<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:4786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T16:01:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.8867</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4786">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T16:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4786 Rechtbank Den Haag , 04-04-2024 / NL24.8867</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4786:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening, derdelander Oekraïne, Richtlijn tijdelijke bescherming. De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening gelet op recente ontwikkelingen. Deze uitspraak geldt voor 90 zaken gelijktijdig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4786:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.8867 e.a. (zie bijlage)</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 april 2024 in de zaak tussen</title>
    <para>
      <?linebreak?>90 verzoekers,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. 	Deze uitspraak gaat over de vraag of ‘derdelanders’ uit Oekraïne die daar een tijdelijk verblijfsrecht hadden, voorlopig nog tijdelijke bescherming behouden in afwachting van hun procedure bij de rechtbank. De voorzieningenrechter beslist in deze uitspraak in één keer in de zaken van een grote groep derdelanders, zodat duidelijkheid bestaat over hun rechten en plichten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. Derdelanders die na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht, kregen hier tijdelijke bescherming op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming<footnote-ref linkend="_7c7a6402-7575-4085-8ac2-1d7575173dce" />. Het gaat in deze uitspraak om de groep derdelanders die zich vóór 19 juli 2022 in de basisregistratie personen hebben ingeschreven. </para>
    <para />
    <para>3. In een uitspraak van 17 januari 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van deze groep derdelanders van rechtswege eindigt op 4 maart 2024.<footnote-ref linkend="_a58dd58d-6689-4c53-b970-47c3fee4778d" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Bij uitspraak van 28 maart 2024 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats dit oordeel gevolgd.<footnote-ref linkend="_be671261-2bb7-4956-ae9a-05832bdf5b44" /> Een aantal andere zittingsplaatsen is echter tot andersluidende oordelen gekomen en de zittingsplaats Amsterdam heeft op 29 maart 2024 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 6 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.<footnote-ref linkend="_dacef578-bea5-447b-afea-7ef5af6e1889" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling op 2 april 2024 in zes zaken een voorlopige voorziening getroffen.<footnote-ref linkend="_4d5c01c5-c015-44b8-84d2-64cf4909b090" /> In die uitspraken is gewezen op de verwijzingsuitspraak van zittingsplaats Amsterdam en de uiteenlopende en verschillende oordelen van andere zittingsplaatsen van deze rechtbank. Daarin ziet de voorzitter van de Afdeling aanleiding om de beantwoording van de prejudiciële vragen af te wachten. Om die reden is bepaald dat de betreffende vreemdelingen niet worden uitgezet en dat zij worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten, op hen van toepassing is, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft verder kennis genomen van de brief van 3 april 2024 van de staatssecretaris aan gemeenten waarin hij schrijft dat de door de voorzieningenrechter van de Afdeling getroffen voorzieningen alleen betrekking hebben op de zes betreffende vreemdelingen en dat gemeenten door kunnen gaan met het beëindigen van de opvang van andere derdelanders, zolang in individuele zaken geen ordemaatregel of voorlopige voorziening is getroffen.<footnote-ref linkend="_8ec8f9d6-d41f-430a-a059-60119bf20210" /></para>
      <para />
      <para>4. Een groot aantal derdelanders heeft bij de rechtbank Den Haag beroep ingesteld tegen het eindigen van hun tijdelijke bescherming. Velen hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om in afwachting van de beroepsprocedure een voorlopige voorziening te treffen.<footnote-ref linkend="_f4052756-9a81-49d9-bed7-bbf312ea8d66" /> Bij de zittingsplaats Arnhem zijn op dit moment verzoeken van negentig van deze derdelanders geregistreerd.<footnote-ref linkend="_ad551e05-87e9-42fc-afc3-c5fed3aacdb9" /></para>
      <para />
      <para>5. De voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris om een reactie gevraagd. Die heeft op 4 april 2024 bericht dat hij onverkort het oordeel van de Afdeling in de uitspraak van 17 januari 2024 als uitgangspunt neemt. Hij heeft echter ook kennis genomen van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 2 april 2024 en wacht het oordeel van de voorzieningenrechter van deze zittingsplaats af. Hij neemt voor het overige geen inhoudelijk standpunt in.</para>
      <para />
      <para>6. Omdat het op zeer korte termijn niet mogelijk is om op al deze verzoeken afzonderlijke beslissingen te nemen, doet de voorzieningenrechter in één uitspraak alle lopende verzoeken af. Deze uitspraak wordt vandaag gepubliceerd op rechtspraak.nl. </para>
      <para>In de bijlage bij deze uitspraak staan alle zaaknummers waarop deze uitspraak betrekking heeft. Derdelanders die een verzoek om voorlopige voorziening hebben gedaan dat aan deze zittingsplaats is toegedeeld, hebben eerder al een bevestiging ontvangen met een zaaknummer. Aan de hand daarvan kunnen zij aantonen dat deze uitspraak ook geldt voor hun procedure. Deze uitspraak zal daarnaast ook in al deze zaken individueel bekend worden gemaakt.</para>
      <para />
      <para>7. Gelet op de onder 3. tot en met 3.3 geschetste ontwikkelingen en met name het bericht van de staatssecretaris dat gemeenten de beëindiging van opvang van derdelanders kunnen voortzetten, is sprake van onverwijlde spoed in de zin van artikel 8:83, vierde lid,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat de voorzieningenrechter uitspraak zal doen zonder een zitting te houden.<footnote-ref linkend="_083a9d02-9e64-45da-9444-fe3e9e01f447" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Hierna legt hij uit hoe hij tot deze beslissing komt.</para>
