<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:3112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-11T08:11:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.3490</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3112">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:3112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-11T08:08:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:3112 Rechtbank Den Haag , 05-03-2024 / NL24.3490</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3112:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Duitsland, onevenredige hardheid, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:3112:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.3490 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nr.] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 januari 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 29 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 22 mei 2021 in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_efe22ecd-12d5-45c1-ae80-b0199d0c0948" /> neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_371bf272-15d2-4b6e-8e8f-def62d536fea" /> In dit geval heeft Nederland bij Duitsland op 27 december 2023 een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek op 3 januari 2024 aanvaard. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser is het oneens met het bestreden besluit en voert onder verwijzing naar artikel 17, derde lid, van de Dublinverordening aan dat overdacht aan Duitsland van onevenredige hardheid zou getuigen. Eiser motiveert dit beroep door te verwijzen naar zijn consistente verklaringen dat hij zich in Duitsland niet veilig voelt omdat hij daar bedreigd wordt en aangevallen is door leden van een criminele bende. Ook wacht eiser al lang op een inhoudelijke behandeling van zijn asielverzoek. In deze elementen, in samenhang bezien, had de staatssecretaris reden moeten zien om van overdracht aan Duitsland af te zien en eisers asielverzoek in Nederland te behandelen. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn verklaringen over de bedreigingen door een criminele bende en de ziekenhuisopname als gevolg van een aanval door deze criminelen, op geen enkele manier met documenten heeft onderbouwd. Bovendien heeft eiser verklaard dat zijn aanvallers door de Duitse politie zijn aangehouden en het land zijn uitgezet. Er is daarom voor de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat eiser door de Duitse autoriteiten niet adequaat beschermd wordt als hij daadwerkelijk wordt bedreigd. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de staatssecretaris zijn asielverzoek inhoudelijk moet behandelen, omdat hij daar al zo lang op wacht. Uit eisers verklaringen blijkt dat hij gedurende inmiddels in totaal een aantal jaren eerder in Italië, Spanje, Frankrijk en Duitsland heeft verbleven. In Duitsland is hij uitgenodigd voor een gehoor, maar daar is hij niet verschenen. Eiser heeft niet onderbouwd waarom hij geen asielbescherming heeft gevraagd in de andere landen waar hij heeft verbleven, of de mogelijkheid om zijn asielverzoek toe te lichten ongebruikt heeft gelaten.</para>
    <para />
    <para>5. In hetgeen eiser heeft verklaard en ter onderbouwing daarvan heeft overgelegd hoefde de staatssecretaris, ook in samenhang bezien, geen reden te zien om eisers asielaanvraag onverplicht van Duitsland over te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_efe22ecd-12d5-45c1-ae80-b0199d0c0948" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_371bf272-15d2-4b6e-8e8f-def62d536fea" label="2">
    <para>Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>