<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:5941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-23T13:20:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/664466/KG RK 24-510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5941">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-23T13:19:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5941 Rechtbank Den Haag , 23-04-2024 / C/09/664466/KG RK 24-510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5941:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen. Een beslissing om niet toe te staan dat een zitting in beeld en geluid wordt opgenomen, als ook een beslissing om van een behandeling van een zaak geen regiezitting te maken zijn (procedurele) rechterlijke beslissingen die, gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, als zodanig nooit grond voor wraking kunnen vormen. Alleen als de motivering van die (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat hiervan sprake is, is echter niet gesteld of gebleken. Aan de overige door verzoeker aangevoerde gronden ontbreken concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5941:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingnummer 2024/32</para>
      <para>zaak- /rekestnummer: C/09/664466 / KG RK 24-510</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 23 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.D. Gunster, </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	het schriftelijke wrakingsverzoek van 4 april 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 23/4107 tussen verzoeker en de minister van Algemene Zaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op dinsdag 2 april 2024 ontving ik om 14:48 uur via Zivver een brief van een anonieme griffier waarin o.a. het volgende stond vermeld: ‘over het beroep met zaaknummer SGR 23/4107 BESLU V330 deel ik u het volgende mee. U hebt verzocht om de behandeling van uw verzet op de zitting van 4 april 2024 in beeld en geluid op te nemen. Ook hebt u verzocht om er een regiezitting van te maken. De rechtbank wijst uw verzoeken af.’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij wraak ik mr. M.D. Gunster op basis van de volgende wrakingsgronden:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">A) Op 9 januari 2024 schreef een anonieme griffier het volgende: ‘De rechtbank wil het beroep op 20 maart 2024 behandelen. </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">De rechter vindt dat behandeling van het beroep kan plaatsvinden via een videoverbinding.’</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze rechterlijke beslissing werd vernietigd en omgezet naar een fysieke zitting op een andere datum.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke rechter deed deze uitspraak/beslissing en welke collega-rechter heeft deze beslissing/uitspraak vervolgens vernietigd?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toen ik mij niet aan de uitspraak van een voorzieningenrechter hield ging de Staat der Nederlanden over tot het veilen van mijn huis!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">B) In de brief van de griffier van de Haagse rechtbank (d.d. 26 februari 2024, Kenmerk besluit:4334430) staat onder het kopje aanwezigheid: De rechtbank kan het beroep en het verdere verloop van de procedure alleen met partijen bespreken als die op de zitting aanwezig zijn. </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">De rechtbank raadt u daarom aan naar de zitting te gaan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 1] (raadadviseur Binnenlands Bestuur en Staatsrecht bij het kabinet van de minister-president binnen het ministerie van Algemene Zaken) (…) schreef op 24 januari 2024 </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">namens de minister-president (minister van Algemene Zaken)</emphasis>
          <emphasis role="italic"> o.a. het volgende: “met dit schrijven deel ik u mee dat ik afzie van de gelegenheid om in het kader van de behandeling van het verzet te worden gehoord.”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Raadadviseur [naam 1] noteerde tevens: Betreft het verzet van [verzoeker] zaaknummer SGR 23 /</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">4107 BESLU V275</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Haagse rechtbank heeft in 2024 het zaaknummer veranderd van SGR 23/4107 BESLU </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">V275</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">naar SGR 23/4107 BESLU </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">V330!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als de andere partij (de premier en/of zijn gevolmachtigde ambtenaar van het Ministerie van Algemene Zaken) afwezig is dan kan de zitting op 4 april 2024 niet doorgaan omdat de rechter niet namens de premier en/of zijn gevolmachtigde ambtenaar het woord mag/kan voeren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Trias Politica (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">C) Op dinsdag 17 oktober 2023 stond deze zaak eerder op de rol.