<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:4582</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-16T10:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.257 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4582">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4582</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-03T10:27:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4582 Rechtbank Den Haag , 02-04-2024 / NL24.257 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4582:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4582:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.257 V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [opposant] , opposant</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Jankie).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 27 december 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 7 februari 2024 heeft de rechtbank dat beroep, zonder zitting,  ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzet op 19 maart 2024 op zitting behandeld. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Herlaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond geacht. Opposant is het hier niet mee eens en heeft verzet gedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt opposant?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Opposant herhaalt de beroepsgronden en voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat deze niet in lijn is met uitspraken van andere zittingsplaatsen over dezelfde punten. Opposant stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Kroatië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verzet ziet op de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het beroep van opposant. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in verzet beperkt is tot de vraag of er terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de rechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.<footnote-ref linkend="_6a4618a0-82c0-4555-bdc6-4991a29b952b" /></para>
    <para />
    <para>4. Wat opposant in verzet heeft aangevoerd is grotendeels een herhaling van het beroep. Dat andere zittingsplaatsen anders oordelen over dezelfde rechtsvragen, levert geen twijfel op over de uitkomst van het beroep, temeer nu de uitkomst van het beroep in lijn is met de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië.<footnote-ref linkend="_fe4c23c1-7e18-44a5-8e28-e201e26ca156" /> Voor zover opposant een beroep op het gelijkheidsbeginsel doet, overweegt de rechtbank dat onvoldoende is geconcretiseerd in vergelijking met wie en op welke punten opposant ongelijk behandeld wordt. De rechtbank oordeelt dat een zitting de uitkomst niet anders zou hebben gemaakt. Gelet op de feiten en omstandigheden is niet ten onrechte overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <para>5. Het verzet tegen de buitenzitting-uitspraak is ongegrond</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6a4618a0-82c0-4555-bdc6-4991a29b952b" label="1">
    <para> Zie ook de uitspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, over het beoordelingskader in verzet, <emphasis role="underline">ECLI:NL:RVS:2020:1842 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RVS:2020:1842)</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe4c23c1-7e18-44a5-8e28-e201e26ca156" label="2">
    <para> 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>