<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T10:02:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 24/3553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23432">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T10:02:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23432 Rechtbank Den Haag , 13-06-2024 / SGR 24/3553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23432:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23432:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 24/3553</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juni 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. F. Uzumcu),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van Delft, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.M. de Man).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Vidomes uit Delft, </title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.J. Remmelts).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de sluiting van zijn woning aan de [adres] in [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 1 mei 2024 heeft verweerder besloten over te gaan tot sluiting van de woning met ingang van 7 mei 2024 voor de duur van zes maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Vidomes heeft een zienswijze gegeven. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van verweerder en [naam 1] , en de gemachtigde van Vidomes en [naam 2] en [naam 3] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet voldoende inkomsten of vermogen heeft om het verschuldigde griffierecht te betalen. Verzoeker hoeft daarom het griffierecht niet te betalen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. In de woning van verzoeker heeft de politie bij een doorzoeking een vuurwapen, </para>
    <para>€ 2.350,- aan contant geld, verschillende bollen gevuld met in totaal 331 gram cocaïne en één stuk categorie 4 vuurwerk (Cobra 6) gevonden. Het vuurwapen is aangetroffen op de bank in de woonkamer, net als de bollen met cocaïne. Eén bol cocaïne zat in de broekzak van verzoeker. Het vuurwerk is aangetroffen op de tafel in de woonkamer. De politie heeft van haar bevindingen in de woning een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Daarin heeft de politie ook opgenomen dat uit politie-informatie blijkt dat eiser meerdere antecedenten heeft op het gebied van wapens en geweld en dat verzoeker tijdens de doorzoeking onder invloed was van cocaïne. De politie heeft ook vermeld dat zij in 2023 meerdere meldingen van drugsoverlast op de Juniusstraat heeft ontvangen. Verweerder heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage besloten om de woning met ingang van 7 mei 2024 te sluiten voor de duur van zes maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt verzoeker?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker stelt dat verweerder met een minder ingrijpende maatregel, zoals een waarschuwing, had kunnen volstaan. Vooral ook omdat verzoeker de huurovereenkomst met Vidomes al heeft opgezegd. Hij vindt het kwalijk dat de woning voor zes maanden wordt onttrokken aan het woningaanbod in een tijd waar sociale huurwoningen hard nodig zijn. </para>
        <para>Daarnaast stelt hij dat de signaalfunctie die uitgaat van een sluiting op zichzelf niet voldoende is om een sluiting noodzakelijk te achten. Ook is er geen sprake van loop naar de woning. De politie heeft geen drugsdeals of overlast geconstateerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verzoeker stelt verder dat de sluiting van de woning niet evenredig is. Verweerder heeft volgens verzoeker geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. De sluiting heeft grote gevolgen voor hem. Het is onredelijk dat de huurpenningen doorlopen gedurende zes maanden terwijl hij de huurovereenkomst met Vidomes al heeft opgezegd. Hij heeft niet de middelen om een dergelijk hoog bedrag te kunnen voldoen. Het is niet redelijk en billijk dat hij na zijn hechtenis direct wordt geconfronteerd met een dergelijke huurachterstand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt verweerder van het verzoek? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Verweerder heeft een schriftelijke reactie gegeven op het verzoek. Hij stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van spoedeisend belang en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. Voor zover de voorzieningenrechter van oordeel is dat wel sprake is van spoedeisend belang blijft verweerder bij zijn besluit. Hij vindt dat de sluiting van de woning voor de duur van zes maanden noodzakelijk en evenredig is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft verzoeker een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet eerst bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.<footnote-ref linkend="_840d5308-c097-47a7-b356-8cfe37e6ef5d" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker een voldoende spoedeisend belang heeft. Daarvoor vindt de voorzieningenrechter van belang dat de huurovereenkomst van verzoeker pas eindigt op 16 december 2024. Vidomes houdt deze einddatum aan op basis van de aanname dat de woning voor zes maanden gesloten zou worden. Als de woning voor een kortere periode of in het geheel niet wordt gesloten dan zal Vidomes de huurovereenkomst eerder laten eindigen. Dit betekent dat verzoeker in het geval hij vrijkomt uit detentie in beginsel aanspraak kan maken op toegang tot de woning om deze leeg te kunnen halen als deze niet is gesloten. Het feit dat de sluiting al is ingegaan en verzoeker de huurovereenkomst zelf heeft opgezegd, maakt dit niet anders. Nu verzoeker een spoedeisend belang heeft, zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk beoordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is verweerder bevoegd de woning te sluiten?