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. M.J.L. van der Waals en ik zagen en spraken elkaar die dag om 14:15 uur via een videoverbinding met de Haagse rechtbank en mijn huisadres.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toen ik aangaf dat ik de zitting/vergadering opnam besloot Mr. M.J.L. van der Waals om de zaak aan te houden, de verbinding werd omstreeks 14:25 uur verbroken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Van der Waals zei dat ik een verzoek kon indienen om een zitting op te kunnen nemen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 24 oktober 2023 stuurde ik om 16:41 uur de volgende e-mail naar bestuursrecht2.dhg@rechtspraak.nl</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 17/10/2023 sprak ik mijn voorkeur uit om Mr. M.J.L. van der Waals weer te zien bij de volgende zitting aangezien zij zich al had ingelezen in het dossier. </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">De rechtbank heeft haar van deze zaak afgehaald</emphasis>
          <emphasis role="italic"> waardoor een andere rechter (Mr. M.D. Gunster) zich moest inlezen (verkwisting van belastinggeld)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op mijn verzoek van 24 oktober 2023 om opnames te maken bij een volgende zitting werd pas op dinsdag 2 april 2024 afwijzend gereageerd!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn verzoek om het maken van opnames is sinds 17 oktober 2023 alleen maar urgenter geworden omdat ik na deze datum meerdere bizarre gebeurtenissen heb meegemaakt in de rechtbanken van Breda, Den Haag (Hof) en Utrecht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In Breda liet de Meervoudige Kamer in samenwerking met het Openbaar Ministerie kinderporno verdwijnen. Toen ik op 31/10/2023 de Bredase rechtbank en op 13 december 2023 het Haagse Gerechtshof wraakte stond er twee keer een turbo-wrakingskamer klaar!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">D) Raadsheer [naam 2] (een collega van Mr. M.D. Gunster) heeft aangifte tegen mij gedaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 2] was t/m 26 oktober 2023 rechter plaatsvervanger in de rechtbank van Den Haag. [naam 3] (echtgenoot van [naam 2] ) deed ook aangifte tegen mij in ‘de Zaak Coldenhove.’</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze zaak werd door het Openbaar Ministerie o.a. tegen mij opgebouwd, het begon op 19 april 2021 met een VALS aangifte-pakket van Inspecteur-generaal lJenV [naam 4] . (De oud-hoofdofficier van Justitie van Den Haag)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 4] was oud-raadadviseur “Veiligheid &amp; Recht” van Premier Rutte. Ik zag [naam 4] in zijn functie als inspecteur-generaal lJenV het departement van het Ministerie van Algemene Zaken binnenwandelen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">E) In een antwoord op een ander WOO-verzoek stuurde [naam 5] (secretaris ministerraad) namens de Minister President op 28 maart 2024 enkele documenten naar mij toe. Op een van die documenten staat: </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">**** heeft t nu over vermeende misbruikzaak [naam 6] . TKN nu”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 3] (huidige echtgenoot van raadsheer [naam 2] ) wordt door zijn ex-vrouw ( [naam 6] ) en zijn drie kinderen (waaronder ‘ [naam 7] ’) van seksueel misbruik beschuldigd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de door het Openbaar Ministerie en De Staat der Nederlanden tegen mij opgebouwde strafzaken en civiele zaak is er steeds een link naar [naam 7] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. M.D. Gunster wil een rechtszaak laten doorgaan waar de andere partij niet aanwezig is terwijl er sprake is van mogelijke schijn van belangenverstrengeling.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">F) Oud-bestuursvoorzitter van landsadvocatenkantoor Pels Rijcken [naam 8] (echtgenoot van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de Haagse raadsheer [naam 9] , een Haagse collega van Mr. M.D. Gunster)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deed in 2021 aangifte tegen mij in een strafzaak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De collega’s (uit het Haagse paleis van justitie) van Mr. Gunster hebben er belang bij dat diverse</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">documenten van het Ministerie van Algemene Zaken niet worden geopenbaard.