<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T09:05:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23_935</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:700">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-23T15:09:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:700 Rechtbank Den Haag , 23-01-2024 / 23_935</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:700:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking en terugvordering van subsidie voor praktijkleren. Eiseres heeft niet voldaan aan de subsidievoorwaarden, onder meer doordat zij niet beschikt over de vereiste begeleidingsadministratie. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:700:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/935 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] B.V., uit Den Haag, eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: N. van der Harst),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Ghanem).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de gedeeltelijke intrekking en terugvordering van een subsidie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het besluit van 19 april 2022 heeft verweerder besloten de vaststelling van de subsidie in te trekken en een bedrag van € 3.422,40 aan onverschuldigd betaalde subsidie terug te vorderen. Met het bestreden besluit van 21 december 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2023 op zitting behandeld. Namens eiseres is verschenen [naam] bestuurder, bijgestaan door zijn gemachtigde.  Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres ontving een subsidie om een mbo-student (de deelnemer) een praktijkleerplaats te bieden. Op basis van een controle heeft verweerder geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de Subsidieregeling praktijkleren (de Regeling). Daarbij gaat het om de verplichting een begeleidingsadministratie bij te houden<footnote-ref linkend="_f29318b3-fc9e-4370-998d-997ea42cacae" /> en om het vereiste dat de deelnemer is ingeschreven als student<footnote-ref linkend="_8a5d9535-f4eb-4a7f-8a84-2ee7ada52e26" />. Daarom heeft verweerder besloten tot intrekking van de subsidie en tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres in beroep?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres vindt het niet redelijk dat de subsidie wordt ingetrokken, terwijl de deelnemer wel op de werkvloer is begeleid en daarvan ook een administratie is bijgehouden. Die administratie werd aan de deelnemer meegegeven, omdat hij deze op school aan zijn stagebegeleider moest geven. Het is eiseres niet bekend of de deelnemer de administratie ook aan de stagebegeleider heeft gegeven. De school kon die administratie in ieder geval niet aanleveren. Dat de deelnemer zich per 20 april 2021 als student had uitgeschreven hoorde eiseres pas op 12 juli 2021 van de school. De deelnemer heeft tot die tijd begeleiding gekregen. Er is te goeder trouw gehandeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De relevante regels staan in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen besluiten tot gedeeltelijke intrekking van de verleende subsidie en tot terugvordering van een bedrag van € 3.422,40. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dat heeft.  <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Was verweerder bevoegd om de subsidie in te trekken en terug te vorderen?</bridgehead>
    <para>6. Eiseres heeft geen administratie aan verweerder kunnen verstrekken waaruit blijkt dat de deelnemer is begeleid. Zij heeft loonstroken van de deelnemer overgelegd, maar die bevatten niet de benodigde (inhoudelijke) informatie over de begeleiding. Deze begeleidingsadministratie is wel verplicht en moet ten minste vijf jaar worden bewaard.<footnote-ref linkend="_effb3ebd-d821-48bc-970f-f11bae87156a" /> Omdat de deelnemer op 20 april 2021 met de opleiding is gestopt, wordt vanaf dat moment niet voldaan aan het vereiste dat alleen subsidie kan worden verleend als de deelnemer als student is ingeschreven.<footnote-ref linkend="_d8169f55-9849-4958-b7ac-7578d1bd081f" /> Verweerder heeft daarom op goede gronden vastgesteld dat eiseres niet aan de subsidievoorwaarden heeft voldaan. Verweerder is gelet hierop bevoegd de subsidie in te trekken en onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terug te vorderen.<footnote-ref linkend="_717a827d-558b-46d6-9f16-3bc696ad145e" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mocht verweerder gebruik maken van de bevoegdheid tot intrekking en terugvordering?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gebruik heeft kunnen maken van de bevoegdheid de subsidie in te trekken en terug te vorderen. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om te zorgen voor een complete administratie. Dat betekent dat in ieder geval een kopie wordt bewaard als begeleidingsadministratie aan de deelnemer wordt meegegeven. Verweerder is niet tegemoet gekomen aan het verzoek om coulant te zijn voor de periode waarin de deelnemer was gestopt met de opleiding en eiseres dat niet kon weten. Dat is omdat ook in die periode niet is voldaan aan de voorwaarde dat de begeleidingsadministratie beschikbaar is. De rechtbank vindt dat niet onredelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de intrekking en terugvordering van de subsidie in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op</para>
      <para>23 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 4:57	</para>
    </parablock>
    <para>1. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.<?linebreak?>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 4:49</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:</para>
    <parablock>
      <para>(…)</para>
      <para>c. indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie verbonden verplichtingen.</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidieregeling praktijkleren</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 5. Subsidievoorwaarden mbo praktijkleerplaatsen	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidie op grond van artikel 4 wordt slechts verstrekt voor zover:<?linebreak?>(…)	</para>
    </parablock>
    <para>a. de mbo-student gedurende het desbetreffende studiejaar of een deel daarvan een beroepsopleiding heeft gevolgd die gericht is op het behalen van een kwalificatie die is opgenomen in het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 6.4.1 van de WEB;</para>
    <para>(…)</para>
    <para>e. de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de mbo-student blijkt en de wijze waarop de mbo-student het deel van de beroepsopleiding met betrekking tot de beroepspraktijkvorming heeft gerealiseerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 23. Verplichting</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verstrekking van subsidie is de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger de documenten, bedoeld in artikel 5, 7, 9, 9b, 9d of 11 gedurende vijf jaren bewaart na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f29318b3-fc9e-4370-998d-997ea42cacae" label="1">
    <para> Artikel 5, aanhef en onder e, en artikel 23 van de Regeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a5d9535-f4eb-4a7f-8a84-2ee7ada52e26" label="2">
    <para> Artikel 5, aanhef en onder a, van de Regeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_effb3ebd-d821-48bc-970f-f11bae87156a" label="3">
    <para> Artikel 5, aanhef en onder e, en artikel 23 van de Regeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8169f55-9849-4958-b7ac-7578d1bd081f" label="4">
    <para> Artikel 5, aanhef en onder a, van de Regeling. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_717a827d-558b-46d6-9f16-3bc696ad145e" label="5">
    <para> Artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 4:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>