<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T09:34:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBROT:2024:5650</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 23/11173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2024:3151" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2024:3151, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7775">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T08:57:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7775 Rechtbank Den Haag , 24-04-2024 / AWB 23/11173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7775:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft aan aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier ingediend. Deze is afgewezen en eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, zonder daarbij een adres te vermelden. Eiser heeft van de door verweerder geboden herstelmogelijkheid geen gebruik gemaakt. Vraag is of het verzuim verschoonbaar is. Eiser heeft aangevoerd dat hij de herstelverzuimbrief pas een week na de verzending ervan heeft ontvangen en slechts een week (en dus onvoldoende) de tijd had om aanvullende documenten aan te leveren in het kader van de aanvraag. De herstelverzuimbrief zag echter enkel op het aanleveren van een adres om daarmee het gebrek te herstellen. Voor zover dit onduidelijk was voor eiser lag het op zijn weg om hulp te zoeken van een professional of contact op te nemen met verweerder. Eiser heeft dit niet gedaan. Dit komt voor rekening en risico van eiser. Gelet op het voorgaande heeft verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7775:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 23/11173 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. van Kersbergen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'arbeid als zelfstandige’ afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2024 in Rotterdam. Eiser heeft digitaal aan de zitting deelgenomen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt de Turkse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1974. Eiser heeft op 13 april 2023 de onderhavige aanvraag ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft op 15 augustus 2023 eiser met een herstelverzuimbrief in de gelegenheid gesteld om het bezwaarschrift binnen twee weken aan te vullen met zijn adres of het adres van zijn gemachtigde. Eiser heeft van deze herstelmogelijkheid geen gebruik gemaakt. Gelet hierop heeft verweerder op 13 september 2023 het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    <para />
    <para>3. Niet in geschil is dat eiser in zijn bezwaarschrift geen adres heeft vermeld, dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de door verweerder in dit verband geboden herstelmogelijkheid en dat er daarom sprake is van een verzuim. De vraag is of dit verzuim verschoonbaar is. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiser heeft aangevoerd dat hij de herstelverzuimbrief pas een week na de verzending ervan heeft ontvangen en bijgevolg slechts een week en daarom onvoldoende tijd had om aanvullende documenten aan te leveren in het kader van de aanvraag. Daar werd in die brief echter niet om gevraagd. Eiser heeft dus niet onderkend dat de herstelverzuimbrief enkel zag op het aanleveren van een adres om daarmee het gebrek in het bezwaarschrift te herstellen. Voor zover dit onduidelijk was voor eiser lag het op zijn weg om hulp te zoeken van een professional of contact op te nemen met verweerder. Eiser heeft dit niet gedaan. Dit komt voor rekening en risico van eiser. Eiser heeft er immers zelf voor gekozen om zonder professionele bijstand een aanvraag te doen terwijl hij de Nederlandse taal niet en de Engelse taal onvoldoende machtig is. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte het gebrek in het bezwaarschrift aan eiser tegengeworpen en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.T.M.M. Plukaard, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op <?linebreak?>24 april  2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">				de rechter is verhinderd om deze uitspraak te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>