<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-05T14:29:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/6752</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23533">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-05T14:13:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23533 Rechtbank Den Haag , 09-12-2024 / 23/6752</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23533:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft afdoende gemotiveerd dat de bewonersparkeervergunningen van eiser in dit geval mochten worden ingetrokken. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23533:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/6752 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.H.F. Bucx).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de intrekking van drie van zijn bewonersparkeervergunningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft dit besluit (het primaire besluit) op 18 april 2023 genomen. Met het bestreden besluit van 29 augustus 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser is woonachtig in de woning aan de [adres] te [woonplaats] en beschikte aanvankelijk over zes bewonersparkeervergunningen. Op 1 januari 2022 heeft in de gemeente Den Haag een beleidswijziging plaatsgevonden op grond waarvan maximaal drie parkeervergunningen per adres verleend mogen worden. Verweerder heeft daarom besloten om de 4e en volgende bewonersparkeervergunningen van eiser in te trekken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De relevante wet- en regelgeving zijn opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is het niet eens met de intrekking van zijn bewonersparkeervergunningen en betoogt dat verweerder hiermee ten onrechte een inbreuk heeft gemaakt op zijn eigendomsrecht.<footnote-ref linkend="_af956ab8-1e21-45b4-87a9-6a8cb3c9b071" /> Eiser voert daartoe in de eerste plaats aan dat verweerder deze bevoegdheid slechts heeft gebaseerd op een beleidsregel en daarom geen (formele) wettelijke grondslag voor de intrekkingen bestond. Bovendien waren de betreffende bewonersparkeervergunningen al aan eiser verleend voordat de beleidswijziging plaatsvond. Verweerder mocht deze beleidswijziging dan ook niet met terugwerkende kracht toepassen op de bewonersparkeervergunningen van eiser. Daarbij is niet gebleken dat het intrekken van de bewonersparkeervergunningen noodzakelijk was om het beoogde doel te bereiken. Het is namelijk onduidelijk of het beoogde doel van minder parkeerdruk in de gemeente door de beleidswijziging wel is behaald. Verder heeft verweerder de betreffende bewonersparkeervergunningen ook voor het jaar 2023 automatisch verlengd en hiervoor bij eiser een bedrag in rekening gebracht. Hierdoor is bij eiser het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaan dat de beleidswijziging in zijn geval niet van toepassing zou zijn. Dit maakt dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het vertrouwensbeginsel door de betreffende bewonersparkeervergunningen alsnog in te trekken. Bovendien heeft verweerder zich schuldig gemaakt aan discriminatie door de bewonersparkeervergunningen zonder enige vorm van compensatie op willekeurige wijze in te trekken. Eiser stelt in dit verband aan de orde dat bewoners van een straat verder wel hun bewonersparkeervergunningen hebben behouden terwijl hun parkeerplaatsen ook door dagjesmensen kunnen worden gebruikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Nog daargelaten de vraag of een parkeervergunning kan worden aangemerkt als een eigendomsrecht zoals bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd dat de bewonersparkeervergunningen van eiser in dit geval mochten worden ingetrokken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (de Verordening) die verweerder de bevoegdheid geeft om een bewonersparkeervergunning in te trekken, is gebaseerd op verschillende artikelen uit de Gemeentewet<footnote-ref linkend="_99abbcdb-661d-45ea-9478-83b85d882c4a" /> en de Wegenverkeerswet 1994<footnote-ref linkend="_d69a3631-bcc6-4c1c-8672-b7cc68a488f8" />. Dit zijn formele wetten. Anders dan eiser heeft betoogd, bestaat voor de intrekking van de bewonersparkeervergunningen dus wel degelijk een formele wettelijke grondslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Verder heeft verweerder in het bestreden besluit toegelicht dat door de stijging van het aantal bewoners en auto’s in de gemeente Den Haag de openbare parkeerruimte steeds meer onder druk komt te staan. Verweerder heeft de toegenomen parkeerdruk getracht te onderbouwen middels de opgestelde nota Parkeerstrategie 2021-2030<footnote-ref linkend="_e0025e2d-7016-4c89-af47-6d176c8778c8" /> (hierna: de nota) en daarin ook de beleidskaders uitgewerkt voor de inzet van verschillende instrumenten om deze parkeerdruk te verlagen. Een zo’n instrument betreft het verlagen van het aantal uitgegeven parkeervergunningen per huishouden. