<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:5725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-24T14:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/262233-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5725">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-19T16:09:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5725 Rechtbank Den Haag , 24-04-2024 / 09/262233-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5725:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2024 een 52-jarige man veroordeeld voor, kort gezegd, opzettelijke brandstichting van zijn eigen woning en mishandeling van een ter plaatse gekomen brandweerman. Psychiaters en een psycholoog hebben de verdachte onderzocht en zijn tot de conclusie gekomen dat de verdachte deze feiten heeft gepleegd onder invloed van een psychische stoornis, namelijk een ongespecificeerde schizofreniespectrum of een andere psychotische stoornis. Volgens deze deskundigen had deze stoornis invloed op de keuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van de feiten en kunnen de feiten niet aan de verdachte worden toegerekend. De rechtbank volgt deze conclusies en heeft de verdachte dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in zijn vordering.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5725:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 09/262233-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak:	24 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1971 te Voorburg,</para>
      <para>BRP-adres: [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 12 januari 2024 (pro forma) en 10 april 2024 (inhoudelijke behandeling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.C. Neelis en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij, op of omstreeks 9 oktober 2023 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, in een woning gelegen aan de [adres 1] , opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof en/of een of meerdere stukken papier en/of een of meerdere kledingstukken en/of een kapstok en/of een bankstel en/of een of meerdere goederen, althans met een brandbare stof en/of enig goed, ten gevolge waarvan een of meerdere stukken papier en/of een of meerdere kledingstukken en/of een kapstok en/of een bankstel en/of een of meerdere deuren en/of een of meerdere deurkozijnen en/of een of meerdere goederen in de woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan</para>
    </parablock>
    <para>- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning en/of de in die woning aanwezig zijnde goederen en/of de zich naast en/of onder die woning gelegen woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of</para>
    <para>- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te weten voor personen in de zich naast en/of onder die woning gelegen woningen, </para>
    <para>in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen te duchten was;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij, op of omstreeks 9 oktober 2023 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, een ambtenaar, [naam 1] (werkzaam bij de Brandweer Kazerne Leidschendam-Voorburg), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die van der [naam 1] eenmaal of meermalen te slaan tegen het hoofd en/of de schouders en/of de nek, althans tegen het lichaam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De bewijsbeslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de mishandeling niet bewezen kan worden, nu een bewezenverklaring alleen zou steunen op de verklaring van de aangever en concreet steunbewijs dat ziet op mishandeling, ontbreekt. Voorts heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen opzet had om aangever pijn of letsel toe te brengen, nu de bewegingen van de verdachte moeten worden gezien als impulsbewegingen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gebruikte bewijsmiddelen</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in de <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Bewijsoverwegingen</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de in genoemde bijlage opgenomen bewijsmiddelen volgt dat de bewezenverklaring niet alleen is gebaseerd op de aangifte, maar ook op andere bewijsmiddelen. De aangifte wordt namelijk ondersteund door een verklaring van een buurtgenoot die de verdachte op 9 oktober 2023 op zijn balkon heeft zien vechten met een brandweerman en door een beschrijving van camerabeelden waarop een strubbeling op het balkon te zien is. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte heeft geslagen tegen het hoofd, de schouders en de nek van de aangever. Daarmee acht de rechtbank ook het opzet van de verdachte bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De bewezenverklaring</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij op 9 oktober 2023 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, in een woning gelegen aan de [adres 1] , opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met meerdere stukken papier en meerdere kledingstukken en een bankstel, ten gevolge waarvan een of meerdere stukken papier en meerdere kledingstukken en een kapstok en een bankstel en meerdere deuren en meerdere deurkozijnen en meerdere goederen in de woning geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan</para>
