<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:6086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-24T10:37:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.14001</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6086">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-24T10:35:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:6086 Rechtbank Den Haag , 09-04-2024 / NL24.14001</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:6086:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewaring, procedureel rechtmatig verblijf, mondelinge uitspraak, gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:6086:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.14001 rectificatie</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2024 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S. Dobosz),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De staatssecretaris is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.<?linebreak?></para>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring</para>
    <para>- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser; tot een bedrag van € 1.200,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;</para>
    <para>- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is van Poolse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1988.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat op 29 maart 2024 aan hem de maatregel van bewaring is opgelegd, terwijl hij op dezelfde dag een aanvraag om toetsing aan EU-recht heeft ingediend.<footnote-ref linkend="_ebcc9338-1a5a-4545-8b1f-23b0f7a17492" /> Hierdoor heeft hij procedureel rechtmatig verblijf gekregen als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000. Om die reden is de bewaring onrechtmatig. </para>
    <para />
    <para>2. De staatssecretaris betwist niet dat eiser een aanvraag om toetsing aan het EU-recht heeft gedaan. Hij stelt zich op het standpunt dat dit in eisers geval echter geen procedureel rechtmatig verblijf oplevert. Daarbij wijst hij naar het besluit  van 8 oktober 2019, waarin is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht, nog niet is uitgewerkt. Dit volgt uit het arrest FS van het Hof van Justitie van de Europese Unie.<footnote-ref linkend="_1d44dbe8-eba5-4e4a-b3c7-80832bbada58" /> Eiser heeft namelijk verklaard dat hij na zijn overlevering naar Polen direct is teruggereisd naar Nederland. Hij heeft daarmee zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief beëindigd. Daarom kan er geen sprake zijn van rechtmatig verblijf in Nederland. </para>
    <para />
    <para>3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 12 november 2021<footnote-ref linkend="_3e7676eb-533c-4262-9358-cf310bd0baf3" />, geoordeeld dat een vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend om toetsing aan het EU-recht, procedureel rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000 heeft. Uit deze uitspraak volgt verder dat als een vreemdeling een aanvraag om toetsing aan het EU-recht heeft ingediend, een voorgenomen bewaring of een opgelegde bewaring niet op enige wettelijke bepaling kan worden opgelegd of voortgezet. De Afdeling overweegt daarbij dat het aan de wetgever is om desgewenst te voorzien in een wettelijke regeling van bewaring in het geval van vreemdelingen die een aanvraag om toetsing aan het EU-recht hebben ingediend.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat uit deze uitspraak volgt dat het (enkel) doen van een aanvraag om toetsing aan het EU-recht procedureel rechtmatig verblijf oplevert. Om die reden is het oordeel in deze zaak beperkt tot de vraag of een dergelijke aanvraag is ingediend. De vraag of het besluit van 8 oktober 2019 al dan niet is uitgewerkt valt hierbuiten. Eiser heeft een aanvraag gedaan om toetsing aan het EU-recht en heeft om die reden procedureel rechtmatig verblijf. Nu eiser de aanvraag heeft gedaan op dezelfde dag dat de maatregel van bewaring aan hem werd opgelegd, oordeelt de rechtbank dat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig is geweest. De vraag of het besluit van 8 oktober 2019 al dan niet is uitgewerkt is in dit verband niet van belang. Dit doet namelijk niet af aan het procedureel rechtmatig verblijf van eiser. </para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is gegrond en de maatregel van bewaring is vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig. </para>
    <para />
    <para>6. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 12 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel 12 x € 100,- (verblijf detentiecentrum) = € 1.200,-. Voor een hogere schadevergoeding dan het daartoe bepaalde standaardbedrag<footnote-ref linkend="_bcd876ed-e909-46e6-ba46-65b7298696f1" /> bestaat geen aanleiding, nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die daartoe nopen. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2024 door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.</para>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ebcc9338-1a5a-4545-8b1f-23b0f7a17492" label="1">
    <para> Dit is een aanvraag tot inschrijving voor burgers van de Unie. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d44dbe8-eba5-4e4a-b3c7-80832bbada58" label="2">
    <para> HvJEU 22 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:506 (<emphasis role="italic">FS</emphasis>).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e7676eb-533c-4262-9358-cf310bd0baf3" label="3">
    <para> ABRvS 21 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2530.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcd876ed-e909-46e6-ba46-65b7298696f1" label="4">
    <para> Zoals berekend volgens de toepasselijke normbedragen voor de vaststelling van schadevergoeding bij onrechtmatige vrijheidsontnemingen. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>