<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:5595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T10:27:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.14661 en NL24.14665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T10:26:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:5595 Rechtbank Den Haag , 12-04-2024 / NL24.14661 en NL24.14665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring – beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod – terugkeerbesluit niet gericht op rechtsgevolg – beroep inreisverbod ongegrond – beroep maatregel van bewaring ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:5595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.14661 en NL24.14665</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 maart 2024 (bestreden besluit 1) heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd, alsmede een inreisverbod voor de duur van twee jaar. Verweerder heeft op diezelfde datum aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_d3c58329-5a40-484a-b832-e525f9329dd8" /> opgelegd (bestreden besluit 2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is geregistreerd onder nummer NL24.14665. Het beroep tegen de maatregel onder nummer NL24.14661. Dit laatste beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.M. de Wit. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op geboren op [Geboortedatum] en de Moldavische nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het bestreden besluit 1 (terugkeerbesluit en inreisverbod)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat al eerder, namelijk op 17 januari 2024, aan eiser een terugkeerbesluit (zonder inreisverbod) is uitgevaardigd, dat bovendien in rechte vaststaat. De rechtbank ziet zich daarom allereerst gesteld voor de vraag of het bestreden terugkeerbesluit van 30 maart 2024 onverplicht en ten overvloede is genomen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, nu eiser niet heeft gesteld, en ook niet is gebleken, dat hij na de uitreiking van dit eerdere terugkeerbesluit het grondgebied van de Europese Unie heeft verlaten. Het bestreden besluit 1, voor zover dit het terugkeerbesluit betreft, roept dan ook geen rechtsgevolgen in het leven die niet al eerder waren ontstaan. Er is daarom in zoverre geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit betekent dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van het daartegen gerichte beroep.</para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn verweerders motivering en de daaraan ten grondslag gelegde feiten voldoende om duidelijk te maken waarom de door eiser aangevoerde omstandigheden hem geen aanleiding hebben gegeven om van het uitvaardigen van het inreisverbod af te zien. De enkele omstandigheid dat eiser in de toekomst wenst terug te komen naar Nederland, maakt niet dat het inreisverbod in strijd komt met artikel 8 van het EVRM of dat anderszins sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan een inreisverbod achterwege dient te blijven.<footnote-ref linkend="_95532122-1b53-4566-9b16-9410de781928" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het bestreden besluit 2 (maatregel van bewaring)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat sprake is geweest van een verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding, omdat hij pas na overleg met de Vreemdelingenpolitie is aangehouden.</para>
    <para />
    <para>5. Uit het proces-verbaal van de aanhouding blijkt dat de verbalisanten waren belast met een visserijcontrole. In het kader van deze niet-vreemdelingrechtelijke controle hebben zij inzage in eisers identiteitsdocument gevorderd. Eiser kon daar niet aan voldoen, waarna hij is aangehouden als verdachte van overtreding van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht. Dat er overleg is geweest met de Vreemdelingenpolitie maakt dat niet anders. De rechtmatigheid van eisers aanhouding op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht ligt overigens volgens vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_6578b50d-072f-44b7-b064-584daaa7f3ba" /> niet bij de bewaringsrechter ter toetsing voor.<footnote-ref linkend="_1168ce8e-1c4d-4b69-b880-18d1f4b5c9ba" /> De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>6. Nu ook na ambtshalve toetsing de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is, is het beroep daartegen ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van bestreden besluit 1:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart zich onbevoegd, voor zover het beroep is gericht tegen het terugkeerbesluit;</para>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond, voor zover het is gericht tegen het inreisverbod;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van bestreden besluit 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d3c58329-5a40-484a-b832-e525f9329dd8" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_95532122-1b53-4566-9b16-9410de781928" label="2">
    <para> Beoordeling op grond van artikel 11, tweede en derde lid, van Richtlijn 2008/115/EG en artikel 66a, achtste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6578b50d-072f-44b7-b064-584daaa7f3ba" label="3">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1168ce8e-1c4d-4b69-b880-18d1f4b5c9ba" label="4">
    <para> Uitspraak van 8 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2400.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>