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">G) Medewerkers van [naam 10] (Directeur Wetgeving en juridische Zaken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid) zijn betrokken bij het frustreren van mijn WOB/WOO-verzoeken. [naam 10] heeft tevens een nevenfunctie als raadsheer plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De collega’s van Mr. Gunster (uit het Haagse paleis van justitie) hebben er belang bij dat diverse</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">documenten van het Ministerie van Algemene Zaken niet worden geopenbaard.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">H) In verband met een hoger beroep-zaak, cassatie-procedure en diverse lopende (rechts)zaken wil ik inzage hebben in alle documenten en/of apps en/of memo’s en/of sms’jes etc.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dankzij de NCTv belandde ik immers in November 2021 in de gevangenis.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De NCTv lichtte [naam 11] (beveiligingsautoriteit van Premier Rutte) in en [naam 11] bracht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vervolgens premier Rutte op de hoogte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rutte machtigde [naam 11] om aangifte tegen mij te doen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 11] wist in november 2021 al dat er een ambtenaar aangifte tegen mij had gedaan. Mij is nooit bekend geworden welke ambtenaar (genoemd in Dossier Apeldoorn) aangifte tegen mij heeft gedaan. Ik correspondeerde tevens met [naam 11] over “ [naam 7] ”, zij ( [naam 7] ) komt in elke strafzaak (Coldenhove, Apeldoorn &amp; de zaak rond raadsheer/rechter [naam 2] ) voor.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Secretaris-generaal MinAZ [naam 12] is de coördinator van de NCTv, AIVD en MIVD.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 12] , raadadviseur [naam 1] , BVA [naam 11] en premier Rutte werken allemaal in hetzelfde op [adres] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 12 juni 2023 verklaarde secretaris-generaal MinAZ [naam 12] mijn bezwaar niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontvankelijk.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">SG [naam 12] is echter de coördinator van alle Inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ook van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">NCTv die mij i.s.m. premier Rutte een strafblad heeft bezorgd..</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 12] heeft er belang bij dat alles intern blijft en er niks van dit schandaal naar buiten komt. Mr. M.D. Gunster wil een rechtszaak laten doorgaan waar de andere partij niet aanwezig.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I) Ik zag secretaris-generaal MinAZ [naam 12] met [naam 13] (oud-secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie) samen lunchen. [naam 13] deed in Dossier Coldenhove aangifte tegen mij, samen met o.a. [naam 2] , [naam 3] , [naam 8] en inspecteur-generaal [naam 4] . [naam 13] mocht volgens zijn functieomschrijving (bron: staatsalmanak) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">rechters benoemen</emphasis>
          <emphasis role="italic"> &amp; de administratieve voorschriften opstellen t.b.v. griffies en de parketten en de controle op de naleving daarvan. [naam 13] was in 1993 al betrokken bij de benoemingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van 1000 rechters en aanwezig bij 750 audiënties t.b.v. de rechterlijke macht (…). Hoeveel collega’s van docent/cursusleider/rechter M.D. Gunster werden er door [naam 13] benoemd?”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar de wrakingskamer begrijpt vindt verzoeker de rechter vooringenomen, omdat hij de verzoeken van verzoeker om de behandeling van de hoofzaak op de zitting van 4 april 2024 in beeld en geluid op te nemen en om van de behandeling van de hoofdzaak een regiezitting te maken heeft afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Een beslissing om niet toe te staan dat een zitting in beeld en geluid wordt opgenomen, als ook een beslissing om van een behandeling van een zaak geen regiezitting te maken zijn (procedurele) rechterlijke beslissingen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.</para>
        <para>Alleen als de motivering van die (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat hiervan sprake is, is echter niet gesteld of gebleken. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek, voor zover het is gebaseerd op de (tussen)beslissingen, niet toewijsbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Aan de overige door verzoeker aangevoerde gronden ontbreken concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Ook daarom is het verzoek niet toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan: </para>
        <para>		•	de verzoeker;</para>
        <para>•		de wederpartij in de hoofdzaak;</para>
        <para>•	de rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier 							de voorzitter </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>