      </parablock>
      <para>- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning en de in die woning aanwezig zijnde goederen en de naast en onder die woning gelegen woningen, en</para>
      <para>- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten voor personen in de naast en onder die woning gelegen woningen</para>
      <para>te duchten was;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij op 9 oktober 2023 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, een ambtenaar, [naam 1] (werkzaam bij de Brandweer Kazerne Leidschendam-Voorburg), gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [naam 1] eenmaal of meermalen te slaan tegen het hoofd en de schouders en de nek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en dat hij op grond daarvan dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend gelet op de adviezen in de rapporten van de deskundigen. Zij heeft verzocht om de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een Pro Justitia rapport van psychiaters B. van der Hoorn en E. Henselmans (hierna: de psychiaters) van 21 december 2023. De psychiaters hebben geconcludeerd dat de verdachte lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis. Ten tijde van de tenlastegelegde feiten was volgens de psychiaters sprake van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld dat de keuzes en gedragingen van de verdachte toen heeft bepaald. De verdachte dacht op dat moment bijvoorbeeld dat zijn kat een drone was. De psychiaters komen dan ook tot het advies om de verdachte de hem tenlastegelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op een Pro Justitia rapport van GZ-psycholoog G.J.W. Pol (hierna: de psycholoog) van 29 december 2023. De psycholoog heeft geconcludeerd dat er bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis in de zin van een ongespecificeerde psychotische stoornis, thans in remissie. Ten tijde van het tenlastegelegde leed de verdachte volgens de psycholoog aan deze stoornis. In die waanbeleving was de verdachte ervan overtuigd dat hij werd achtervolgd, dat ze hem moesten hebben, dat het in zijn huis niet veilig was en dat hij zich hiertegen moest verdedigen. Het handelen en denken van de verdachte werden volledig bepaald door de op dat moment aanwezige paranoïde-psychotische waanbelevingen. De psycholoog heeft geadviseerd om de tenlastegelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen aan de verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De conclusies en adviezen van de psycholoog en de psychiaters worden gedragen door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank legt die conclusies daarom mede aan haar oordeel over de strafbaarheid en de toerekeningsvatbaarheid ten grondslag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend wegens de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, namelijk een ongespecificeerd schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. De verdachte is daarom niet strafbaar. De rechtbank zal de verdachte dan ook ontslaan van alle rechtsvervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De vordering van de benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 2] heeft zich namens Stichting WoonInvest als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en heeft een schadevergoeding van ongeveer € 60.000,- gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De standpunten</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zowel de raadsvrouw als de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, reeds omdat de verdachte ter zake van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en aan hem geen maatregel zal worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de eendaadse samenloop van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte niet strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontslaat de verdachte ter zake van alle rechtsvervolging</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. I.C. Kranenburg,							voorzitter,</para>
      <para>mr. S.M. Krans,							rechter,</para>
      <para>mr. B.J. van de Griend,							rechter	</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.A. Goldstoff,				griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 april 2024.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bijlage I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gebruikte bewijsmiddelen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023317090, van de politie eenheid Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 10 april 2024, voor zover inhoudende</emphasis>:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>U vraagt mij wat ik me van de brandstichting op 9 oktober 2023 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, in mijn woning aan de [adres 1] kan herinneren. Ik kan mij de brandstichting herinneren. Ik heb papiertjes in brand gestoken en daarna de banken. Toen ging het allemaal branden. Ook heb ik iets met jassen in brand gestoken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 1] [woonplaats] ), opgemaakt op 1 november 2023, voor zover inhoudende (p. 98 en 101):</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie [adres 1] , [woonplaats] .</para>
