<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T16:50:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4837</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T14:57:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23512 Rechtbank Den Haag , 01-10-2024 / 24/4837</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Subsidieaanvraag voor elektrische auto. Verweerder heeft onvoldoende duidelijk gemaakt hoe het voertuig van eiser moet worden gekwalificeerd. Verweerder zal een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen waarin dit alsnog kenbaar wordt gemaakt. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 24/4837 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: E. Hol).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren (hierna: de Regeling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft dit besluit op 20 maart 2024 genomen. Met het bestreden besluit van 18 april 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 26 februari 2024 voor haar voertuig met kenteken [kenteken] (hierna: het voertuig) een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat dit voertuig al eerder op naam van eiseres heeft gestaan en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden uit de Regeling.<footnote-ref linkend="_4dc34295-8d80-4cfb-ab00-98bb9640d532" /> Daarbij heeft eiseres subsidie aangevraagd voor een gebruikte elektrische personenauto, terwijl uit de gegevens van het kentekenregister blijkt dat haar voertuig kwalificeert als een nieuwe elektrische personenauto.<footnote-ref linkend="_fd61e620-86d0-4946-9c3e-d1a296d7ec45" /> Op grond van de Regeling gelden hiervoor echter aparte subsidieplafonds. </para>
    <bridgehead role="italic">Wat zijn de regels?</bridgehead>
    <para />
    <para>3. De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.</para>
    <parablock>
      <para>+</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiseres kan zich niet verenigen met de afwijzing van de subsidieaanvraag. Zij stelt dat haar werkgever het betreffende voertuig om administratieve redenen op 6 mei 2019 op haar naam heeft gezet. Haar werkgever heeft het voertuig echter tot 5 mei 2024 in juridisch eigendom gehad. Op die datum is het leasecontract beëindigd en is het juridisch eigendom van het voertuig middels een koopovereenkomst overgegaan op eiseres. Eiseres heeft deze constructie al vermeld in het aanvraagformulier. De stelling van verweerder dat eiseres zou hebben verklaard dat het voertuig niet op haar naam heeft gestaan, is dan ook onjuist. Verder is het betreffende voertuig in de plaats gekomen van haar eerdere niet-elektrische Volkswagen Golf. De subsidieaanvraag is dan ook in lijn met de doelstelling van de Regeling, namelijk het stimuleren van burgers om over te stappen naar een elektrische auto. Verder wijst eiseres erop dat werknemers waarvan het voertuig niet eerder op hun naam is gezet door hun werkgever wel in aanmerking komen voor toekenning van de subsidie. Verweerder heeft zich onvoldoende rekenschap gegeven van deze omstandigheid bij het nemen van het bestreden besluit en handelt daarmee in strijd met het gelijkheidsbeginsel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij haar aanvraag heeft aangegeven dat zij de subsidie aanvraagt voor een gebruikte personenauto. Verweerder heeft vervolgens in het primaire besluit terecht vastgesteld dat het voertuig van eiseres als een nieuwe personenauto moet worden gekwalificeerd. Volgens het kentekenregister zijn de datum eerste toelating, de datum tenaamstelling en de datum waarop de personenauto voor het eerst op het kenteken is geregistreerd, namelijk gelijk aan elkaar. De rechtbank overweegt dan ook dat het op de weg van verweerder had gelegen om eiseres erop te wijzen dat zij een verkeerde aanvraag had ingediend. In plaats daarvan heeft verweerder de aanvraag van eiseres in het primaire besluit afgewezen op grond van een voorwaarde die geldt ten aanzien van een subsidieaanvraag voor een gebruikte elektrische personenauto, namelijk dat de overeenkomst tot koop niet in hetzelfde jaar is gesloten waarin de subsidieaanvraag is ingediend. Vervolgens is verweerder ook in het bestreden besluit uitgegaan van een gebruikte elektrische personenauto, maar is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard omdat de auto waarvoor zij subsidie aanvraagt al eerder op haar naam heeft gestaan. In het verweerschrift is verweerder bij deze afwijzingsgrond gebleven, maar heeft daarnaast het standpunt ingenomen dat het voertuig van eiseres onomstotelijk moet worden gekwalificeerd als een nieuwe elektrische personenauto. Nu verweerder zijn standpunt op dit onderdeel steeds wijzigt en bovendien op het oog met elkaar conflicterende afwijzingsgronden tegelijkertijd aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag legt, is het voor de rechtbank niet inzichtelijk van welke personenauto in dit geval moet worden uitgegaan en in het verlengde daarvan op grond van welke bepalingen de subsidieaanvraag van eiseres is afgewezen. Op de zitting heeft verweerder hierover niet meer duidelijkheid kunnen scheppen. De rechtbank constateert op dit punt dan ook een zorgvuldigheidsgebrek.<footnote-ref linkend="_7cb7e80a-a475-4214-b42a-7d07fb26cabc" /></para>
