<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23424</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-29T13:37:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/8554</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23424">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23424</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-22T11:12:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23424 Rechtbank Den Haag , 27-02-2024 / 23/8554</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23424:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat het boetebesluit is genomen in het kader van de wettelijke taak van verweerder toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd.  Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van de besluiten.  De gevraagde voorziening wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23424:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/8554</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2024 in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, uit [vestigingsplaats] (Malta), verzoekster</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.M. Waszink en mr. R. van Neck),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Hollemans, mr. L.M. Greben en mr. drs. G.J. Wildemors).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij besluit van 12 december 2023 (openbaarmakingsbesluit) heeft verweerder besloten tot openbaarmaking van het besluit van dezelfde datum (boetebesluit), waarin verweerder een bestuurlijke boete van € 19.679.000,- aan verzoekster heeft opgelegd voor overtreding van de Wet op de Kansspelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het openbaarmakingsbesluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 februari 2024 op zitting behandeld, gezamenlijk met het verzoek met zaaknummer SGR 23/8550, inzake het boetebesluit. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Verzoekster en verweerder hebben zich op zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft aan verzoekster een boete van € 19.679.000,-  opgelegd omdat zij – kort gezegd – zonder vergunning gelegenheid heeft gegeven aan consumenten in Nederland om via haar website deel te nemen aan kansspelen.<footnote-ref linkend="_dcd142f1-ad1d-4045-a3ca-3fbb6818cc28" /> Verweerder wil het boetebesluit openbaar maken.<footnote-ref linkend="_fa422374-7a6c-40c6-83a6-c43c83ef0150" /> Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er sprake van een spoedeisend belang?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit geval sprake van een spoedeisend belang, omdat de openbaarmaking van het boetebesluit onomkeerbaar is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Belangenafweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	De vraag of het boetebesluit openbaar mag worden gemaakt hangt samen met de beoordeling of verweerder terecht een boete (van dergelijke hoogte) aan verzoekster heeft opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet voor die beoordeling. De voorzieningenrechter zal dan ook alleen beoordelen of het belang van verzoekster bij toewijzing van de gevraagde voorziening, opweegt tegen het algemeen belang van verweerder bij afwijzing daarvan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat openbaarmaking van het boetebesluit haar reputatie ernstig zal aantasten. De publicatie zal veel negatieve publiciteit tot gevolg hebben, waardoor verzoekster in een kwaad daglicht wordt gesteld. Het publiceren van de ongefundeerde beschuldigingen tast het vertrouwen van klanten, partners, investeerders en betalingsproviders in verzoekster aan. Dit kan tot gevolg hebben dat deze partijen minder snel in zee zullen gaan met verzoekster. Dit is zeker in dit geval onredelijk omdat sterk wordt gefocust op de naam van verzoekster. Dit terwijl de betreffende websites niet onder die naam opereerden. Daarbij komt dat openbaarmaking in strijd is met (het nog niet in werking getreden) artikel 3.3, tweede lid, aanhef en onder k, van de Woo.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat het boetebesluit is genomen in het kader van de wettelijke taak van verweerder toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd.<footnote-ref linkend="_7859087b-5fa9-4dac-ac0b-2200f4696657" /> Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van de besluiten. Ook heeft verweerder kenbaar gemaakt dat bij de publicatie van besluiten altijd wordt vermeld, of er rechtsmiddelen tegen de besluiten zijn ingesteld, of nog kunnen worden ingesteld. Daardoor is het voor derden duidelijk in hoeverre de besluiten door de bestuursrechter zijn beoordeeld en onherroepelijk zijn. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is met de door verzoekster aangehaalde wetswijziging niet beoogd de bevoegdheid tot openbaarmaking en het toepasselijke openbaarmakingsbeleid van verweerder teniet te doen. Gelet op het voorgaande komt aan het algemeen belang dat is gediend met openbaarmaking van bestuurlijke sancties opgelegd door verweerder een groot gewicht toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in de zaak SGR 23/8550 bij uitspraak van heden geoordeeld dat het boetebesluit niet evident onrechtmatig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Alles overziend en nu verzoekster slechts in algemene termen heeft verwezen naar mogelijke reputatieschade als gevolg van de openbaarmaking, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van verweerder bij openbaarmaking van het boetebesluit in dit geval zwaarder wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking. Hierbij is ten slotte van belang dat als in bezwaar of beroep alsnog komt vast te staan dat er gebreken kleven aan het boetebesluit dan wel het bestreden besluit die maken dat deze besluiten onrechtmatig moeten worden geacht, hierdoor de plicht tot vergoeding van eventueel daardoor geleden schade kan ontstaan aan de zijde van verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie </title>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_dcd142f1-ad1d-4045-a3ca-3fbb6818cc28" label="1">
    <para> Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 35a van de Wet op de Kansspelen (Wok).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa422374-7a6c-40c6-83a6-c43c83ef0150" label="2">
    <para> Artikel 3.1 van de Wet open overheid (Woo).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7859087b-5fa9-4dac-ac0b-2200f4696657" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:484 (rechtsoverweging 10).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>