<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-30T09:34:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.19087</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-30T09:31:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8249 Rechtbank Den Haag , 23-05-2024 / NL24.19087</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Trefwoorden beroep: Dublin Frankrijk. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.19087</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_33e93ad4-0014-490c-8240-984b4c0b8bc8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.B. van den Toorn-Volkers als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is aanwezig A. Keijzer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1978 en de Liberiaanse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk in het bezit is gesteld van een visum, dat geldig was van 10 oktober 2023 tot 24 november 2023. Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_aec739c1-806a-40ea-8f18-46d5a9e5bff3" /> is Frankrijk daarmee verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Nederland heeft op grond van dit artikel een verzoek om overname gedaan. Op 1 februari 2024 heeft Frankrijk het verzoek aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Frankrijk vaststaat.</para>
    <para>3. Eiser voert aan dat ten aanzien van Frankrijk niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Er is sprake van een tekortkoming in de opvangvoorzieningen en met de aankomende Olympische Spelen zal dat nog meer verslechteren. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar het AIDA-rapport van 11 mei 2023 en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 27 februari 2024<footnote-ref linkend="_d73567f7-ca8d-4ca7-865b-d75d19eabeb4" /> en de daarin genoemde artikelen van CNN en Human Rights Watch. Verder heeft eiser medische problemen, zodat hij extra kwetsbaar is. Ter zitting voert eiser aan dat het op de weg van verweerder had gelegen om een BMA<footnote-ref linkend="_6dabed36-4f65-46a8-a9d4-208adcefa322" />-advies op te vragen en verwijst in dat verband naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 8 december 2023<footnote-ref linkend="_bba71eb8-e545-4bf0-97ca-a69375b96f25" /> en zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 7 mei 2024.<footnote-ref linkend="_b2e50b07-e4a5-418d-8bd8-15a20aeabbc2" /> Gelet op het voorgaande had verweerder op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de asielaanvraag aan zich moeten trekken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel vanuit gaan dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit recente jurisprudentie van de Afdeling<footnote-ref linkend="_ca9fbb70-c7e5-4e8d-bb14-639b841569cc" /> blijkt dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.<footnote-ref linkend="_07edda12-2222-4964-b2b9-8564bca1184e" /> De Afdeling heeft bij haar oordeel het AIDA-rapport van 11 mei 2023 betrokken. In hetgeen eiser heeft aangevoerd, wordt geen aanleiding gezien om tot een ander oordeel te komen. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt als bedoeld in het arrest Tarakhel.<footnote-ref linkend="_f44ba8e9-a072-4315-8fcb-0c754e5cdff2" /> Hoewel gebleken is dat hij medische behoeften heeft, betekent dit niet automatisch dat hij daardoor ook is aan te merken als bijzonder kwetsbaar, zodat verweerder hiervoor geen individuele garanties hoeft te vragen. Ook is niet gebleken dat de nodige specialistische behandeling in Frankrijk niet voorhanden is. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, treft dan ook geen doel nu in die zaak wel sprake was van een kwetsbare vreemdeling. Daarnaast is door eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zonder garanties in Frankrijk geen zorg- en opvangvoorzieningen zal ontvangen. Hij heeft immers geen asielprocedure doorlopen in Frankrijk om van eigen ervaringen te kunnen spreken. De stelling van eiser op zitting dat onduidelijk is of hij de nodige medische zorg zal krijgen na overdracht leidt niet tot een andere conclusie. Frankrijk heeft met het claimakkoord gegarandeerd eisers asielaanvraag in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. Dit betekent ook dat als eiser na overdracht onverhoopt geen medische zorg zal krijgen of als de opvangvoorzieningen onvoldoende zouden zijn, het op zijn weg ligt om daarover in Frankrijk te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de autoriteiten van Frankrijk hem niet zouden kunnen of willen helpen.</para>
    <para />
    <para>5. Uit het arrest C.K.<footnote-ref linkend="_b3b61bd0-9ac7-4070-b3c7-6b41db0fb46f" /> en de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017<footnote-ref linkend="_e8228445-a0a4-403b-888e-c94ce47ae9e1" /> waarin het hiervoor genoemde arrest van het Hof van Justitie is uitgewerkt, volgt dat verweerder een BMA-advies hoort op te vragen als uit objectieve medische gegevens blijkt dat de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat een zodanig ernstige invloed heeft op zijn mentale of fysieke toestand dat er sprake is van een reëel en onderbouwd risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Uit het patiëntendossier van eiser blijkt dat eiser medische zorg nodig heeft. Echter blijkt niet uit objectieve medische gegevens dat de feitelijke overdracht aan Frankrijk een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van eiser met zich brengt. Verweerder heeft dan ook geen BMA-advies hoeven op te vragen, voordat eiser wordt overgedragen aan Frankrijk. Verder is in artikel 32 van de Dublinverordening geregeld dat de Franse autoriteiten bij de overdracht in kennis kunnen worden gesteld van eisers medische behoeften. De verwijzing naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats en van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch treft verder ook geen doel nu in die zaken sprake was van ernstige mentale problemen. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eisers omstandigheden geen aanleiding vormen om zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_33e93ad4-0014-490c-8240-984b4c0b8bc8" label="1">
    <para> Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aec739c1-806a-40ea-8f18-46d5a9e5bff3" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d73567f7-ca8d-4ca7-865b-d75d19eabeb4" label="3">
    <para> Rb Den Haag (zittingsplaats Amsterdam) 27 febrauri 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1592.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6dabed36-4f65-46a8-a9d4-208adcefa322" label="4">
    <para> Bureau Medisch Advisering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bba71eb8-e545-4bf0-97ca-a69375b96f25" label="5">
    <para> Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 8 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19301.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2e50b07-e4a5-418d-8bd8-15a20aeabbc2" label="6">
    <para> Rb Den Haag (zittingsplaats ’s-Hertogenbosch 7 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:202:2039.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca9fbb70-c7e5-4e8d-bb14-639b841569cc" label="7">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_07edda12-2222-4964-b2b9-8564bca1184e" label="8">
    <para> ABRvS 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f44ba8e9-a072-4315-8fcb-0c754e5cdff2" label="9">
    <para> HvJEU 4 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3b61bd0-9ac7-4070-b3c7-6b41db0fb46f" label="10">
    <para> HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8228445-a0a4-403b-888e-c94ce47ae9e1" label="11">
    <para> ABRvS 3 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2980.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>