<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T12:54:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 24.4162 en NL 24.4180</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7812">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T12:53:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7812 Rechtbank Den Haag , 27-02-2024 / NL 24.4162 en NL 24.4180</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7812:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Duitsland, beroepen ongegrond, onvoldoende individuele en bijzondere omstandigheden voor toepassing artikel 17 van de Dublinverordening</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7812:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>uitspraak</para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9e3a54d0-0927-4d0a-8337-27f18333303e" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="15fc5c53-ea21-4c3f-8b7a-758abc99c4ae" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummers: NL24.4162 en NL24.4180</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser] en [eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]</para>
      <para>mede namens hun minderjarige kinderen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1] en [minderjarige 2]</emphasis>,</para>
      <para>V-nummers: [V-nummer 3] en [V-nummer 4] , eisers (gemachtigde: mr. A.H. Hekman),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 5 februari 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 20 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de staatssecretaris. Eisers en hun gemachtigde waren niet aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van hun aanvragen in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van de besluiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 16 en 17 van de Dublinverordening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eisers voeren aan dat zij in Duitsland niet als gezin bij elkaar kunnen blijven en dat zij in Duitsland uitgezet zullen worden. Hun oudste, meerderjarige zoon verblijft in Nederland en zit in de asielprocedure. Daarnaast is in de zienswijze aangekondigd dat aanvullend stukken worden overgelegd ter onderbouwing van de gezinsband en de afhankelijkheidsrelatie met de meerderjarige zoon Marco die in Nederland verblijft, daar heeft de staatssecretaris ten onrechte niet op gewacht. Daarnaast zijn de bijzondere feiten en omstandigheden die te maken hebben met het uiteenvallen van het gezin en de onmogelijkheid om het gezin te herenigen, onvoldoende naar voren zijn gekomen tijdens de gehoren. Eisers hebben verzocht om daar aanvullend over gehoord te worden.</para>
    <para>6. De rechtbank overweegt als volgt. Ten aanzien van de gestelde afhankelijkheidsrelatie, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dublinverordening, heeft de staatssecretaris zijn besluit toereikend gemotiveerd. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de staatssecretaris een dergelijke afhankelijkheidsrelatie had moeten aannemen. Verder overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris eisers niet aanvullend heeft hoeven horen over de gestelde familieomstandigheden. In de zienswijze en beroepsgronden zijn geen concrete aanknopingspunten aangevoerd dat de staatssecretaris op dit punt onvoldoende heeft gehoord. Daarbij hebben eisers op dit punt in de beroepsprocedure geen nadere onderbouwing gegeven. Ten aanzien van het beroep van eisers op artikel 17 van de Dublinverordening, overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op wat eisers hebben aangevoerd was de staatssecretaris niet verplicht tot het toepassen van artikel 17 van de Dublinverordening. Eisers hebben hiertoe onvoldoende individuele en bijzondere omstandigheden gesteld en onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de staatssecretaris de asielaanvragen van eisers buiten behandeling heeft kunnen stellen. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4012b521-5ae6-4f55-b5e6-9c375579761a" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>1 Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>27 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="b7a8a2a3-2523-44b2-ade8-44245b2f2c09" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>