<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:8165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T11:05:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/656415 / JE RK 23-2222</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8165">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-29T11:04:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8165 Rechtbank Den Haag , 07-05-2024 / C/09/656415 / JE RK 23-2222</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8165:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging machtiging uithuisplaatsing. Door de vader is aangegeven dat het werken aan thuisplaatsing van de minderjarige niet langer wenselijk is. Zowel de vader als de moeder zijn van mening dat plaatsing van de minderjarige in het pleeggezin in zijn belang is. Het opvoedperspectief van de minderjarige ligt bij het pleeggezin.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:8165:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/656415 / JE RK 23-2222</para>
      <para>Datum uitspraak: 7 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.P.M. Duijndam te Lisse,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] </emphasis>en<emphasis role="bold"> [naam 2]</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de pleegouders,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 28 december 2023 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 8 januari 2025 en de machtiging verlengd om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 8 juli 2024. Het verzoek is voor het overige aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
      <para>- de beschikking van 28 december 2023;</para>
      <para>- de schriftelijke update met bijlage van de gecertificeerde instelling van 18 maart 2024.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 7 mei 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- de pleegouders.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vader en zijn advocaat zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en zijn advocaat wel juist zijn opgeroepen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 28 december 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De gecertificeerde instelling heeft de kinderrechter verzocht het aangehouden deel van het verlengingsverzoek eerder te behandelen. De aanleiding daarvoor is dat de vader in maart jl. bij de gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat hij vindt dat het beter is als [minderjarige] opgroeit in het pleeggezin. De gecertificeerde instelling heeft vervolgens met de moeder gesproken over het eerder nemen van een opvoedbesluit zodat er op korte termijn duidelijkheid komt over het perspectief van [minderjarige] . De moeder heeft aangegeven zich erin te kunnen vinden dat [minderjarige] bij het pleeggezin opgroeit. De gecertificeerde instelling heeft vervolgens het perspectief van [minderjarige] bepaald bij de pleegouders. Er is sprake van forse hechtingsproblematiek bij [minderjarige] waarvoor hulpverlening nodig is. Door het nemen van het opvoedbesluit heeft [minderjarige] inmiddels kunnen starten met behandeling voor trauma- en hechtingsproblematiek bij Youz. Ook wordt hulpverlening ingezet voor de moeder, de vader en de stiefmoeder, en de pleegouders. De gecertificeerde instelling is voornemens om opvoedondersteuning in te zetten tijdens de omgangsmomenten met de vader en stiefmoeder. De omgangsmomenten met de moeder verlopen voorspoedig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder geeft aan dat zij een positieve verandering ziet in het gedrag van [minderjarige] . Zij vindt het naar dat [minderjarige] in het pleeggezin zal blijven, maar begrijpt dat dit in het belang van [minderjarige] is. De moeder zou graag zien dat de contactmomenten met [minderjarige] worden uitgebreid.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De pleegouders hebben zich niet uitdrukkelijk uitgelaten over het verzochte. Door de pleegouders is naar voren gebracht dat [minderjarige] het lastig vindt om met emoties om te gaan. Ook zijn de overgangen van de bezoekmomenten naar het pleeggezin niet gemakkelijk waardoor [minderjarige] terugvalt in zijn oude gedrag. [minderjarige] is inmiddels gestart met behandeling bij Youz en de pleegouders verwachten dat dit binnenkort ook merkbaar zal zijn aan zijn gedrag. Om hier op een goede manier mee om te kunnen gaan krijgen de pleegouders extra ondersteuning. De pleegouders benadrukken dat het contact met de moeder prettig verloopt en complimenteren de moeder met de manier waarop zij met hen en [minderjarige] omgaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De vader heeft in maart jl. aan de gecertificeerde instelling laten weten dat wat hem betreft het werken aan thuisplaatsing van [minderjarige] bij hem en de stiefmoeder niet langer wenselijk is en dat hij (zij het met pijn in het hart) inziet dat het voor [minderjarige] het beste is als hij in het pleeggezin opgroeit. Ook de moeder is van mening dat de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin in zijn belang is. Dit is voor de gecertificeerde instelling aanleiding geweest om, eerder dan gepland, een opvoedbesluit te nemen en vast te stellen dat het opvoedperspectief van [minderjarige] niet langer bij de ouders, maar in het pleeggezin ligt. De pleegouders kunnen voldoen aan de bovengemiddelde opvoedbehoefte van [minderjarige] en worden door de hulpverlening ondersteund om met die specifieke opvoedbehoefte om te gaan. Omdat het perspectief van [minderjarige] nu duidelijk is, heeft hij inmiddels kunnen starten met behandeling bij Youz waar gewerkt kan worden aan zijn trauma- en hechtingsproblematiek. Verder moet in de komende periode duidelijk worden op welke manier de ouders invulling aan hun ouderrol kunnen gaan geven. [minderjarige] heeft op dit moment omgangsmomenten met zijn beide ouders. De omgangsmomenten met de moeder verlopen zonder problemen. Voor de omgangsmomenten met de vader en stiefmoeder zal de gecertificeerde instelling hulpverlening van YouthTurn inzetten. De moeder zou graag zien dat de omgangsmomenten worden uitgebreid. De kinderrechter geeft de gecertificeerde instelling echter mee dat bij de afweging om de omgang al dan niet uit te breiden, steeds het belang van [minderjarige] voorop moet staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Met het nemen van dit opvoedbesluit hebben de vader, de moeder en [minderjarige] de duidelijkheid gekregen waar zij recht op hebben en waaraan zij ook behoefte hadden. De kinderrechter complimenteert beide ouders met de positieve manier waarop zij zich, binnen de grenzen van hun eigen mogelijkheden, voor [minderjarige] inzetten en met het moedige (maar ook moeilijke) besluit dat zij hebben genomen. Hiermee hebben de vader en de moeder laten zien dat zij in het belang van [minderjarige] willen handelen. Ten slotte complimenteert de kinderrechter de ouders met de positieve manier waarop zij omgaan met de pleegouders.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 8 januari 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2024 door mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op <?linebreak?>24 mei 2024.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>