<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T17:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.16016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7891">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-24T14:21:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7891 Rechtbank Den Haag , 23-05-2024 / NL24.16016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7891:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-ontv; gronden te laat; Bahaddar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7891:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.16016 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P. Guérain).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 4 april 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 3 mei 2024, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep<footnote-ref linkend="_c8ca9c5c-e685-41af-8398-b4782f3c29b3" />, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De vreemdeling die beroep instelt, moet in het beroepschrift de beroepsgronden vermelden. Dat betekent dat de vreemdeling moet uitleggen waarom hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als de vreemdeling geen beroepsgronden indient, dan geeft de rechtbank de vreemdeling eerst de gelegenheid om alsnog binnen een bepaalde termijn de beroepsgronden in te dienen. Dient de vreemdeling geen of te laat beroepsgronden in, dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren, tenzij deze termijnoverschrijding niet aan de vreemdeling valt toe te rekenen (en dus verschoonbaar is).<footnote-ref linkend="_90d885bb-dbda-424a-aede-b092ad6c0fc9" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser daarom bij bericht van 12 april 2024 verzocht om binnen één week, dus uiterlijk op 19 april 2024, de beroepsgronden alsnog in te dienen. In dit bericht is erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als eiser dit niet tijdig doet. Eiser heeft de beroepsgronden op 23 april 2024, dus na het verstrijken van de termijn, ingediend. Dat is te laat. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank laten weten dat hij de beroepsgronden te laat heeft ingediend, omdat het niet is gelukt om de zaak eerder met eiser te bespreken. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank echter geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding gegeven. Het ligt op de weg van eiser om voor zijn gemachtigde bereikbaar te zijn, zodat zijn gemachtigde tot proceshandelingen kan overgaan, te meer in de situatie dat hij weet dat beroep is ingesteld tegen een afwijzende beschikking. Doet eiser dat niet, dan komen de gevolgen daarvan voor zijn rekening en risico. De rechtbank ziet daarom aanleiding het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Moet niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven?</emphasis>
        </para>
        <para>5.	Voordat de rechtbank een beroep niet-ontvankelijk verklaart, zal zij moeten beoordelen of er aanleiding bestaat aan niet-ontvankelijkverklaring van het beroep voorbij te gaan. Dat is het geval als er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar.<footnote-ref linkend="_77f8e0dc-bb6b-4db1-b85e-60252810f099" /> Gelet op de inhoud van het dossier en wat ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de overdracht van eiser aan Duitsland onmiskenbaar zal leiden tot een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk zal behandelen en dus niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Berendsen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c8ca9c5c-e685-41af-8398-b4782f3c29b3" label="1">
    <para> Zaaknummer NL24.16017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_90d885bb-dbda-424a-aede-b092ad6c0fc9" label="2">
    <para> Dat volgt uit de artikelen 6:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 2.4, derde lid, aanhef en onder c, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_77f8e0dc-bb6b-4db1-b85e-60252810f099" label="3">
    <para> EHRM 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494 (<emphasis role="italic">Bahaddar/Nederland). </emphasis></para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>