<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:3337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T16:07:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.5509</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2024:1814" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2024:1814, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-13T11:03:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:3337 Rechtbank Den Haag , 07-03-2024 / NL24.5509</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BZ. Eerste beroep bewaring. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.5509</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_8339e1f9-4bec-4670-935f-eef11a4ba406" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Op 6 maart 2024 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1988 en heeft de Poolse nationaliteit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontbreken verwijderingsbesluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres voert aan dat het verwijderingsbesluit ontbreekt in het dossier. Zonder verwijderingsbesluit heeft eiseres als EU<footnote-ref linkend="_7c641791-2685-43df-91ec-40169d0e2674" />-onderdaan rechtmatig verblijf, zodat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Verder verzoekt eiseres het verwijderingsbesluit buiten beschouwing te laten als dit alsnog na het indienen van de gronden van beroep wordt toegevoegd aan het digitale dossier vanwege schending van het eerlijk proces. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat het verwijderingsbesluit van 28 februari 2023 en het uitreikingsblad van dat verwijderingsbesluit op 19 februari 2024, om 11:38 uur aan het digitale dossier zijn toegevoegd. De rechtbank stelt dan ook vast dat dit voorafgaand aan het verstrijken van de termijn voor het indienen van de gronden van beroep is gedaan. Bij bericht van 15 februari 2024 is eiseres immers in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 19 februari 2024 om 17:00 uur de gronden van beroep aan het digitale dossier toe te voegen. Eiseres had derhalve nog voldoende gelegenheid om nadere gronden in te dienen na de toevoeging van het verwijderingsbesluit aan het dossier en van schending van het recht op een eerlijk proces is dan ook geen sprake. Ook het niet eerder al toevoegen van het verwijderingsbesluit aan het digitale dossier is niet in strijd met het recht op een eerlijk proces. De rechtbank acht hierbij nog van belang dat het verwijderingsbesluit en de inhoud daarvan reeds bij eiseres bekend was. Verder ligt de inhoud van dit verwijderingsbesluit niet ter toetsing voor. Nu eiseres geen gevolg heeft gegeven aan het verwijderingsbesluit is de rechtbank van oordeel dat zij onrechtmatig in Nederland is en verweerder op grond daarvan de maatregel van bewaring heeft kunnen opleggen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Als zware gronden<footnote-ref linkend="_38eb8f18-ee45-40a2-9bf2-2805727ba1ca" /> staan in de maatregel vermeld dat eiseres:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>En als lichte gronden<footnote-ref linkend="_39e7ec39-4f3f-4460-9089-7dd781ccfd5c" /> staan in de maatregel vermeld dat eiseres:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval de zware gronden 3a en 3b feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht, zodat deze aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd en de maatregel ook kunnen dragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichter middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiseres voert verder aan dat met de enkele verwijzing naar het gehoor voorafgaand aan de maatregel van bewaring verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel kan worden volstaan. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_ca03c0fe-9636-4dc6-b20e-c27ae581d2ff" /> van 5 april 2017.<footnote-ref linkend="_fecf1f6d-d54c-4f59-b1a8-86241166dcf5" /></para>
    <para />
    <para>7. Anders dan eiseres stelt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast. Daarbij heeft verweerder de medische situatie van eiseres kenbaar betrokken. Verweerder heeft daarnaast voldoende gemotiveerd dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiseres onredelijk bezwarend maken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_8ca01ca4-c27d-4660-b6cb-818b50fd214a" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8339e1f9-4bec-4670-935f-eef11a4ba406" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c641791-2685-43df-91ec-40169d0e2674" label="2">
    <para> Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38eb8f18-ee45-40a2-9bf2-2805727ba1ca" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39e7ec39-4f3f-4460-9089-7dd781ccfd5c" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca03c0fe-9636-4dc6-b20e-c27ae581d2ff" label="5">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fecf1f6d-d54c-4f59-b1a8-86241166dcf5" label="6">
    <para> ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:959.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ca01ca4-c27d-4660-b6cb-818b50fd214a" label="7">
    <para> HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>