<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-22T10:16:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.43948 (beroep) en NL24.43949 (voorlopige voorziening)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23779">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-22T10:16:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23779 Rechtbank Den Haag , 19-12-2024 / NL24.43948 (beroep) en NL24.43949 (voorlopige voorziening)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23779:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep: ongegrond. Voorlopige voorziening: afgewezen. Aanvraag asiel bepaalde tijd. Besluit niet onzorgvuldig voorbereid. Verweerder mocht beoordeling beschermingsalternatief betrekken bij de zwaarwegendheidstoets. Niet gebleken dat eiser niet de bescherming van de autoriteiten in Senegal kon inroepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23779:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.43948 (beroep) en NL24.43949 (voorlopige voorziening)</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft op 1 november 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 7 november 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 5 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Als tolk is verschenen de heer P. Cuijpers. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
      <para>3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1984 en heeft de Senegalese nationaliteit. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. De moeder van eiser had een stuk grond dat na haar overlijden door de oom van eiser is ingepikt. Zijn oom is van plan dit stuk grond te verkopen, maar eiser is het daar niet mee eens. Daardoor wordt eiser door zijn oom met de dood bedreigd. Eisers oom zegt dat hij eiser op zijn manier zal doden. Eiser weet niet precies wat dit inhoudt, maar wijst erop dat in Senegal gebruikt wordt gemaakt van zwarte magie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas een (echt bevonden) Senegalees paspoort overgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>eisers identiteit, nationaliteit en herkomst (ook wel het eerste asielmotief); en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>eisers problemen met zijn oom vanwege het stuk grond van zijn overleden moeder (ook wel het tweede asielmotief). </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Wat betreft de problemen vanwege het stuk grond vindt verweerder dat dit element op voorhand onvoldoende zwaarwegend is om te leiden tot een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_775b7bbc-27a0-422b-9565-66a8bec25ce2" />, nu Senegal voor eiser een veilig land van herkomst is en hij effectief bescherming van de Senegalese autoriteiten kan inroepen tegen de bedreiging van zijn oom. Gelet hierop heeft verweerder de beoordeling van de geloofwaardigheid van dit element in het midden gelaten.<footnote-ref linkend="_e089d7d0-1f88-4314-b448-5fffbcc1e723" /> Vanwege het voorgaande heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.<footnote-ref linkend="_09b37370-3f98-4ca8-bac3-9d7040daaf88" /> Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod voor de duur van 2 jaar opgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen. Zo heeft eiser zonder gemachtigde zijn asielprocedure moeten doorlopen. De Raad voor de Rechtsbijstand heeft meermaals aangegeven dat er geen gemachtigde beschikbaar was op de datum dat verweerder dat wilde. Eiser heeft zo niet op de juiste manier de mogelijkheid gekregen te reageren op het voornemen met een zienswijze, correcties en aanvullingen op het gehoor te geven en heeft geen gemachtigde kunnen spreken voorafgaand aan de asielprocedure. Verweerder had voldoende andere mogelijkheden om dit te ondervangen. Verder heeft verweerder het tweede asielmotief niet juist beoordeeld. Wat betreft de beoordeling van de zwaarwegendheid van het tweede asielmotief stelt eiser dat deze toets en de toets of bescherming ingeroepen kan worden twee losse stappen zijn en dat verweerder dit onterecht in dezelfde stap heeft beoordeeld.<footnote-ref linkend="_35137c7c-9f9d-4238-beeb-22f11db04cea" /> Verder vindt eiser dat de Senegalese autoriteiten geen daadwerkelijke bescherming kunnen en willen bieden en volgens hem heeft verweerder om die reden onvoldoende gemotiveerd waarom Senegal voor eiser een veilig land van herkomst is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
      <para />
