<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-30T15:10:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/665175 ? FT RK 24/375</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8291">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-30T15:09:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8291 Rechtbank Den Haag , 30-05-2024 / C/09/665175 ? FT RK 24/375</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8291:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet ontvankelijk geen minnelijk aanbod aan schuldeisers gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8291:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ee3c76aa-edfe-43bd-9463-a781ac629cd7" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1e22c4d0-cad7-42ac-ac67-c54af408aa22" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 	C/09/665175 / FT RK 24/375</para>
      <para>uitspraakdatum: 	21 mei 2024	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Waar deze zaak over gaat</emphasis>
      </para>
      <para>
        [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek is behandeld op de zitting van . Op de zitting verschenen: </para>
        <para>	-	[verzoeker] , vergezeld door,</para>
        <para>	-	mevrouw [naam 1] , partner van [verzoeker] ,</para>
        <para>-	mevrouw [naam 2] , schuldhulpverlener van Zuidweg &amp; Partners.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Een van de doelstellingen van de WSNP is het bevorderen van de totstandkoming van<?linebreak?>minnelijke schuldregelingen. Niet is gebleken dat de wetgever met de per 1 juli 2023 inwerking getreden wetswijzigingen deze doelstelling heeft willen loslaten. De WSNP  fungeert dus nog steeds als ‘stok achter de deur’ voor een buitengerechtelijk schuldregelingsakkoord. In beginsel moet een WSNP-verzoek dan ook zijn vooraf-gegaan door een deugdelijke poging om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen en vergezeld te gaan met onder meer een zogenoemde 285-verklaring (artikel 285 lid 1 onder f Fw). Dit is “<emphasis role="italic">een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen</emphasis>”. Sinds 1 juli 2023 is in de wet opgenomen dat “<emphasis role="italic">Als aannemelijk is dat onvoldoende aflossingsmogelijkheden bij de schuldenaar of andere omstandigheden het onmogelijk maken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, hoeft voor de afgifte van deze verklaring niet eerst een poging te zijn gedaan om tot een dergelijke regeling te komen</emphasis>.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Namens [verzoeker] is geen aanbod aan zijn schuldeisers gedaan. Hiertoe is door Zuidweg &amp; Partners in de 285-verklaring aangevoerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Verzoeker heeft te make met een beperkte afloscapaciteit vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat zowel hij als zijn vriendin momenteel een uitkering ontvangen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Verzoeker bevindt zich momenteel in een juridisch geschil met zijn voormalige zakenpartner, mevrouw (…), ondanks een vaststellingsovereenkomst die hun formele scheiding regelde. Mevrouw (…) heeft onlangs een rechtszaak tegen verzoeker aangespannen, waarvan de uitspraak wordt verwacht in juni 2024. Dit heeft bijgedragen aan de complexiteit van zijn financiële situatie. Daarnaast heeft verzoeker te maken met een beperkte afloscapaciteit vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat zowel hij als zijn vriendin momenteel een uitkering ontvangen.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast is verzoeker geadviseerd om de ondernemingen op de juiste wijze te liquideren en de boekhouding op orde te brengen. Dit proces is gebeurd en verzoeker is klaar om toegelaten te worden tot de WSNP.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet niet in waarom de aldus aangevoerde omstandigheden het onmogelijk<?linebreak?>zouden maken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit is ter zitting ook niet duidelijk gemaakt. Mocht Zuidweg &amp; Partners zich baseren op de veronderstelling dat de omvang van de gestelde schuldenlast en de inkomsten van [verzoeker] het onmogelijk maken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, dan volgt de rechtbank haar hier niet in. Schuldsaneringsregelingen waarin een gering uitkeringspercentage wordt aangeboden, zijn immers geen uitzondering en het ligt op de weg van de schuldhulpverlening om bij de schuldeisers na te gaan of de hier bedoelde veronderstelling correct is. Dit is niet gebeurd. Dit leidt ertoe dat de rechtbank er niet vanuit kan gaan dat het onmogelijk is om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen en dus dat de 285-verklaring niet correct is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat voor een correcte uitvoering van een<?linebreak?>buitengerechtelijk traject een zo goed mogelijk beeld zal moeten bestaan van inkomsten, bezittingen en uitgaven. Van een schuldenaar moet dus worden gevergd dat deze </para>
        <para>– ook – ten minste een zo goed mogelijk beeld van zijn schuldenlast geeft. Dit volgt ook uit de omstandigheid dat in een WSNP-verzoek een staat van baten en schulden moet worden opgenomen (artikel 285 lid 1 onder a Fw). Bovendien moet de rechtbank in staat worden gesteld te beoordelen of aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is geweest (artikel 288 lid 1 onder b Fw).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt het momenteel aan een correcte schuldenlijst. Ter zitting is gebleken dat de belastingschuld van € 366.004,- mogelijk een schuld van een (inmiddels geliquideerde) besloten vennootschap is en niet van [verzoeker] in privé, alsmede dat mogelijkerwijs ook een aantal andere (huur)schulden ten onrechte op het schuldenoverzicht is vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het ontbreken van een staat van baten en schulden en van een correcte 285-verklaring maakt dat de rechtbank van oordeel is dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke</para>
      <para>schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met A. van Groningen Schinkel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>