<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-28T17:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.13276</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7989">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T13:57:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7989 Rechtbank Den Haag , 24-05-2024 / NL24.13276</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7989:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, Dublin, Bulgarije, interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, beroep op het arrest C.K. slaagt niet, medische klachten niet onderbouwd, geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7989:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.13276 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P. Guérain).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 26 maart 2024, waarin de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser van<?linebreak?>15 oktober 2023 niet in behandeling heeft genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep,<footnote-ref linkend="_fe29f506-4c39-4bd3-a562-e665a15a2049" /> op 22 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris de aanvraag van eiser niet in behandeling had mogen nemen omdat Bulgarije daar verantwoordelijk voor zou zijn. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_2cf40250-0cfb-4dec-a309-c798ea5a85a3" /> In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek geaccepteerd op 14 december 2023.</para>
    <bridgehead role="underline">Mag de staatssecretaris voor Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?</bridgehead>
    <para>5. Eiser betoogt dat de staatssecretaris voor Bulgarije niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Bulgarije maakt zich namelijk in toenemende mate schuldig aan pushbacks, waardoor er sprake is van een fundamentele systeemfout in de asielprocedure. Eiser is na zijn aankomst in Bulgarije door grensbewakers opgepakt en in detentie geplaatst voor de duur van 32 dagen, waar hij gedwongen vingerafdrukken moest afstaan. De Bulgaarse autoriteiten hebben hem verteld dat als eiser niet zou meewerken, hij zes maanden zou worden gedetineerd om vervolgens te worden uitgezet.<footnote-ref linkend="_8791d31c-29a9-4c56-bf5f-83d0124b9af3" /> Eiser verbleef in het detentiecentrum onder erbarmelijke omstandigheden. Zo werd hij mishandeld (geslagen met een stok) en had hij geen toegang tot juridische bijstand of informatie over de asielprocedure. Gelet hierop is volgens eiser sprake van een zodanige situatie dat de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid zoals beschreven in het arrest Jawo<footnote-ref linkend="_9bc30624-0ae4-4e41-bfbe-e7fece8a2d43" /> wordt bereikt. De staatssecretaris werpt hem ten onrechte tegen dat hij kon klagen over deze problemen bij de Bulgaarse autoriteiten, omdat de staatssecretaris er met dat standpunt aan voorbijgaat dat eiser in Bulgarije geen rechtsbijstand heeft ontvangen. Eiser wijst erop dat deze problemen in lijn zijn met het algemene beeld dat naar voren komt in de landeninformatie over Bulgarije, zoals het AIDA-rapport van maart 2023<footnote-ref linkend="_89709779-660c-4153-a4c6-b695f139da3b" /> en met wat verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank recentelijk hebben geoordeeld.<footnote-ref linkend="_f9cc75ab-e76c-4c3a-b460-7860a4f1ccab" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het betoog van eiser slaagt niet. De staatssecretaris stelt zich, onder verwijzing naar recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), terecht op het standpunt dat hij voor Bulgarije van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan.<footnote-ref linkend="_5cfc6048-6ccf-42b9-895d-9ba506d21faa" /> Uit deze rechtspraak volgt dat de situatie in Bulgarije niet zodanig is dat sprake is van fundamentele systeemfouten die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid zoals bedoeld in het arrest Jawo bereiken. In deze rechtspraak zijn de omstandigheden in detentie, de toegang tot rechtsbijstand vanuit detentie en de situatie in Bulgaarse opvangcentra betrokken, mede aan de hand van het door eiser aangehaalde AIDA-rapport van maart 2023. De door eiser aangehaalde uitspraken van deze rechtbank zijn van vóór deze uitspraken van de Afdeling. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding over hierover anders te oordelen dan de Afdeling. Dat eiser stelt dat hij gedwongen is om in Bulgarije vingerafdrukken af te geven, leidt niet tot de conclusie dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De staatssecretaris wijst er terecht op dat een lidstaat vingerafdrukken afneemt van elke persoon van 14 jaar of ouder die om internationale bescherming verzoekt,<footnote-ref linkend="_a71a17d2-99f1-4752-99af-fc658b094d35" /> en dat uit resultaten van een Eurodac-onderzoek blijkt dat eiser in Bulgarije een asielverzoek heeft ingediend.<footnote-ref linkend="_767ed676-1bbc-42bc-8c79-71b8059c30a1" />De pushbacks aan de Bulgaarse grenzen leiden ook niet tot een ander oordeel. Hoewel uit het AIDA-rapport blijkt dat er pushbacks plaatsvinden in Bulgarije, stelt de staatssecretaris terecht dat er in dit rapport geen concrete aanknopingspunten te vinden zijn dat ook Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks. In dat verband wijst de staatssecretaris terecht op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024,<footnote-ref linkend="_027320fd-976f-42c3-8851-94ea56424114" /> waaruit volgt dat pushbacks en bewaring aan de grens niet in de weg hoeven te staan aan een overdracht in het kader van de Dublinverordening. Dat eiser eerder te maken heeft gehad met pushbacks in Bulgarije, is dus in deze procedure niet van belang. Tot slot leidt ook de stelling van eiser dat hij in het verleden in Bulgarije is mishandeld met een stok niet tot een ander oordeel. Afgezien nog van het feit dat eiser deze stelling niet heeft onderbouwd, is niet gebleken dat eiser heeft geprobeerd om over dit incident te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten of (hoogste) rechter. De enkele stelling dat dit vanwege het gebrek aan rechtsbijstand niet mogelijk was, is onvoldoende. Eiser zou zich ook kunnen wenden tot ngo’s in Bulgarije, omdat de hulp bij klachten immers niet beperkt hoeft te zijn tot rechtsbijstand. Het is niet gebleken dat eiser van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.<footnote-ref linkend="_20e8e53a-3dbe-49eb-b08f-b9272f9a2406" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft de staatssecretaris in de medische situatie van eiser een beletsel moeten zien voor overdracht?</emphasis>
