<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:4138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-26T09:56:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.7759, NL24.7761 en NL24.7763</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-26T09:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4138 Rechtbank Den Haag , 20-03-2024 / NL24.7759, NL24.7761 en NL24.7763</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Bulgarije, interstatelijk vertrouwensbeginsel, medische problemen, beroepen ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:4138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.7759, NL24.7761 en NL24.7763 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [Naam], </title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer], </para>
      <para>eiser 1,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>V-nummer: [Nummer 2],</para>
      <para>eiser 2,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 3]
        </emphasis>, </para>
      <para>V-nummer: [Nummer 3],</para>
      <para>eiser 3,</para>
      <para>gezamenlijk te noemen: eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen. Verweerder heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 27 februari 2024 niet in behandeling genomen omdat Bulgarije voor de behandeling daarvan verantwoordelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 15 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eisers, de gemachtigde van eisers, A. Dogan als tolk, en de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt de bestreden besluiten aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden. De uitkomst hiervan is dat de rechtbank de beroepen ongegrond verklaart. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgen en de bestreden besluiten in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>2. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_0fda5f4b-e368-4655-8587-c5012d39ac71" /> Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_44162e54-e3bd-4907-bff4-aee6f4db4065" /> In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers voeren aan dat ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Er is namelijk sprake van problemen met de opvangvoorzieningen. Eisers verwijzen<footnote-ref linkend="_667813ff-575a-44b6-9f70-ae633eceef24" /> hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 28 februari 2024, waarin is geoordeeld dat sprake is van systeemfouten in de Bulgaarse asielprocedure en opvang. In de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_88412b59-f2b4-4e96-b0a7-56681169f4f6" /> van 29 februari 2024<footnote-ref linkend="_22e36013-9ad0-4b4d-8384-a57ae408e6e9" /> is geoordeeld dat wel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, maar eisers hebben verklaard over de slechte omstandigheden. Daarnaast heeft de Afdeling onvoldoende gemotiveerd dat het mogelijk is voor asielzoekers om te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. Verder is er een risico op indirect refoulement, omdat zij vrezen te worden teruggestuurd naar Turkije en vervolgens naar Syrië. Ten slotte willen eisers bij hun oudere broer in Nederland verblijven en heeft het zoontje van eiser 1 medische problemen die niet in Turkije kunnen worden behandeld. Eisers hebben hierbij een verklaring overgelegd van de afdeling neurochirurgie van de medische faculteit van het Mersin Medische Faculteit ziekenhuis waarin wordt verklaard dat de benodigde operatie niet in dat ziekenhuis wordt uitgevoerd. Ook is het niet waarschijnlijk dat de medische problemen in Bulgarije zullen worden behandeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Uit de uitspraak van de Afdeling van 29 februari 2024 volgt dat ten aanzien van Bulgarije van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Eisers moeten daarom aannemelijk maken dat dit in hun geval niet kan. Eisers hebben hun verklaringen over de opvangvoorzieningen niet onderbouwd met documenten. De enkele stelling dat de opvang van slechte kwaliteit is en de algemene verwijzing naar de uitspraak van zittingsplaats Haarlem is onvoldoende om aannemelijk te maken dat Bulgarije zich tegenover eisers niet aan de internationale verplichtingen zal houden. Ook hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij niet kunnen klagen als er problemen ontstaan of dat de Bulgaarse autoriteiten hen niet kunnen of willen helpen. </para>
    <para />
    <para>5. De Bulgaarse autoriteiten hebben met het claimakkoord gegarandeerd dat zij de asielaanvragen van eisers in behandeling zullen nemen. Eisers hebben niet onderbouwd dat dit anders zou zijn. De enkele stelling dat zij vrezen te worden teruggestuurd naar Turkije en vervolgens naar Syrië is hiervoor onvoldoende. Nu er geen aanleiding is te oordelen dat er sprake is van systeemfouten, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling of sprake is van schending van het verbod op (indirect) refoulement.<footnote-ref linkend="_fff7e035-6974-42d5-b187-e5b1ccf80578" /></para>
    <para />
    <para>6. Eisers hebben geen informatie overgelegd over de broer bij wie ze zouden willen verblijven en evenmin aannemelijk gemaakt dat er een afhankelijkheidsrelatie tussen hen bestaat. Het beroep op artikel 16 van de Dublinverordening slaagt daarom niet. </para>
    <para />
    <para>7. Uit de verklaring van het Mersin Medische Faculteit ziekenhuis blijkt dat de behandeling van het zoontje van eiser 1 niet mogelijk is in – specifiek – dat ziekenhuis. Er is echter niet gebleken dat de behandeling niet in een ander ziekenhuis in Turkije kan worden uitgevoerd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de vereiste medische zorg niet in Bulgarije kan worden geboden of dat een behandeling alleen in Nederland mogelijk is. In de medische problemen van het zoontje heeft verweerder dus geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <para>8. Ten slotte is de gestelde intentie van eisers om asiel aan te vragen in Nederland niet relevant voor de vaststelling van de voor de asielaanvraag verantwoordelijke lidstaat. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para>9.	De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eisers krijgen om die reden geen vergoeding van hun proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0fda5f4b-e368-4655-8587-c5012d39ac71" label="1">
    <para> Verordening (EU) 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44162e54-e3bd-4907-bff4-aee6f4db4065" label="2">
    <para> Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_667813ff-575a-44b6-9f70-ae633eceef24" label="3">
    <para> Niet gepubliceerd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88412b59-f2b4-4e96-b0a7-56681169f4f6" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_22e36013-9ad0-4b4d-8384-a57ae408e6e9" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:870.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fff7e035-6974-42d5-b187-e5b1ccf80578" label="6">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de EU van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>