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (vertegenwoordiger) waren er. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde de kantonrechter gewraakt. Het onderzoek is vervolgens geschorst. Het proces-verbaal van die zitting wordt hier herhaald en ingelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 26 februari 2024 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tweede zitting was op 23 mei 2024 in Den Haag. De gemachtigde was er niet, maar wel correct opgeroepen. De vertegenwoordiger was er wel. De zaak is voortgezet in de stand van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verkeersboete</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat om een bedrag van € 49,- (inclusief administratiekosten) voor feitcode VG006.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gronden en standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft twee beroepsgronden aangevoerd:</para>
      <para>- De hoorplicht is geschonden;</para>
      <para>- De redelijke termijn is overschreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de vertegenwoordiger aangegeven dat beide beroepsgronden slagen. Dit moet leiden tot een matiging van 25% (hoorplicht) en vervolgens tot een nadere matiging van 25% (redelijke termijn). Ook is er reden voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepsgrond over de schending van de hoorplicht slaagt. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit niet langer leidt tot matiging van de verkeersboete, maar uitsluitend tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter verwijst hiervoor naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14202.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepsgrond over schending van de redelijke termijn slaagt niet. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de verkeersboete in eerste instantie onherstelbaar retour is gekomen. Vervolgens is een tweede poging gewaagd op 5 april 2022. De kantonrechter hanteert deze datum als het begin van de redelijke termijn. De eerste zitting was op 20 december 2023. De gemachtigde heeft de kantonrechter toen vruchteloos gewraakt. Dat vervolgens een tweede zitting moest worden ingepland, komt voor rekening en risico van betrokkene. Op laatstgenoemde datum was de redelijke termijn nog niet overschreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het kantonberoep is gegrond. De beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd. Het administratief beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para>- verklaart het kantonberoep gegrond;</para>
      <para>- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;</para>
      <para>- verklaart het administratief beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door</para>
      <para>S.S.J. Hausil, griffier en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>