      <para>7. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft verweerder haar besluitvorming onzorgvuldig voorbereid?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>8. Los van de vraag of verweerder in dit geval de asielprocedure mocht voorzetten, ook al was er geen advocaat voor eiser voorhanden, leidt de aanvankelijke afwezigheid van een advocaat in deze procedure hoe dan ook niet tot onrechtmatigheid van het besluit. Uit het digitaal dossier volgt dat eisers gemachtigde correcties en aanvullingen op het gehoor en een zienswijze op het voornemen heeft ingediend en dat verweerder deze in haar besluitvorming heeft betrokken. Daarbij komt dat uit hetgeen eiser ter zitting naar voren heeft gebracht niet is gebleken dat er in de zienswijze andere punten naar voren zouden zijn gebracht als er eerder in de procedure een advocaat voorhanden zou zijn geweest. Eisers stelling dat hij, als er eerder een advocaat voorhanden was geweest, zijn relaas duidelijker had kunnen maken, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. </para>
      <para />
      <para>9. Gelet op het voorgaande leidt dit betoog niet tot onrechtmatigheid van het bestreden besluit. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mocht verweerder de beoordeling van het beschermingsalternatief betrekken bij de toets van de zwaarwegendheid?   </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>10. Ter zitting is gebleken dat het eiser met zijn beroepsgrond over een onjuiste (volgorde in de) beoordeling er om gaat dat de toets van de zwaarwegendheid enerzijds en het al dan niet kunnen inroepen van bescherming van de autoriteiten anderzijds ten onrechte niet van elkaar zijn onderscheiden. Hij vindt dat pas aan een beoordeling van het al dan niet kunnen inroepen van de bescherming van de autoriteiten kan worden toegekomen ná de beoordeling van de zwaarwegendheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat verweerder geen onjuiste beoordeling heeft gemaakt en in dit geval de beoordeling van het beschermingsalternatief mocht betrekken bij zijn beoordeling van de zwaarwegendheid. Verweerder heeft ter zitting terecht gesteld dat eiser zijn asielrelaas baseert op de vrees voor zijn oom. Niet is gesteld dat deze oom een overheidsactor is. In artikel 6, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn is bepaald dat een niet-overheidsactor ook een actor van vervolging of ernstige schade kan zijn, indien kan worden aangetoond dat de staat (of een partij of organisatie die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen) geen bescherming kan of wil bieden.<footnote-ref linkend="_998f8b02-1c5f-423a-887f-12dd032d9837" /> Verweerder was daarom gehouden om bij de toets van de zwaarwegendheid te beoordelen of de autoriteiten in Senegal aan eiser bescherming kunnen of willen bieden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mocht verweerder vinden dat niet is gebleken dat eiser niet de bescherming van de autoriteiten in Senegal kan inroepen? </emphasis>
        </para>
        <para>11. Verweerder mocht vinden dat niet is gebleken dat eiser niet de bescherming van de autoriteiten in Senegal kan inroepen. Daarbij heeft verweerder van belang mogen achten dat eisers stelling dat de autoriteiten hem niet willen of kunnen beschermen berust op vermoedens die hij niet nader heeft onderbouwd. Eiser heeft geen bescherming van de nationale autoriteiten ingeroepen en heeft hiertoe ook geen poging gedaan. Bovendien heeft verweerder terecht betrokken dat als de bescherming van de lagere autoriteiten niet voldoende is, het aan eiser is om zich hierover te beklagen bij de aangewezen instanties en/of hogere autoriteiten. Dat heeft eiser evenmin gedaan. In wat eiser naar voren heeft gebracht, is daarom geen grond gelegen voor het oordeel dat verweerder Senegal voor eiser niet als een veilig land heeft kunnen aanmerken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>12. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. </para>
    <para />
    <para>13. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.<?linebreak?></para>
    <para>14. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
      <para />
      <para>Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_775b7bbc-27a0-422b-9565-66a8bec25ce2" label="1">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e089d7d0-1f88-4314-b448-5fffbcc1e723" label="2">
    <para> Voor deze werkwijze beroept verweerder zich op het IB 2022/102 Afdelingsuitspraken inzake de pilot afdoen op zwaarwegendheid en paragrafen C1/4.1 en C1/4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09b37370-3f98-4ca8-bac3-9d7040daaf88" label="3">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35137c7c-9f9d-4238-beeb-22f11db04cea" label="4">
    <para> Eiser beroept zich op paragraaf C2/3.4 van de Vc. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_998f8b02-1c5f-423a-887f-12dd032d9837" label="5">
    <para> Zie ook de implementatie van deze bepaling in artikel 3.37a, aanhef en onder c, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>