      <para />
      <para>9. Hoewel deze zittingsplaats in de onder 3.1 genoemde uitspraak heeft geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders inmiddels is beëindigd, hebben zich nadien dermate veel ontwikkelingen voorgedaan dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om de verzoeken toe te wijzen en te bepalen dat verzoekers de tijdelijke bescherming behouden totdat op het door hen ingestelde beroepen is beslist. Dit komt ook overeen met de voorlopige voorziening zoals die op 2 april 2024 door de voorzitter van de Afdeling is getroffen en betekent dat verzoekers gelijk worden behandeld, ongeacht of ze een hoger beroep procedure bij de Afdeling hebben lopen, of een beroep bij deze rechtbank. </para>
      <para />
      <para>10. Het treffen van de voorlopige voorziening betekent dat verzoekers voorlopig niet uit Nederland hoeven te vertrekken, dat zij hun recht op opvang behouden en dat zij mogen blijven werken.	</para>
      <para />
      <para>11. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden voor zover verzoekers zich hebben laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst de verzoeken toe;</para>
    <para>- bepaalt dat de verzoekers worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten, op hen van toepassing is, tot uitspraak is gedaan op de beroepen;</para>
    <para>- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekers die zich hebben laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener, tot een bedrag van € 875,- per verzoeker. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P.H. Evers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE: ZAAKNUMMERS</title>
    <parablock>
      <para>NL23.24882 </para>
      <para>NL23.24885</para>
      <para>NL23.25872</para>
      <para>NL23.25879</para>
      <para>NL23.24775</para>
      <para>NL23.25275</para>
      <para>NL23.25326</para>
      <para>NL23.25336</para>
      <para>NL23.25396</para>
      <para>NL23.26065</para>
      <para>NL23.26095</para>
      <para>NL23.26164</para>
      <para>NL23.26441</para>
      <para>NL23.26559</para>
      <para>NL23.26623</para>
      <para>NL23.26630</para>
      <para>NL23.26670</para>
      <para>NL23.26716</para>
      <para>NL23.26720</para>
      <para>NL23.26810</para>
      <para>NL23.26948</para>
      <para>NL23.27101</para>
      <para>NL23.27103</para>
      <para>NL23.27181</para>
      <para>NL23.27189</para>
      <para>NL23.27201</para>
      <para>NL23.27424</para>
      <para>NL23.27462</para>
      <para>NL23.27767</para>
      <para>NL23.28130</para>
      <para>NL23.28359</para>
      <para>NL23.29197</para>
      <para>NL23.37908</para>
      <para>NL24.6325</para>
      <para>NL24.6597</para>
      <para>NL24.7326</para>
      <para>NL24.7381</para>
      <para>NL24.7384</para>
      <para>NL24.7386</para>
      <para>NL24.7543</para>
      <para>NL24.7740</para>
      <para>NL24.7746</para>
      <para>NL24.7780</para>
      <para>NL24.8421</para>
      <para>NL24.8439</para>
      <para>NL24.8441</para>
      <para>NL24.8443</para>
      <para>NL24.8445</para>
      <para>NL24.8447</para>
      <para>NL24.8769</para>
      <para>NL24.8771</para>
      <para>NL24.8787</para>
      <para>NL24.8831</para>
      <para>NL24.8840</para>
      <para>NL24.8842</para>
      <para>NL24.8867</para>
      <para>NL24.8902</para>
      <para>NL24.8985</para>
      <para>NL24.9069</para>
      <para>NL24.9120</para>
      <para>NL24.9161</para>
      <para>NL24.9217</para>
      <para>NL24.9251</para>
      <para>NL24.9267</para>
      <para>NL24.9273</para>
      <para>NL24.9553</para>
      <para>NL24.9563</para>
      <para>NL24.9768</para>
      <para>NL24.10773</para>
      <para>NL24.10955</para>
      <para>NL24.11054</para>
      <para>NL24.11087</para>
      <para>NL24.11185</para>
      <para>NL24.11737</para>
      <para>NL24.12108</para>
      <para>NL24.12148</para>
      <para>NL24.12228</para>
      <para>NL24.12232</para>
      <para>NL24.12234</para>
      <para>NL24.12243</para>
      <para>NL24.13140</para>
      <para>NL24.13188</para>
      <para>NL24.13201</para>
      <para>NL24.13245</para>
      <para>NL24.13938</para>
      <para>NL24.13995</para>
      <para>AWB 23/10036</para>
      <para>AWB 23/10107</para>
      <para>AWB 23/10109</para>
      <para>AWB 23/10190</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7c7a6402-7575-4085-8ac2-1d7575173dce" label="1">
    <para> Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a58dd58d-6689-4c53-b970-47c3fee4778d" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be671261-2bb7-4956-ae9a-05832bdf5b44" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:4375.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dacef578-bea5-447b-afea-7ef5af6e1889" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:4394.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d5c01c5-c015-44b8-84d2-64cf4909b090" label="5">
    <para> Onder meer ECLI:NL:RVS:2024:1366.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ec8f9d6-d41f-430a-a059-60119bf20210" label="6">
    <para> Kenmerk 5377685.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f4052756-9a81-49d9-bed7-bbf312ea8d66" label="7">
    <para> Dat maakt in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad551e05-87e9-42fc-afc3-c5fed3aacdb9" label="8">
    <para> Sommige derdelanders hebben meerdere procedures tegelijk lopen. In dat soort gevallen volstaat de voorzieningenrechter met uitspraak in één van deze procedures.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_083a9d02-9e64-45da-9444-fe3e9e01f447" label="9">
    <para> Artikel 8:83, vierde lid, van de Awb maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>