<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T14:44:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 24/3219</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T14:43:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23733 Rechtbank Den Haag , 17-12-2024 / SGR 24/3219</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ZW. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Het Uwv heeft naar aanleiding van een nieuwe aanvraag de ZW-uitkering alsnog met terugwerkende kracht aan eiseres toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 24/3219 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van  17 december 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; afdeling bezwaar en beroep</emphasis>, het UWV </para>
      <para>(gemachtigde: J.S. de Vreeze).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het UWV heeft met het besluit van 27 november 2023 (het primaire besluit) de aanvraag van eiseres om een uitkering op basis van de Ziektewet (ZW) afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het bestreden besluit van 12 maart 2024 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het UWV. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Aan het bestreden besluit ging het volgende vooraf.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres is op 28 maart 2022 als schoonmaakster in dienst getreden bij [bedrijf] B.V. (werkgever) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is in eerste instantie aangegaan voor de duur van 7 maanden en liep dus tot 28 oktober 2022. Deze is vervolgens stilzwijgend verlengd met 5 maanden tot 28 maart 2023 en daarna nog een keer met 12 maanden tot 28 maart 2024.</para>
    <para />
    <para>3. Op 31 juli 2023 heeft eiseres zich bij haar werkgever ziekgemeld. </para>
    <para />
    <para>4. Op 28 september 2023 heeft de werkgever eiseres schriftelijk laten weten de arbeidsovereenkomst niet te verlengen, zodat deze zou eindigen op 29 oktober 2023. De werkgever heeft eiseres na deze datum ook niet meer uitbetaald.</para>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft vervolgens op 11 november 2023 bij het UWV een aanvraag gedaan voor een ZW-uitkering. Met het primaire besluit heeft het UWV deze aanvraag afgewezen omdat eiseres met haar werkgever een arbeidsovereenkomst heeft tot 28 maart 2024 en de werkgever volgens het UWV tot die datum een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat oordeelt de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep. Ter zitting is namelijk gebleken dat het UWV naar aanleiding van een nieuwe aanvraag de ZW-uitkering alsnog met terugwerkende kracht per 30 oktober 2023 aan eiseres heeft toegekend. </para>
    <para />
    <para>7. Uit vaste rechtspraak volgt dat pas sprake is van voldoende procesbelang als het resultaat dat eiseres met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor haar feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een slechts formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.<footnote-ref linkend="_7f0dd947-0976-459a-983e-166aba970d2e" /></para>
    <para />
    <para>8. De gemachtigde van het UWV heeft toegelicht dat de ZW-uitkering met een nieuw primair besluit aan eiseres is toegekend vanaf 30 oktober 2023 en dat deze uitkering in augustus 2024 volledig aan eiseres is nabetaald. Ook heeft de gemachtigde van het UWV ter zitting toegezegd het door eiseres voor deze beroepsprocedure betaalde griffierecht aan eiseres terug te betalen. Omdat eiseres hiermee al heeft ontvangen waar zij in deze zaak om heeft gevraagd, heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank geen belang meer bij een beoordeling van het bestreden besluit strekkende tot een afwijzing van de ZW-uitkering. De rechtbank heeft eiseres geen vragen kunnen stellen omtrent het procesbelang omdat aan de zijde van eiseres niemand is verschenen op de zitting. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>9. Uit het voorgaande volgt dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. De rechtbank zal daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.T.H. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Al-Qaq, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit </para>
      <para>vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7f0dd947-0976-459a-983e-166aba970d2e" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 5 december 2023, Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2023:2354.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>