<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T09:17:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11158987 EJ VERZ 24-82538</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23430">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T08:54:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23430 Rechtbank Den Haag , 18-07-2024 / 11158987 EJ VERZ 24-82538</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23430:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In deze zaak verzoekt Dienst Justitiële Inrichtingen om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen door [verweerder] of een verstoorde arbeidsrelatie tussen partijen. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat [verweerder]  zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen door verboden goederen de PI in te brengen. Dienst Justitiële Inrichtingen is geen transitievergoeding of billijke vergoeding verschuldigd aan [verweerder] .</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23430:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Gouda</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>SM / c</para>
      <para>Zaaknummer: 11158987 EJ VERZ 24-82538</para>
      <para>Datum: 18 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon<emphasis role="bold"> De Staat der Nederlanden</emphasis>, <?linebreak?>Dienst Justitiële Inrichtingen, locatie PI [plaats] ,</para>
      <para>gevestigd te [plaats] , </para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de werkgever,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: D. de Winter, </para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Bergsma,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de werknemer, </para>
      <para>gemachtigde mr. S.A.S. Matheij heeft zich onttrokken, thans vertegenwoordigd in persoon.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De werkgever heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De werknemer heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 9 juli 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft de werknemer bij e-mail van 9 juli 2024 bericht niet aanwezig te zullen zijn bij de mondelinge behandeling.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De werknemer, geboren op [geboortedatum] 1982, is op 1 januari 2021 in dienst getreden bij de werkgever. De laatste functie die de werknemer vervulde, is die van Medior Penitentiair Inrichtingswerker, met een salaris van € 3.484,39 bruto per maand, exclusief IKB-budget en toeslagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 19 april 2024 bericht werkgever aan werknemer onder andere het volgende:<?linebreak?><emphasis role="italic">“(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold italic">U heeft ernstig verwijtbaar gehandeld</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">U heeft op 31 maart 2024 goederen de PI willen binnen brengen die u niet zonder toestemming naar binnen had mogen brengen. Het gaat om: </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- 5 injectienaalden die u in uw broekzak had. U kon/wilde niet verklaren waarom u deze bij zich had; </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- 2 pakjes shag die onder meer bedoeld waren voor de gedetineerden. U heeft verklaard dat u soms een plukje shag geeft aan verslaafde gedetineerde(n). </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik wijs u op de Gedragscode DJI waarin onder meer het volgende is opgenomen: </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">“Contrabande</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Justitiabelen kunnen u vragen om zaken voor ze te ‘regelen’, al dan niet in ruil voor iets. Dit kan om allerlei dingen gaan, waaronder contrabande. Iets wat er in de samenleving onschuldig uitziet kan in de besloten van een inrichting kostbaar zijn zoals een dvd of een telefoon. Contrabanden kan worden gebruikt om de positie ten opzichte van andere justitiabelen te veranderen of om medejustitiabelen of uw collega’s schade toe te brengen. Oorspronkelijk staat contrabande voor smokkelwaar. Bij DJI wordt gedoeld op geld, goederen en berichten, die zonder toestemming vooraf van de hoogst leidinggevende in of buiten de dienst of inrichting worden gebracht, al dan niet ten behoeve van een justitiabele.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met uw handelen heeft u het vertrouwen dat DJI in u moet kunnen stellen op onherstelbare wijze geschonden. Vandaar dat wij uw dienstverband willen beëindigen. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e dan wel op grond van sub g BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer door zonder toestemming vijf injectienaalden en twee pakjes shag binnen te willen brengen bij de PI [plaats] . Ook heeft werknemer voor werkgever relevante informatie verzwegen en procedures niet gevolgd, waardoor het vertrouwen van werkgever onherstelbaar is beschadigd. Van werkgever kan daarom niet gevergd worden om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De werknemer heeft afgezien van de mogelijkheid tot het voeren van verweer en refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Beoordeeld dient te worden of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. De kantonrechter stelt vast dat onderhavig verzoek geen verband houdt met enig opzegverbod.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Zo staat onder sub e van dit lid vermeld: <emphasis role="italic">“verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren."</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De werknemer heeft de door de werkgever gesteld – en feitelijk onderbouwde – incidenten niet weersproken. Nu de werknemer geen verweer heeft gevoerd en de werkgever het verzoek voldoende heeft onderbouwd, zal de kantonrechter de door de werkgever gestelde incidenten als vaststaand beschouwen. De kantonrechter is van oordeel dat de door de werkgever gestelde incidenten een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 BW in samenhang met artikel 7:669 lid 3 sub e BW opleveren. Het gedrag van de werknemer is aan te merken als ernstig verwijtbaar. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen dan ook ontbinden. De arbeidsovereenkomst zal met toepassing van artikel 7:671b lid 8 sub b BW worden ontbonden met ingang van 1 augustus 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer is op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de werkgever geen billijke vergoeding aan de werknemer is verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De werknemer zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de werknemer tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de werkgever tot en met vandaag vaststelt op € 673,00, te weten:</para>
        <para>griffierecht	€ 130,00,</para>
        <para>salaris gemachtigde	€ 543,00,</para>
        <para>een en ander onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 18 juli 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>