    <para />
    <para>6. Verder heeft verweerder op de zitting gesteld dat als zou moeten worden uitgegaan van een nieuwe elektrische personenauto, de subsidieaanvraag in dat geval eveneens zou worden afgewezen. Het voertuig is namelijk al in 2019 op naam van eiseres gezet en in dat geval is het aannemelijk dat sprake is van een financial leaseconstructie met de leasemaatschappij. De door eiseres ingebrachte koopovereenkomst uit 2024 moet dan worden aangemerkt als een laatste betalingstermijn en daarmee als een sluitstuk worden gezien van de leaseconstructie. De eigenlijke eigendomsoverdracht van het voertuig heeft echter al plaatsgevonden in 2019 en dus wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat de overeenkomst tot koop in hetzelfde jaar moet zijn gesloten waarin de subsidieaanvraag is ingediend. De rechtbank kan deze uitleg van verweerder echter niet volgen, nu op basis van de beschikbare stukken niet kan worden vastgesteld welke leaseconstructie op het voertuig van toepassing is geweest. De door eiseres overlegde koopovereenkomst uit 2024 is daarvoor ontoereikend. In het verlengde daarvan kan dan ook niet met zekerheid worden gesteld dat de eigenlijke eigendomsoverdracht van het voertuig al in 2019 heeft plaatsgevonden. Ook op dit onderdeel heeft verweerder dus in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel door de leaseconstructie niet nader te onderzoeken, terwijl uit de stukken blijkt dat eiseres heeft aangeboden hier nadere informatie over te verstrekken.</para>
    <para />
    <para>7. Ten aanzien van het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel, overweegt de rechtbank dat verweerder terecht heeft gesteld dat werknemers waarvan het voertuig in het kader van een leaseconstructie niet eerder op hun naam is gezet door hun werkgever verschillen van de situatie van eiseres en daarmee strikt genomen geen sprake is van gelijke gevallen. Dit neemt echter niet weg dat de situatie van eiseres wel kan worden betrokken in de beoordeling of sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Verweerder heeft hierover op de zitting toegelicht dat de subsidiepot beperkt is en daarom alleen subsidie wordt toegekend aan personen die aan alle voorwaarden van de Regeling voldoen. Het is daarom niet evenredig om twijfelgevallen, zoals eiseres, subsidie toe te kennen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze toelichting echter onvoldoende om te concluderen dat het niet onevenredig is om een onderscheid te maken tussen beide groepen. Kijkend naar het doel van de Regeling, het stimuleren van de aanschaf en lease van volledig elektrische personenauto’s in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren, teneinde de emissie van CO2 te verminderen, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het al dan niet eerder op naam van de werknemer zetten van het voertuig in het kader van een leaseconstructie een relevant beoordelingscriterium is.<footnote-ref linkend="_3f5c1e1e-cb4f-4ece-8397-41340b29dd5e" /></para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank ziet gelet op de aard van de gebreken in de besluitvorming geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien. Verweerder zal een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen en daarin moeten verduidelijken van welke elektrische personenauto moet worden uitgegaan in het geval van de subsidieaanvraag van eiseres. Mocht verweerder zich in de nieuwe beslissing op bezwaar op het standpunt stellen dat moet worden uitgegaan van een nieuwe elektrische personenauto, ligt het op zijn weg om meer onderzoek te verrichten naar de aard van de leaseconstructie die op het voertuig van eiseres van toepassing is geweest. Verder zal verweerder in het kader van de evenredigheid beter moeten motiveren waarom eiseres, in tegenstelling tot werknemers waarvan het voertuig niet eerder op hun naam is gezet door hun werkgever, geen recht heeft op subsidie op grond van de Regeling. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal verweerder opdragen binnen een termijn van acht weken een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres te nemen met inachtneming van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>10. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht geen aanleiding, omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_19d69cf3-df9f-4df3-8b0e-9a8fd3a30de3" /></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit van 18 april 2024;</para>
