<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:5688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-19T10:06:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.13914 en NL24.14081</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5688">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-19T10:05:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5688 Rechtbank Den Haag , 15-04-2024 / NL24.13914 en NL24.14081</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5688:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod – eerste beroep bewaring – beroepen ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5688:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.13914 en NL24.14081</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.S. Yap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 maart 2024 (bestreden besluit 1) heeft verweerder tegen eiser een</para>
      <para>terugkeerbesluit uitgevaardigd, alsmede een inreisverbod voor de duur van twee jaar.</para>
      <para>Verweerder heeft op diezelfde datum aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_140a07ee-e0fb-4b0f-aa80-cb880d8189b6" /> opgelegd (bestreden besluit 2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen het</para>
      <para>terugkeerbesluit en inreisverbod is geregistreerd onder nummer NL24.14081. Het beroep</para>
      <para>tegen de maatregel onder nummer NL24.13914. Dit laatste beroep moet tevens worden</para>
      <para>aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 10 april 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Abdulla. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Ghanese nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het bestreden besluit 1 (terugkeerbesluit en inreisverbod)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Vaststaat dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, zodat tegen hem een terugkeerbesluit moet worden uitgevaardigd. Verweerder heeft het risico op onttrekking voldoende gemotiveerd en op grond hiervan een vertrektermijn aan eiser kunnen onthouden. Ten slotte heeft verweerder niet hoeven afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod. De enkele verklaring tijdens het gehoor dat eiser niet terug wil naar Ghana en zijn verblijf in Nederland wil regelen, maakt niet dat het inreisverbod in strijd komt met artikel 8 van het EVRM of dat anderszins sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan een inreisverbod achterwege dient te blijven.<footnote-ref linkend="_9c4a0222-17ce-4b25-8c5f-babbf39f6db8" /> Van belang is hierbij dat eiser zelf jarenlang de gelegenheid heeft gehad om een (reguliere) verblijfsvergunning aan te vragen, maar dit tot op heden heeft nagelaten. De periodes dat eiser in strafrechtelijke detentie en vreemdelingenbewaring heeft gezeten hebben daaraan niet in de weg gestaan. Het stond eiser te allen tijde vrij om een dergelijke aanvraag te doen.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is dan ook ongegrond.</para>
    <para />
    <para>4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het bestreden besluit 2 (maatregel van bewaring)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden<footnote-ref linkend="_9a4a29bd-56f1-4c22-9389-0f52259ceec3" /> vermeld dat eiser:</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">3g. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten; </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_1e60630f-ed0b-451d-a748-3f83eac2621c" /> vermeld dat eiser:</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para>6. Eiser betwist in beroep enkel de zware grond 3a. Hij stelt dat hij ten tijde van zijn inreis de mogelijkheid had om te kunnen studeren in Nederland, waardoor hij op juiste wijze is binnengekomen. Eiser beschikt echter niet over een inreisstempel van het Schengengebied. Verweerder heeft hieraan het vermoeden kunnen verbinden hij niet op de voorgeschreven wijze is ingereisd. Eiser heeft niet onderbouwd dat dit wel het geval is. Verder beschikt hij niet over een paspoort. De zware grond 3a is dan ook feitelijk juist. Eiser heeft de overige gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd in beroep niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende om een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen.</para>
    <para />
    <para>7. Nu ook na ambtshalve toetsing de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is, is</para>
    <parablock>
      <para>het beroep daartegen ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding</para>
      <para>afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart de beroepen ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier</para>
      <para>weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één</para>
      <para>week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_140a07ee-e0fb-4b0f-aa80-cb880d8189b6" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c4a0222-17ce-4b25-8c5f-babbf39f6db8" label="2">
    <para> Beoordeling op grond van artikel 11, tweede en derde lid, van Richtlijn 2008/115/EG en artikel 66a,</para>
    <para>achtste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a4a29bd-56f1-4c22-9389-0f52259ceec3" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e60630f-ed0b-451d-a748-3f83eac2621c" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>