<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:3248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-12T15:26:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.30221 en NL24.10674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3248">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-12T15:23:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:3248 Rechtbank Den Haag , 12-03-2024 / NL23.30221 en NL24.10674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3248:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo. Beëindigen tijdelijke bescherming derdelanders Oekraïne per 4 maart 2024. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, in die zin dat de vreemdelingen dienen te worden behandeld als vreemdelingen die (nog) onder de werking van Richtlijn 2011/55/EG vallen, in ieder geval tot vier weken nadat op de beroepen is beslist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3248:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL23.30221 en NL24.10674</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis> en <emphasis role="bold">[verzoekster],</emphasis> verzoeker en verzoekster, samen ook verzoekers,</para>
      <para>V-nummers: [nummer] en [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr S.J. Koolen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In de besluiten van de staatssecretaris van respectievelijk 27 en 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris besloten dat de tijdelijke bescherming van verzoekster en verzoeker eindigt op 4 september 2023. De staatssecretaris heeft deze besluiten vervolgens ingetrokken. Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Deze beroepen staat bekend onder zaaknummer NL24.30220 en NL24.10758. In de besluiten van respectievelijk 7 en 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat verzoekers met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijven, dat zij de Europese Unie binnen vier weken ná 4 maart 2024 moeten verlaten en dat zij moeten terugkeren naar het land van herkomst. </para>
    <para>De staatssecretaris heeft dit terugkeerbesluit genomen omdat de tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 volgens de staatssecretaris van rechtswege eindigt na 4 maart 2024.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat zij tijdens de behandeling van hun beroepen de tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen behouden.</para>
    <para />
    <para>3. Op 6 maart 2023 heeft de voorzieningenrechter de gemachtigde van verzoekers verzocht om het spoedeisend belang toe te lichten. De gemachtigde heeft op 8 maart 2024 gereageerd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter gaat er vooralsnog van uit dat de door verzoekers eerder tegen de besluiten van 27 en 28 augustus 2023 ingestelde beroepen zich met toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ook richten tegen de besluiten van 7 en 21 februari 2024. Omdat de verzoeken kennelijk gegrond zijn doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk gegrond is.</para>
    <para>5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent deze procedure zich niet om een voorlopig oordeel te geven over de rechtmatigheid van de bestreden besluiten gelet op de rechtsvragen die samenhangen met de beroepen. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de verzoeken toe te wijzen in die zin, dat de vreemdelingen dienen te worden behandeld als vreemdelingen die (nog) onder de werking van Richtlijn 2011/55/EG vallen, in ieder geval tot vier weken nadat op de beroepen is beslist.</para>
    <para />
    <para>6. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, krijgen verzoekers ook een vergoeding voor de proceskosten. De staatssecretaris moet dit betalen. Deze vergoeding bedraagt € 875,-, omdat de gemachtigde van verzoekers een verzoekschrift heeft ingediend. De rechtbank gaat er hierbij vanuit dat het gaat om samenhangende zaken in de zin van artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>   wijst de verzoeken toe in die zin dat de vreemdelingen dienen te worden behandeld als een vreemdeling die (nog) onder de werking van Richtlijn 2011/55/EG valt, in ieder geval tot vier weken nadat op het beroep is beslist;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>   veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.E.J. Jansen, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open</emphasis>.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>