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder in beginsel bevoegd is om met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet de woning voor een bepaalde duur te sluiten. Volgens het beleid van verweerder wordt bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs een sluiting voor de duur van zes maanden opgelegd indien sprake is van een ernstig geval.<footnote-ref linkend="_a247a078-0d97-4fe9-8e24-73906904b6cf" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of verweerder in dit geval ook van die bevoegdheid gebruik heeft mogen maken. In dat verband moet aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding worden beoordeeld in hoeverre sluiting van de woning noodzakelijk is om het woon- en leefklimaat bij de woning te beschermen en het herstel van de openbare orde mogelijk te maken en in hoeverre deze sluiting ook evenredig is gelet op alle omstandigheden van het geval.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is sluiting noodzakelijk?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder sluiting van de woning noodzakelijk mocht vinden. Vaststaat dat in de woning een ruime handelshoeveelheid cocaïne, een vuurwapen, een groot bedrag contant geld<footnote-ref linkend="_f8d93bc7-8dcd-408b-aa9c-104f20c6d66c" /> en zwaar vuurwerk zijn aangetroffen. Hoewel niet bekend is of er feitelijk gehandeld is in of vanuit de woning waardoor er doorgaans een mindere mate van of geen overlast zal zijn, is het gelet op de aangetroffen voorwerpen en het feit dat de cocaïne verpakt was in zogenaamde slikbollen wel aannemelijk dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. In het verlengde daarvan is het ook aannemelijk dat de woning bekend is in het drugscircuit. Die bekendheid blijkt ook uit de informatie die de politie over verzoeker heeft ontvangen en die de aanleiding vormde voor de huiszoeking. Verzoeker zou in het bezit zijn van bolletjes cocaïne die hij thuis bewaart en de bolletjes zouden slikbollen zijn die worden gebruikt in de internationale drugshandel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet gehouden was om met een minder ingrijpend middel te volstaan. Daarbij heeft verweerder ook mogen laten meewegen dat verzoeker tijdens de doorzoeking van de woning onder invloed van verdovende middelen was terwijl er een vuurwapen binnen handbereik was. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat de combinatie van het voorhanden hebben van een vuurwapen, een grote hoeveelheid harddrugs en het onder invloed zijn een groot risico is voor de openbare orde en de veiligheid van omwonenden. Ook heeft verweerder mogen laten meewegen dat de woning is gelegen in een kwetsbare wijk die is opgenomen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Is sluiting van de woning evenwichtig?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.7.</nr>
      <para>De sluiting van de woning moet niet alleen noodzakelijk zijn maar ook evenwichtig. Daarbij gaat het erom of de maatregel voldoende is afgestemd op de concrete situatie. In dit verband kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in dit geval het belang van de openbare orde en de belangen van omwonenden zwaarder mocht laten wegen dan de belangen van verzoeker. Verweerder heeft de duur van de sluiting op een evenwichtige manier afgestemd op de ernst van de verstoring van de openbare orde. Verzoeker wist van de aanwezigheid van de aangetroffen spullen en hiervan  kan verzoeker dan ook een verwijt worden gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.8.</nr>
      <para>De omstandigheid dat Vidomes hem houdt aan het betalen van de huur tijdens de periode dat de woning is gesloten, is – wat hier verder ook van zij – naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan verweerder van sluiting had moeten afzien. Dat Vidomes verzoeker heeft gevraagd de huurovereenkomst te beëindigen, is een gevolg van het zero tolerance-beleid ten aanzien van drugs in de woning en staat, zoals Vidomes ook tijdens de zitting heeft bevestigd, los van de woningsluiting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.9.</nr>
      <para>De verwijzing van verzoeker naar de belangen van Vidomes en de maatschappij kan hem niet baten, alleen al om de reden dat dit niet zijn eigen belangen zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.10.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verwacht dat het bestreden besluit in bezwaar in stand zal blijven, zodat er op dit moment geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning gesloten blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_840d5308-c097-47a7-b356-8cfe37e6ef5d" label="1">
    <para> Dat volgt uit artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a247a078-0d97-4fe9-8e24-73906904b6cf" label="2">
    <para> Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, Delft 2022</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8d93bc7-8dcd-408b-aa9c-104f20c6d66c" label="3">
    <para> € 2.350,-</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>