<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-15T11:28:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.427</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:323">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-15T09:55:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:323 Rechtbank Den Haag , 08-01-2024 / NL24.427</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:323:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spoed voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen feitelijke uitzetting. Zwangerschapscomplicaties, bij fit to flykeuring geen rekening gehouden met nog uit te voeren ziekenhuiscontrole. Voorlopige voorziening toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:323:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>proces-verbaal uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c1dcae71-ecd4-469a-9b7f-a213da5f1bdd" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2f90016d-4c26-4080-ac40-b145839282e0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.427</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. L. Sinoo), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 3 januari 2024 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris aan verzoekster meegedeeld dat zij op 9 januari 2024 om 11:10 uur zal worden overgedragen aan Frankrijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoekster stelt dat zij vanwege complicaties tijdens de zwangerschap op dit moment niet kan worden overgedragen aan Frankrijk. Hiertoe heeft zij een verklaring van de verloskundige van 4 januari 2024 overgelegd, waarin is vermeld dat sprake is van achtergebleven groei van de foetus, een teveel aan vruchtwater en een onregelmatige hartslag van de foetus. Op 8 januari 2024 heeft verzoekster een medische controle-afspraak in het ziekenhuis. Verzoekster stelt verder dat niet is voorzien in een medische overdracht zodat zij het risico loopt om tijdens en na de overdracht in een medische noodsituatie te geraken.</para>
    <para />
    <para>3. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat, met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 14 december 2023, in rechte vast staat dat verzoekster mag worden overgedragen. Op 7 januari 2024 is verzoekster gezien door een arts, die vervolgens een fit to fly-verklaring heeft afgegeven. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag ervan worden uitgegaan dat</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>medische zorg in Frankrijk aanwezig is. Tijdens de vlucht zal verzoekster worden begeleid door medische escorts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat er sprake is van een gecompliceerde zwangerschap. Verder is niet in geschil dat verzoekster op 7 januari 2024 een fit to fly-keuring heeft gehad en dat zij op 8 januari 2024 een controle- afspraak heeft in het ziekenhuis. Hieruit leidt de voorzieningenrechter af dat bij de keuring op 7 januari 2024 geen rekening kon worden gehouden met de resultaten van de medische controle op 8 januari 2024, waarvan de uitkomst op dit moment nog onzeker is.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, in geval van een gecompliceerde zwangerschap, de staatssecretaris gehouden is om eventuele beslissingen omtrent uitzetting of overdracht van de aanstaande moeder extra zorgvuldig te behandelen. Dat geldt zeker in het geval -zoals hier aan de orde is- dat de termijn van zes weken, waarbinnen zwangere personen niet meer per vliegtuig mogen worden uitgezet, bijna is verstreken.</para>
    <para />
    <para>6. Uit de fit to fly-verklaring van 7 januari 2024 blijkt niet dat de gecompliceerde zwangerschap bij de beoordeling is betrokken; de betreffende arts heeft immers geen kennis genomen van het medisch dossier van verzoekster. Dat de staatssecretaris voornemens is om verzoekster tijdens de vlucht te laten begeleiden door een medisch escorte, maakt dit niet anders.</para>
    <para />
    <para>7. Dat de staatssecretaris het medisch dossier van verzoekster inmiddels wel heeft gedeeld met de Franse autoriteiten, zodat men in Frankrijk op de hoogte is van de medische situatie van verzoekster, geeft de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een ander oordeel, omdat dit geen betrekking heeft op de feitelijke uitzetting van verzoekster.</para>
    <para />
    <para>8. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat, bij de huidige stand van zaken, het belang van verzoekster en haar ongeboren kind bij uitstel van de overdracht aan Frankrijk, zwaarder dient te wegen dan het belang van de staatssecretaris bij de overdracht van verzoekster en dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet hierop veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verbiedt de staatssecretaris om verzoekster over te dragen totdat op het bezwaarschrift is beslist;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten tot een bedrag van € 875,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>08 januari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="a12102a8-9c3b-4058-aa59-da0af81aa54a" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>