<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-13T09:37:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.15384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7143">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-13T09:36:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7143 Rechtbank Den Haag , 07-05-2024 / NL24.15384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7143:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Kroatië, beroepsgronden te laat, Bahaddar, interstatelijk vertrouwensbeginsel, geen bijzondere kwetsbaarheid Tarakhel, arrest C.K., onevenredige hardheid, mondelinge uitspraak, beroep niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7143:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.15384</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nr.]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C.G. Matze),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 april 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 3 mei 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Oronsaye. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt eerst ambtshalve of de beroepsgronden op tijd zijn ingediend. De laatste dag voor het indienen van de beroepsgronden was 16 april 2024. De beroepsgronden zijn in het digitale dossier opgenomen op 18 april 2024. Dat is te laat en daar is tussen partijen ook geen verschil van mening over.</para>
    <para>2. Eiser heeft aangevoerd dat er sprake is geweest van een vergissing bij het berekenen van de termijn. Dat maakt niet dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de fout is gemaakt door een professioneel rechtsbijstandverlener. </para>
    <para />
    <para>3. Normaal gesproken leidt dat tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. In dit geval moet de rechtbank echter beoordelen of niet-ontvankelijkheid van het beroep vanwege de nationale procedureregels voor eiser onmiskenbaar zou leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_9a98df90-4e87-4bb1-ab76-2258e94cd0d1" /> Dat volgt uit het arrest Bahaddar.<footnote-ref linkend="_c46ccb1c-782f-49bf-8e09-0744332a380f" /> Daarvoor moet de rechtbank het beroep inhoudelijk beoordelen. </para>
    <para />
    <para>4. Uitgangspunt is dat Nederland in het algemeen erop mag vertrouwen dat Kroatië zich houdt aan de regels met betrekking tot de opvang en de procedures van asielzoekers. Dat wordt ook wel het interstatelijk vertrouwensbeginsel genoemd. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet in de landeninformatie en de jurisprudentie geen aanwijzingen dat ten aanzien van Kroatië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Dat eiser stelt dat hij, toen hij illegaal Kroatië inreisde, getuige was van pushbacks en dat hij zelf in Kroatië ook niet netjes is behandeld, betekent niet dat hij als Dublinterugkeerder niet volgens de regels zal worden behandeld. Kroatië heeft met het claimakkoord bevestigd dat hij verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Ook uit de meest recente jurisprudentie van de Afdeling<footnote-ref linkend="_797f4333-1282-498c-9042-6a44ed007d5d" /> leidt de rechtbank af dat ten aanzien van Kroatië nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan.<footnote-ref linkend="_5350b970-a039-4cd3-8da2-2eee0e3e1e77" /></para>
    <para />
    <para>6. Vervolgens is het de vraag of er in het geval van eiser aanvullende garanties nodig zijn van Kroatië op adequate opvangvoorzieningen als bedoeld in het arrest Tarakhel.<footnote-ref linkend="_f389d52e-5d18-4820-9389-97a11ff85131" /> De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat eiser bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest. Voor zover mag worden aangenomen dat eiser in Kroatië slecht is behandeld, dat hij daardoor last van zijn knie heeft gekregen en dat hij daaraan bovendien psychische klachten heeft overgehouden, kan op basis van de stukken niet worden gezegd dat er bij eiser sprake is van een zodanige bijzondere kwetsbaarheid dat de staatssecretaris aanvullende garanties moet vragen. Eiser heeft ook geen medische stukken overgelegd die zijn verklaringen onderbouwen. </para>
    <para />
    <para>7. Dan gaat de rechtbank nu in op het beroep van eiser op het arrest C.K.<footnote-ref linkend="_2334874c-1f4d-4dfd-b982-1f47b9fc35e8" /> De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of moet worden gevreesd dat overdracht van eiser aan Kroatië leidt tot onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidssituatie. Ook daarvoor geldt dat eiser geen medische onderbouwing heeft gegeven van de door hem gestelde lichamelijke en psychische klachten. Er is ook geen sprake van medische behandeling. Medische behandeling kan eiser ook in Kroatië krijgen als hij daarom vraagt.</para>
    <para />
    <para>8. Tot slot dient de rechtbank te beoordelen of overdracht van eiser aan Kroatië leidt tot onevenredige hardheid als bedoeld in artikel 17 van de Dublinverordening. Het moet dan gaan om feiten of omstandigheden die los staan van wat eiser in Kroatië stelt te hebben meegemaakt. Dat blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164. Dergelijke feiten of omstandigheden heeft eiser niet aangevoerd. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank concludeert dat niet aannemelijk is dat overdracht van eiser aan Kroatië onmiskenbaar leidt tot onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 van het EVRM. Dat leidt ertoe dat het beroep niet-ontvankelijk is.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9a98df90-4e87-4bb1-ab76-2258e94cd0d1" label="1">
    <para> Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c46ccb1c-782f-49bf-8e09-0744332a380f" label="2">
    <para> Arrest Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 19 februari 1998 in de zaak Bahaddar tegen Nederland (ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_797f4333-1282-498c-9042-6a44ed007d5d" label="3">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5350b970-a039-4cd3-8da2-2eee0e3e1e77" label="4">
    <para> Uitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f389d52e-5d18-4820-9389-97a11ff85131" label="5">
    <para> Arrest EHRM van 4 november 2014 (ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUDO02921712).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2334874c-1f4d-4dfd-b982-1f47b9fc35e8" label="6">
    <para> Arrest Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2017 (ECLI:EU:C:2017:127).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>