      <para>Via de interne politie-informatiesystemen las ik dat op 9 oktober 2023 op voornoemd adres een brand in een woning had gewoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gemeen gevaar voor goederen</emphasis>. </para>
      <para>In deze casus was er een gemeen gevaar voor goederen ontstaan en te duchten, mede omdat: </para>
    </parablock>
    <para>- er (rook)schade ontstaan was aan de woning;</para>
    <para>- indien de brand niet door tijdig ingrijpen van de brandweer geblust was, (rook)schade aan dakgoten groter zou zijn geweest; </para>
    <para>- naast gelegen woningen hierdoor (rook)schade zou kunnen hebben opgelopen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Levensgevaar voor personen</emphasis>.</para>
      <para>In deze casus was er (levens)gevaar voor personen te duchten, mede omdat: </para>
    </parablock>
    <para>- indien de aanwezige bewoners niet tijdig hun woning hadden verlaten, deze personen </para>
    <para>(zwaar)gewond of letsels hadden kunnen oplopen als gevolg van de brand (rookgassen); </para>
    <para>- gezien de brand had gewoed in een portiekflat en het portiek de enige vluchtweg was </para>
    <para>voor de aanwezige bewoners. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenvatting</emphasis>.</para>
      <para>Samengevat kan gesteld worden dat: </para>
    </parablock>
    <para>- een brand had gewoed in de ganghal van het appartement; </para>
    <para>- gezien de inbrandingen, verspreid op de vloer, een brandlast had gelegen; </para>
    <para>- deze brandlast onder andere bestond uit papier en kledingen; </para>
    <para>- een technische brandoorzaak werd uitgesloten;</para>
    <para>- gezien de bevindingen de hypothese opzettelijke brandstichting meer steun vindt in deze casus;</para>
    <para>- in deze casus gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen te duchten was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , opgemaakt op 9 oktober 2023, voor zover inhoudende (p. 41-44):</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Plaats delict: Voorburg, binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg.</para>
      <para>Pleegdatum: 9 oktober 2023.</para>
      <para>Achternaam: [naam 1]</para>
      <para>Voornamen: [naam 1]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 oktober 2023 kregen wij via de omroep in de kazerne van een brand in de woning. Ik ben werkzaam bij de Brandweer Kazerne Leidschendam-Voorburg. Ik kwam samen met mijn bevelvoerder en de andere manschappen aan. Ik ben met mijn collega naar boven gegaan. De man was op het balkon gezien. Toen ik de deur open deed laaide het vuur weer op. Ik ben toen meteen begonnen met blussen. Ik ben doorgelopen naar het balkon. Hij stond in de [naam 1] van het balkon. Ik pakte de man vast, om hem van de verhoging af te halen. Ik dacht echt dat hij zou springen. Op het moment dat ik hem vast pakte zag ik dat de man mij begon te slaan. Ik voelde klappen tegen mijn helm, masker en schouder. Ik voelde hierdoor pijn. Het voelde alsof ik met mijn hoofd heel hard [stootte]. Ik voelde dit vooral in mijn nek. Door de klap op de helm, voelde ik het door dreunen in mijn nek. Ik heb hem de woonkamer ingeduwd, doordat de man tegenstribbelde ontstond er een worsteling. </para>
      <para>Het is inmiddels een paar uur na het incident en ik voel in mijn nek nog wel een bepaalde spanning. Ik voel een trekkende spier, het is een vervelend gevoel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van bevindingen buurtonderzoek, opgemaakt op 9 oktober 2023, voor zover inhoudende (p. 84):</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 oktober 2023 werden in het kader van een buurtonderzoek met betrekking tot brandstichting op de locatie [adres 1] , [postcode 2] [woonplaats] , adressen </para>
      <para>bezocht. Wij hoorden dat de bewoner van de [adres 2] buiten gegil had gehoord en</para>
      <para>vervolgens op het balkon van de [adres 1] in Voorburg de bewoner had </para>
      <para>zien vechten met een brandweerman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van bevindingen, betreft: beelden regio 15, opgemaakt op 9 oktober 2023, voor zover inhoudende (p. 77):</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 oktober 2023 werd de politie gestuurd naar de [adres 1] in Voorburg. Hier is woonachtig: [verdachte] geboren op [geboortedag] 1971. Naar aanleiding van bovenstaand incident verschenen er camerabeelden op nieuwssite Regio15.</para>
      <para>Ik zag dat [verdachte] op een verhoging ging staan, ik zag dat de brandweerman op hem </para>
      <para>afliep. Ik zag dat de brandweerman [verdachte] vastpakte en naar beneden trok, ik zag dat er een </para>
      <para>strubbeling ontstond. Ik zag dat de brandweerman [verdachte] vervolgens het huis in trok.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>