<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:5755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-22T09:25:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.11374</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5755">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-22T09:24:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5755 Rechtbank Den Haag , 16-04-2024 / NL24.11374</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5755:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 van de Dublinverordening, beroep ongegrond,</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5755:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.11374 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , eiser 1</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, eiser 2,</para>
      <para>V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]</para>
      <para>tezamen te noemen: eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.S. Yap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2024 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verschenen is voorts de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2] en de Syrische nationaliteit te hebben. Eisers hebben op 22 december 2023 asiel aangevraagd in Nederland.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw.<footnote-ref linkend="_45e27241-3a21-481a-85a7-138156f311d2" /> Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Bulgarije verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvragen, omdat eisers op 9 november 2023 in Bulgarije beiden een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend. Verweerder heeft daarom op 13 februari 2024 verzoeken om terugname gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_64142c72-38c2-40ea-89f7-b55836e75aa8" /> Op 16 februari 2024 hebben de autoriteiten van Bulgarije deze verzoeken geaccepteerd. </para>
    <para>3. Eisers voeren daartegen aan dat ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eisers verbleven in Bulgarije in zeer slechte omstandigheden. Deze omstandigheden zijn op zichzelf al een aanknopingspunt voor het oordeel dat sprake is van schending van artikel 4 van het Handvest.<footnote-ref linkend="_f62bef34-2c25-495f-b02f-9754e1a95aaa" /> Ter onderbouwing verwijzen eisers naar een uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 28 februari 2024.<footnote-ref linkend="_a24fab2e-7f2b-4251-9ce1-f333629b1bf6" /> Tot slot voeren eisers aan dat zij familie hebben in Nederland. Verweerder had hun asielaanvragen aan zich moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder mag in beginsel ten opzichte van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld in haar uitspraken van 16 augustus 2023<footnote-ref linkend="_c68c1e56-caed-411b-938c-1b91c3a4fb6c" /> en in meerdere recente uitspraken bevestigd.<footnote-ref linkend="_ae2977fc-244a-4230-87fb-2d3b1e82dfb2" /> Eisers moeten aannemelijk maken dat in hun geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Hiervoor geldt een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid.<footnote-ref linkend="_f29621fc-d0fe-4825-9a3c-079bd90dfaf0" /></para>
    <para />
    <para>5. Eisers zijn daarin niet geslaagd. In de uitspraken van de Afdeling wordt ingegaan op de opvangomstandigheden, de toegang tot medische zorg, de toegang tot rechtsbijstand en</para>
    <para>de toepassing van vreemdelingendetentie. De Afdeling komt tot de conclusie dat de situatie in Bulgarije ten aanzien van de hiervoor genoemde situaties niet zodanig slecht is dat sprake zou zijn van fundamentele systeemfouten die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid zoals bedoeld in het arrest Jawo bereiken. De Afdeling oordeelt gemotiveerd dat ten aanzien van Bulgarije wel kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eisers hebben niet onderbouwd waarom niet van dat oordeel zou kunnen worden uitgegaan. Eisers hebben evenmin gewezen op nieuwe informatie waaruit blijkt dat er in Bulgarije sprake is van systeemfouten.<footnote-ref linkend="_67eea643-12c2-444c-9e07-d450bc50366e" /> Het beroep van eisers op de uitspraak van zittingsplaats Haarlem leidt niet tot een ander oordeel omdat deze uitspraak is achterhaald met onder meer de uitspraak van de Afdeling van 29 februari 2024.<footnote-ref linkend="_9955a943-c319-497b-b19e-cff4bea48cbd" /> De rechtbank is daarom van oordeel dat ervan uit moet worden gegaan dat eisers in Bulgarije adequaat zullen worden behandeld.  </para>
    <para />
    <para>6. Van belang is verder dat eisers gereguleerd zullen worden overgedragen aan Bulgarije. De Bulgaarse autoriteiten hebben met het claimakkoord toegezegd de asielaanvragen van eisers in behandeling te nemen. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij na overdracht aan Bulgarije in een situatie van verregaande materiële deprivatie terecht zullen komen. Ook is niet gebleken dat Dublinclaimanten na overdracht te maken krijgen met pushbacks. In het geval van voorkomende problemen mag van eisers verwacht worden dat zij daarover klagen bij de Bulgaarse autoriteiten of de (hoogste) rechter in Bulgarije. Niet gebleken is dat eisers geprobeerd hebben te klagen of dat dat voor hen niet mogelijk was.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep van eisers op artikel 17 van de Dublinverordening slaagt niet. De familieband met hun gestelde familie in Nederland hebben zij niet onderbouwd. Eisers hebben verder geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd, anders dan de omstandigheden die hiervoor al zijn beoordeeld, die maken dat overdracht aan Bulgarije van onevenredige hardheid getuigt.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_45e27241-3a21-481a-85a7-138156f311d2" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_64142c72-38c2-40ea-89f7-b55836e75aa8" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f62bef34-2c25-495f-b02f-9754e1a95aaa" label="3">
    <para>Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a24fab2e-7f2b-4251-9ce1-f333629b1bf6" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:4418.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c68c1e56-caed-411b-938c-1b91c3a4fb6c" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae2977fc-244a-4230-87fb-2d3b1e82dfb2" label="6">
    <para> Zie bij voorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 8 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3424, 11 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3434, 13 oktober 2023 ECLI:NL:RVS:2023:3796, 16 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3806, 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870, 18 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1096 en 22 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1195.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f29621fc-d0fe-4825-9a3c-079bd90dfaf0" label="7">
    <para> Zie hiervoor het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie)  in de zaak Jawo van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67eea643-12c2-444c-9e07-d450bc50366e" label="8">
    <para> Als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9955a943-c319-497b-b19e-cff4bea48cbd" label="9">
    <para>ECLI:NL:RVS:2024:870.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>