    <para>- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1.1. Begripsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze regeling wordt verstaan onder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">gebruikte personenauto: </emphasis>elektrische personenauto, niet zijnde een nieuwe elektrische personenauto;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">nieuwe personenauto: </emphasis>personenauto waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum tenaamstelling en de datum waarop de personenauto voor het eerst op kenteken is geregistreerd, gelijk zijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1.2. Doel van de regeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van de aanschaf en lease van volledig elektrische personenauto’s in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren, teneinde de emissie van CO2 te verminderen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1.3. Subsidiabele activiteiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling, aan een natuurlijk persoon met woonadres in Nederland op aanvraag subsidie verstrekken voor de:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a.  aanschaf van een nieuwe elektrische personenauto;</para>
    <para>b.  aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto;</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1.4. Hoogte subsidie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In 2024 bedraagt de subsidie:</para>
    <para />
    <para>a.  € 2.550 voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto;</para>
    <para>b.  € 2.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1.5</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De subsidieplafonds voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 zijn:</para>
    <para />
    <para>a.  € 58.000.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenauto’s;</para>
    <para>b.  € 29.400.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>§ 1. Subsidie aanschaf nieuwe elektrische personenauto’s</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de subsidieverstrekking moet zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a.  de aanschaf van een nieuwe elektrische personenauto door de aanvrager vindt plaats op basis van een koopovereenkomst;</para>
    <para>b.  de koopovereenkomst is niet eerder gesloten dan op de datum van publicatie van deze regeling</para>
    <para>c.  de catalogusprijs van de elektrische personenauto is op de datum van ondertekening van de koopovereenkomst niet lager dan € 12.000 en niet hoger dan € 45.000;</para>
    <para>d.  de elektrische personenauto heeft een actieradius van minimaal 120 km;</para>
    <para>e.  de koopovereenkomst is gesloten in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag voor de subsidie is ingediend.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>§ 2. Subsidie aanschaf gebruikte elektrische personenauto’s</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2.2.1. Voorwaarden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De personenauto, bedoeld in het eerste lid, heeft niet eerder op naam gestaan van:</para>
    <para />
    <para>a.  de aanvrager;</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op [*].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4dc34295-8d80-4cfb-ab00-98bb9640d532" label="1">
    <para> Op grond van artikel 2.2.1, tweede lid en onder a, van de Regeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd61e620-86d0-4946-9c3e-d1a296d7ec45" label="2">
    <para> Uit artikel 1.1 van de Regeling volgt dat onder een nieuwe elektrische personenauto moet worden verstaan een personenauto waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste  toelating, de datum tenaamstelling en de datum waarop de personenauto voor het eerst op kenteken is geregistreerd, gelijk zijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cb7e80a-a475-4214-b42a-7d07fb26cabc" label="3">
    <para> In de zin van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f5c1e1e-cb4f-4ece-8397-41340b29dd5e" label="4">
    <para> Zie artikel 3:46 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19d69cf3-df9f-4df3-8b0e-9a8fd3a30de3" label="5">
    <para> Zie artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>