<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:7002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-10T10:08:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/665088 / FA RK 24-2920</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-10T10:07:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:7002 Rechtbank Den Haag , 30-04-2024 / C/09/665088 / FA RK 24-2920</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvaarding bevoegdheid artikel 12 Brussel II-ter</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:7002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 24-2920</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/665088</para>
    <para>Datum beschikking: 30 april 2024</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Aanvaarding bevoegdheid ex artikel 12 Brussel II ter</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 21 maart 2024 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN in België,</title>
    <parablock>
      <para>afdeling Antwerpen, sectie familie- en jeugdrechtbank,</para>
      <para>hierna: de rechtbank Antwerpen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende de minderjarigen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats 1] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 2] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 te [geboorteplaats 3] , Turkije.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vader] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vader,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder] ,</title>
    <parablock>
      <para>de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de beschikking van de rechtbank Antwerpen van 21 maart 2024 en het verzoek van de Belgische liaisonrechter op grond van artikel 12 van de Verordening Brussel II-ter van 20 november 2023 (Brussel II-ter), beiden door de rechtbank ontvangen via het Bureau Liaisonrechter Internationale Kinderbescherming (BLIK).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <parablock>
      <para> De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op 21 maart 2002 te Üsküdar, Turkije.</para>
      <para> Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats 1] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 2] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 te [geboorteplaats 3] , Turkije.</para>
    </parablock>
    <para> Zij zijn tevens de ouders van de jong-meerderjarige [minderjarige 4] , geboren op [geboortedag 4] 2005 te ’ [woonplaats] ;</para>
    <para> Bij vonnis van de rechtbank Antwerpen van 7 december 2023 heeft de rechtbank de volgende – voor zover hier van belang – voorlopige maatregelen bevolen:</para>
    <parablock>
      <para> gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag;</para>
      <para> adres-inschrijving en hoofdverblijf bij moeder;</para>
      <para> omgangsregeling tussen de vader en de kinderen zal uitsluitend gebeuren met begeleiding, ondersteuning en bemiddeling van de neutrale bezoekruimte van het CAW Antwerpen.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> De vader, de moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.</para>
      <para> Het gezin heeft van 2006 tot de tweede helft van 2022 in Turkije gewoond. In november 2022 zijn zij naar België vertrokken.</para>
      <para> De vrouw en de kinderen verblijven sinds 29 maart 2023 in Nederland. De man verblijft sinds 10 december 2023 in Nederland.</para>
      <para> Bij beschikking van de rechtbank in Nederland van 20 september 2023 is een voorlopige voorziening getroffen, in die zin dat is bepaald dat de kinderen voorlopig aan de vrouw zullen worden toevertrouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek </title>
    <para>De rechtbank Antwerpen verzoekt de rechtbank Den Haag (sectie Familie- en jeugd/echtscheiding) om zijn bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 Brussel II-ter uit te oefenen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 12 Brussel II-ter kan – in uitzonderlijke omstandigheden – een ten gronde bevoegd gerecht van een lidstaat op eigen initiatief het gerecht van een andere lidstaat verzoeken om zijn bevoegdheid uit te oefenen, indien de ten gronde bevoegde lidstaat van mening is dat het gerecht van een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft beter in staat is om de zaak of een specifiek onderdeel daarvan te behandelen en het in het belang van het kind is dat het andere gerecht de zaak verder in behandeling neemt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vereisten voor aanvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid gerecht</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank Antwerpen heeft zich bevoegd verklaard om over het verzoek van de vader te oordelen. Om die reden is de rechtbank Antwerpen ook bevoegd een verzoek tot overdracht van bevoegdheid te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een bijzondere band en beter in staat</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de kinderen een bijzondere band met Nederland hebben. Op grond van artikel 12 lid 4 wordt een kind geacht in de zin van lid 1 van het artikel een bijzondere band met een lidstaat te hebben indien:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> het kind na het aanhangig maken van een zaak bij het in lid 1 bedoelde gerecht zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat heeft verkregen;</para>
      <para> het kind voordien zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat had;</para>
      <para> het kind onderdaan van die lidstaat is;</para>
      <para> een van de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Uit het verzoek van de rechtbank Antwerpen is gebleken dat de kinderen sinds 29 maart 2023 met de vrouw in Nederland verblijven. Zij gaan sindsdien ook in Nederland naar school. De man en de vrouw hebben eerder in Nederland gewoond, waar in 2005 hun oudste dochter geboren is. Van 2006 tot 2022 hebben zij in Turkije gewoond, waarna zij in november 2022 naar België zijn verhuisd met het gezin. De kinderen hebben vervolgens slechts kort in België verbleven. Ook de man verblijft inmiddels (weer) in Nederland, sinds 10 december 2023, zo heeft hij blijkens het verzoek van de rechtbank Antwerpen ter zitting van 29 februari 2024 erkend. Gelet hierop hebben de kinderen naar het oordeel van de rechtbank een bijzondere band met Nederland en is de Nederlandse rechtbank beter in staat om te oordelen over de verzoeken. De verzoeken zien immers onder andere op de hoofdverblijfplaats van de kinderen en omgang met de kinderen, hetgeen zal gaan plaatsvinden in Nederland, nu alle partijen in Nederland wonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De aanvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het voorgaande en het doel dat met het verzoek is beoogd, is de rechtbank van oordeel dat overdracht van de bevoegdheid in het belang van de kinderen is. De rechtbank zal haar bevoegdheid inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 12 Brussel II-ter in het belang van de kinderen aanvaarden.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank merkt hierbij op dat deze beslissing een overdracht van bevoegdheid inhoudt, doch <emphasis role="bold underline">niet</emphasis> een overdracht van de zaak. Het is aan partijen om een procedure te starten bij de rechtbank Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>aanvaardt de bevoegdheid overeenkomstig artikel 12 Brussel II-ter ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid over de kinderen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats 1] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 2] , Turkije;</para>
      <para> [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 te [geboorteplaats 3] , Turkije.v</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2024</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>