<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:6377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-01T17:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 24/2032</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-29T11:13:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:6377 Rechtbank Den Haag , 29-04-2024 / AWB 24/2032</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:6377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet, niet-ontvankelijk, geen gronden ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:6377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 24/2032 V</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2024 op het verzet van</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [opposant], v-nummer: [nummer],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposante]
        </emphasis>, v-nummer: [nummer], </para>
      <para>mede namens hun minderjarige kinderen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 1]
        </emphasis>, v-nummer: [nummer],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 2]
        </emphasis>, v-nummer: [nummer],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind 3]
        </emphasis>, v-nummer: [nummer],</para>
      <para>opposanten</para>
      <para>(gemachtigde: [naam gemachtigde]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding <?linebreak?></title>
    <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzet dat opposanten hebben ingesteld tegen de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 december 2023, waarin de rechtbank het beroep van opposante kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.<footnote-ref linkend="_07aabe9d-f1a6-4981-8dcf-8bfacfffd513" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Opposanten hebben op 2 oktober 2023 beroep ingesteld tegen de besluiten van 27 september 2023, waarin de staatssecretaris de asielaanvragen van eisers niet-ontvankelijk hebben verklaard. De rechtbank heeft dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig ontvangen van de beroepsgronden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank kan daarom zonder zitting uitspraak doen en zal dat in deze zaak ook doen, omdat zij meent dat een uitspraak niet nodig is.<footnote-ref linkend="_1050d381-298a-49bb-90b1-5bb38bc4984a" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in haar uitspraak van <?linebreak?>13 december 2023 terecht heeft geoordeeld dat het beroep van opposanten kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van de beroepsgronden. </para>
    <para />
    <para>3. Het verzet is niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voldoet het verzetschrift aan de voorwaarden?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. In de wet staat dat een verzetschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Eén van de voorwaarden is dat in het verzetschrift de gronden van het verzet moeten staan.<footnote-ref linkend="_33c2dc8d-8381-4731-985b-1c2994cb9832" /> Als de gronden ontbreken, dan kan de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaren. De indiener van het verzet moet eerst wel de gelegenheid krijgen om alsnog de gronden op te sturen.<footnote-ref linkend="_cb4353a4-29fd-4a1c-ae77-3cacf93e85ee" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Opposanten hebben op 17 januari 2024<footnote-ref linkend="_1a4f0211-f294-48ef-b4af-a7169f268482" /> verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 13 december 2023.<footnote-ref linkend="_823d3780-f7cc-40b4-b118-599d086a5a31" /> In het verzetschrift hebben opposanten de rechtbank verzocht om de termijn voor het indienen van de verzetsgronden te verlengen met zes weken. De rechtbank heeft op 13 februari 2024 opposanten verzocht om de verzetsgronden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken aan de rechtbank toe te sturen. Hierna hebben opposanten met de brief van 19 februari 2024<footnote-ref linkend="_e4bbd108-2d5b-443a-a60d-bef167e8594f" /> de rechtbank nogmaals verzocht om de termijn om de verzetsgronden in te dienen te verlengen met vier weken, wegens ziekte van ‘belanghebbende’. De rechtbank heeft opposanten op 29 februari 2024 laten weten onvoldoende reden te zien om de termijn om verzetsgronden in te dienen met vier weken te verlengen. De rechtbank heeft opposanten tot 12 maart 2024 de tijd gegeven om de verzetsgronden in te dienen. Op 12 maart 2024<footnote-ref linkend="_7d93ad65-73f6-4c64-8c7e-b8373fe2438d" /> hebben opposanten de rechtbank om vier weken uitstel verzocht voor het indienen van de verzetsgronden vanwege ziekte van ‘belanghebbende’ en omdat opposanten wachten op een voor de verzetsprocedure essentiële verklaring van het Braziliaanse Consulaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat opposanten voldoende gelegenheid hebben gekregen om de gronden van het verzet (alsnog) op te sturen en stelt vast dat opposanten dit niet hebben gedaan. Zonder nadere toelichting, en die ontbreekt, valt niet in te zien dat een verklaring van het Braziliaanse Consulaat essentieel is voor de verzetsprocedure, dat immers uitsluitend ziet op de vraag of de rechtbank het beroep van opposanten terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank ziet in dat wat opposanten hebben aangevoerd geen verschoonbare redenen voor (verdere) termijnoverschrijding en verklaart het verzet dan ook niet-ontvankelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de uitspraak van 13 december 2023 niet verandert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>S. Voolstra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_07aabe9d-f1a6-4981-8dcf-8bfacfffd513" label="1">
    <para> De rechtbank heeft in de uitspraak van 13 december 2023 toepassing gegeven aan artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1050d381-298a-49bb-90b1-5bb38bc4984a" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55, vierde lid Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33c2dc8d-8381-4731-985b-1c2994cb9832" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 6:5 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb4353a4-29fd-4a1c-ae77-3cacf93e85ee" label="4">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:55, tweede lid, in samenhang gelezen met artikel 6:6 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a4f0211-f294-48ef-b4af-a7169f268482" label="5">
    <para> De rechtbank stelt vast dat op de brief van opposanten per abuis het verkeerde jaartal is genoemd. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_823d3780-f7cc-40b4-b118-599d086a5a31" label="6">
    <para> Rb. Gelderland, zp. Arnhem, 13 december 2023, NL23.31294 (niet gepubliceerd) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4bbd108-2d5b-443a-a60d-bef167e8594f" label="7">
    <para> Door de rechtbank ontvangen op 26 februari 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7d93ad65-73f6-4c64-8c7e-b8373fe2438d" label="8">
    <para> Door de rechtbank ontvangen op 16 maart 2024.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>