<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-22T16:40:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 23/4902</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:614">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-22T16:39:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:614 Rechtbank Den Haag , 18-01-2024 / AWB 23/4902</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:614:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ROV-maatregel, aanvullend besluit, rechtsgevolgen in stand, beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:614:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	AWB 23/4902</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] ,</para>
      <para>van Syrische nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.G. Fischer),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Jansen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 april 2023 heeft verweerder aan eiser een ROV 2-maatregel opgelegd inhoudende dat met ingang van 6 april 2023 gedurende twee weken € 12,95 van het leefgeld wordt ingehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 3 mei 2023 beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief 26 juni 2023 heeft verweerder het besluit van 6 april 2023 aangevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2023. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan eiser een ROV 2-maatregel opgelegd. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser op 5 april 2023 personeel van het COa heeft uitgescholden naar aanleiding van het niet opvolgen van de huisregels.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de gronden van beroep 3 mei 2023 betwist eiser niet dat er een incident heeft plaatsgevonden, maar voert hij aan dat verweerder heeft verzuimd de aanleiding voor het incident te geven. Daarnaast heeft verweerder niet gezegd waar het schelden uit zou hebben bestaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 26 juni 2023 heeft verweerder aangegeven dat de maatregel ook is gebaseerd op een tweede incident dat op 5 april 2023 heeft plaatsgevonden. Volgens verweerder heeft eiser op 5 april 2023 medebewoners van het AZC Zuidbroek opgejut tegen COa-medewerkers, de beveiliging en de politie. Toen de politie ter plaatse kwam, is eiser in opstand tegen de politie gekomen. Hij rende op de politie af, waarna de politie ingreep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In reactie op de aanvullende motivering van verweerder stelt eiser dat op 26 juni 2023 een nieuw besluit is genomen. Dit besluit is volgens eiser geen besluit in de zin van artikel 6;19, eerste lid, van de Awb. Met het nemen van een nieuw besluit op 26 juni 2023, heeft verweerder erkend dat het bestreden besluit van 6 april 2023 ondeugdelijk is gemotiveerd, aldus eiser. Het beroep dient daarom gegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie vooraf</emphasis>
      </para>
      <para>2. Verweerder heeft met de brief van 26 juni 2023, zoals hij in de bij de brief van 26 juni 2023 gevoegde e-mail van 26 juni 2023 stelt en ter zitting heeft toegelicht, een aanvullend besluit genomen, omdat beide incidenten die op 5 april 2023 zijn voorgevallen aan de opgelegde maatregel ten grondslag liggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat, zoals uit de formulering van de brief van 26 juni 2023 met de bijgevoegde e-mail en de ter zitting gegeven toelichting blijkt, de brief van 26 juni 2023 niet los gezien kan worden van het bestreden besluit van 6 april 2023. Het is in feite een aanvullende motivering  en geen besluit in de zin van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb<footnote-ref linkend="_613b6f0f-739f-477b-9263-30660516dc2b" /> want met de brief van 26 april 2023 wordt het besluit van 6 april 2023 niet ingetrokken, gewijzigd of vervangen. Het aanvullend besluit van 26 juni 2023 heeft geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven geroepen. Verweerder is bij de opgelegde maatregel gebleven en heeft slechts nader gemotiveerd waarom deze maatregel is opgelegd.  De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het bestreden besluit van 6 april 2023 een motiveringsgebrek kent dat verweerder met de brief van 26 juni 2023 heeft geprobeerd te herstellen. Gelet op dit motiveringsgebrek is de rechtbank reeds van oordeel dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit van 6 juni 2023 wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb vernietigd moet worden. De rechtbank zal beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven, gelet op de aanvullende motivering in de brief van 26 juni 2023.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ROV-maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit van 6 april 2023 en de aanvullende motivering van 26 juni 2023 voldoende heeft uitgelegd welke gebeurtenissen tot de maatregel hebben geleid, welke rol eiser daarbij had en wat de gevolgen daarvan waren voor de omgeving. De feiten met betrekking tot de incidenten op 5 april 2023 zijn duidelijk beschreven in eisers bewonersdossier en er waren verschillende COa-medewerkers getuige van de incidenten. Eiser heeft de incidenten ook niet betwist.</para>
        <para>De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de incidenten op 5 april 2023 de oplegging van de ROV 2-maatregel rechtvaardigen. Hetgeen eiser heeft aangevoerd over de aanleiding voor de incidenten doet hier, wat daar ook van zij, niet aan af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para>4. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, maar de rechtbank komt tot de conclusie dat dit gebrek met de aanvullende motivering van 26 juni 2023 is hersteld. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.</para>
    <para />
    <para>5. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Omdat eiser geen griffierecht heeft betaald, hoeft verweerder geen griffierecht aan hem te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit van 6 april 2023;</para>
    <para>- laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan eiser.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_613b6f0f-739f-477b-9263-30660516dc2b" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>