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldoende inzichtelijk gemaakt dat het noodzakelijk is om de parkeerdruk in de gemeente Den Haag te verlagen. Anders dan eiser heeft betoogd, kan daarmee worden aangenomen dat het beperken van het aantal parkeervergunningen per adres een legitiem doel dient.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Daarbij wordt in de Verordening nadrukkelijk de bevoegdheid gegeven voor het intrekken van een parkeervergunning vanwege het openbare belang. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder deze bevoegdheid op grond van het gewijzigde beleid niet op al uitgegeven bewonersparkeervergunningen zoals die van eiser zou mogen toepassen. Evenmin bestond de verplichting voor verweerder om, zoals eiser op de zitting heeft betoogd, voor deze gevallen overgangsrecht in het leven te roepen. De rechtbank wijst erop dat verweerder al een vorm van coulance heeft geboden door de betreffende bewonersparkeervergunningen in het jaar 2022 te laten doorlopen en niet in te trekken. </para>
      <para />
      <para>6. Ten aanzien van het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel, overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft de betreffende beleidswijziging in december 2021 bekendgemaakt. Bovendien heeft een bewonersparkeervergunning een tijdelijke geldigheid waarbij ieder jaar opnieuw aan de geldende voorwaarden wordt getoetst. Daarmee had het voor eiser voldoende kenbaar moeten zijn dat verweerder zijn 4e en opvolgende bewonersparkeervergunningen op enig moment zou kunnen intrekken. Dat verweerder de betreffende bewonersparkeervergunningen voor het jaar 2023 abusievelijk stilzwijgend heeft verlengd, maakt dan ook niet dat eiser hieraan het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat deze niet later op grond van het geldende beleid alsnog zouden worden ingetrokken. Bovendien heeft verweerder terecht gesteld dat een gemaakte fout niet hoeft te worden herhaald. </para>
      <para />
      <para>7. Dat verweerder zich schuldig zou hebben gemaakt aan discriminatie door de bewonersparkeervergunningen zonder enige vorm van compensatie op willekeurige wijze in te trekken, is de rechtbank verder niet gebleken. Hoewel eiser erop heeft gewezen dat bewoners van een straat verder wel hun bewonersparkeervergunningen hebben behouden terwijl hun parkeerplaatsen ook door dagjesmensen kunnen worden gebruikt, heeft hij deze stelling niet met nadere stukken kunnen onderbouwen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de 4e en opvolgende bewonersparkeervergunningen van eiser mocht intrekken. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gemeentewet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 225</title>
    <para />
    <para>1. In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para>b.  een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2:5 Intrekking of wijziging van de vergunning</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para>c.  wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</para>
    <para>(…)</para>
    <para>h.  om redenen van openbaar belang.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 4.2.1 Bewonersvergunning</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
      <para>4.  Het college verleent per adres ten hoogste drie vergunningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 6.1 Hardheidsclausule</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing daarvan gelet op het belang van deze regeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_af956ab8-1e21-45b4-87a9-6a8cb3c9b071" label="1">
    <para> Eiser wijst in dit verband op artikel 1 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) en de uitspraken van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) van 5 januari 2000 (Beyeler vs. Italië) en van 13 januari 2015 (Vékony vs. Hongarije).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99abbcdb-661d-45ea-9478-83b85d882c4a" label="2">
    <para> Artikelen 149, 216, 225 en 234.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d69a3631-bcc6-4c1c-8672-b7cc68a488f8" label="3">
    <para> Artikel 2a.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0025e2d-7016-4c89-af47-6d176c8778c8" label="4">
    <para> Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030, zie ook https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10165482/1?connection_type=16&amp;connection_id=668916. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>