<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:4580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-16T09:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.596</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4580">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-03T10:17:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4580 Rechtbank Den Haag , 02-04-2024 / NL24.596</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4580:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wijziging doel verblijfsvergunning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4580:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.596 (beroep) en NL24.601 (voorlopige voorziening)</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E.S. Fakili).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor het wijzigen van het doel van zijn verblijfsvergunning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft op 28 maart 2023 een wijziging van zijn verblijfsvergunning aangevraagd naar humanitair niet-tijdelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2023 afgewezen en een terugkeerbesluit opgelegd. Met het bestreden besluit van 4 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Aan hem is een verblijfsvergunning in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel verleend. Eiser heeft gevraagd het doel van deze verblijfsvergunning te wijzigen naar het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser geen paspoort heeft overgelegd. In bezwaar heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat hij als minderjarige illegaal naar Nederland is gekomen en afhankelijk was van een volwassene om documenten voor hem te regelen. Ook is hij uitgebuit door de pleegvader van het pleeggezin waar hij verbleef. Verweerder had hem op grond van deze bijzondere omstandigheden vrij moeten stellen van het paspoortvereiste. Verder woont eiser in Nederland samen met zijn vriendin en hebben zij trouwplannen. Daarnaast is eiser eigenaar van een restaurant. Het besluit van eiser is daarom in strijd met artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_ad6ddf7f-6550-40c3-8d90-b13b280652d2" /> Eiser had deze omstandigheden graag met verweerder besproken tijdens een hoorzitting. Verweerder heeft eiser ten onrechte niet gehoord. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Paspoortvereiste</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Bij toepassing van artikel 3.72 van het Vb<footnote-ref linkend="_d05ca890-0fa9-4adc-8464-87108cb19f54" /> heeft verweerder beoordelingsruimte en moet de rechtbank de beoordeling terughoudend toetsen.<footnote-ref linkend="_8c27c983-1ed1-41e2-a8f5-641d9c116e92" /> Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het paspoortvereiste. Hiertoe overweegt de rechtbank dat eiser op de zitting heeft aangegeven dat hij via een vriend van zijn vader bezig is om een identiteitskaart te verkrijgen, waarmee hij vervolgens bij de Pakistaanse ambassade een paspoort aan kan vragen. Niet uitgesloten is dus dat eiser van de Pakistaanse autoriteiten een paspoort kan verkrijgen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank daarom op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld.<footnote-ref linkend="_136a2398-e3f7-4234-adcd-8131a027f30e" /> Voor een vrijstelling vanwege zijn illegale inreis als minderjarige en de omstandigheden die hebben geleid tot de verlening van zijn verblijfsvergunning op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien. </para>
    <para />
    <bridgehead role="underline">8 EVRM</bridgehead>
    <para>5. Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft daaraan ten grondslag mogen leggen dat eiser wist dat zijn verblijfsrecht tijdelijk zou zijn en slechts voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek naar de arbeidsuitbuiting waar hij aangifte van heeft gedaan, dat eiser geboren en getogen is in Pakistan en zijn banden met dat land dus sterker worden geacht dan zijn banden met Nederland. Ten aanzien van het gestelde familieleven met zijn vriendin overweegt de rechtbank dat eiser dit pas in beroep heeft aangevoerd. Daarnaast is niet bekend wie de partner van eiser is en is de relatie verder ook niet met stukken onderbouwd. Hetzelfde geldt voor de stelling dat eiser eigenaar is van een restaurant. Verweerder heeft deze belangen daarom niet in de belangenafweging hoeven betrekken. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoorplicht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder af mogen zien van het horen van eiser. Eiser heeft weliswaar verzocht te worden gehoord, maar niet concreet aangegeven welk belang hij daarbij heeft. Gelet hierop en gezien het primaire besluit en wat eiser daarover in bezwaar naar voren heeft gebracht, heeft verweerder dan ook geen twijfels hoeven hebben over het te beoordelen feitencomplex.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiser om wijziging van het doel van zijn verblijfsvergunning op goede gronden heeft afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Nu op het beroep is beslist, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit.<footnote-ref linkend="_18a53214-a529-422d-9c6b-2532c5e93545" /></para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ad6ddf7f-6550-40c3-8d90-b13b280652d2" label="1">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d05ca890-0fa9-4adc-8464-87108cb19f54" label="2">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c27c983-1ed1-41e2-a8f5-641d9c116e92" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:799. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_136a2398-e3f7-4234-adcd-8131a027f30e" label="4">
    <para> Zie artikel 3.72 van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18a53214-a529-422d-9c6b-2532c5e93545" label="5">
    <para> Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>