        </para>
        <para>6. Eiser heeft op zitting gesteld dat hij psychische klachten heeft vanwege zijn slechte behandeling in Bulgarije. Daarnaast heeft hij hartklachten en heeft hij daarvoor behandeling nodig. Eiser is uit Turkije vertrokken, omdat hij daar geen behandeling kon krijgen en is toen naar Bulgarije gegaan. In Bulgarije heeft hij aangegeven dat hij een behandeling wilde, maar deze heeft hij niet gekregen. De rechtbank begrijpt eisers betoog als een beroep op het arrest C.K.<footnote-ref linkend="_20f910ac-c8a0-44cf-95ce-c93001bda73c" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt niet. Uit het arrest C.K. volgt dat een Dublinoverdracht een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling met zich kan brengen indien de overdracht van een vreemdeling die psychische of lichamelijke beperkingen heeft een ernstige verslechtering van zijn gezondheidstoestand tot gevolg zal hebben. Eiser heeft alleen verklaard dat hij last heeft van psychische en hartklachten, maar heeft deze klachten niet onderbouwd, niet de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand aangetoond en ook niet uitgelegd welke aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen een overdracht voor die gezondheidstoestand zou hebben. Gelet hierop hoeft de staatssecretaris in de medische situatie van eiser geen beletsel voor overdracht te zien.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Had de staatssecretaris toepassing moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening?</emphasis>
        </para>
        <para>7. Eiser betoogt dat de staatssecretaris de behandeling van de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht aan zich had moeten trekken. Gelet op de vele pushbacks en de informatie over het tekort aan opvangplekken, getuigt de overdracht van eiser aan Bulgarije van een onevenredige hardheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Het betoog slaagt niet. Eiser verwijst in het kader van zijn beroep op artikel 17 van de Dublinverordening naar feiten en omstandigheden die hij ook in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft aangevoerd. Gelet op wat hiervoor is overwogen, mag de staatssecretaris uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft voor het overige geen bijzondere, individuele omstandigheden aangevoerd die maken dat een eventuele overdracht aan Bulgarije van onevenredige hardheid getuigt. De staatssecretaris heeft zich daarom niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat hij geen toepassing hoefde te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. De staatssecretaris heeft terecht eisers asielaanvraag niet behandeling genomen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse - Pot, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. S.M. Hampsink, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fe29f506-4c39-4bd3-a562-e665a15a2049" label="1">
    <para>Zaaknummer: NL24.13277.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2cf40250-0cfb-4dec-a309-c798ea5a85a3" label="2">
    <para>Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8791d31c-29a9-4c56-bf5f-83d0124b9af3" label="3">
    <para> Eiser verwijst naar pagina 7 van het gehoor van 8 november 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9bc30624-0ae4-4e41-bfbe-e7fece8a2d43" label="4">
    <para> HvJEU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89709779-660c-4153-a4c6-b695f139da3b" label="5">
    <para> AIDA-rapport “Country Report: Bulgaria, 2022 Update” van maart 2023. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9cc75ab-e76c-4c3a-b460-7860a4f1ccab" label="6">
    <para>Eiser wijst op Rb. Den Haag (zp Amsterdam) 7 juni 2023, zaaknummer: NL23.5324 (niet gepubliceerd), Rb. Den Haag (zp Arnhem) 2 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2454 en Rb. Den Haag (zp Den Haag) 17 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5615.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5cfc6048-6ccf-42b9-895d-9ba506d21faa" label="7">
    <para> De staatssecretaris wijst (onder meer) op ABRvS 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a71a17d2-99f1-4752-99af-fc658b094d35" label="8">
    <para> Dat staat in artikel 9, eerste lid, van de Eurodacverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_767ed676-1bbc-42bc-8c79-71b8059c30a1" label="9">
    <para> Artikel 11, onder b tot en met g, en artikel 11, aanhef en onder d, en artikel 24, derde en vierde lid, van de Verordening (EU) nr. 603/2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_027320fd-976f-42c3-8851-94ea56424114" label="10">
    <para> HvJEU 29 februari 2024, C-392/22, ECLI:EU:C:2024:195.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20e8e53a-3dbe-49eb-b08f-b9272f9a2406" label="11">
    <para> Zie in dit verband ook ABRvS 22 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1195, r.o. 3.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20f910ac-c8a0-44cf-95ce-c93001bda73c" label="12">
    <para>Hof van Justitie 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127 (<emphasis role="italic">C.K. tegen Slovenië</emphasis>).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>