<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-15T15:43:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.41370 en NL24.41371</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-15T15:43:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23404 Rechtbank Den Haag , 06-12-2024 / NL24.41370 en NL24.41371</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Frankrijk, beroep ongegrond. De minister gaat terecht uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Amnesty International rapport schets geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Frankrijk dan die de Afdeling al heeft betrokken bij haar uitspraken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>uitspraak</para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="a3f53429-7563-48f7-920a-0cfaa90aadb3" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2b28494e-10cc-4798-b5cc-3458fa708d2d" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht</para>
      <para>Zaaknummers: NL24.41370 (beroep)</para>
      <para>NL24.41371 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 1999, van Guinese nationaliteit,</para>
      <para>verzoeker en eiser, hierna te noemen als eiser (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Beyik).</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank en de voorzieningenrechter (hierna te noemen als de rechtbank) het beroep van eiser tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 22 oktober 2024 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 27 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, A. Diaby als tolk in de taal Pular en de gemachtigde van de minister. Eiser was niet aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft op 12 mei 2024 asiel aangevraagd in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eiser eerder een verzoek om internationale bescherming in Frankrijk heeft ingediend. Nederland heeft daarom op 19 juni 2024 de autoriteiten van Frankrijk verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, Dublinverordening. Hier zijn de autoriteiten van Frankrijk op 3 juli 2024 mee akkoord gegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank beoordeelt de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mocht de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser voert onder verwijzing naar het recente AIDA rapport1 aan dat er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen in de opvangvoorziening in Frankrijk en dat niet meer van het vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Zo blijkt bijvoorbeeld dat een groot deel van de asielzoekers in Frankrijk geen opvang had. Eiser wijst ook op een rapport van Amnesty International, waarin staat dat er in januari 2024 een nieuwe wet is aangenomen die de situatie van asielzoekers ernstig heeft verslechterd.2</para>
    <para>Verder voert eiser aan dat hij in Frankrijk onder onmenselijke omstandigheden heeft verbleven. Hij heeft daar geen opvang en voedsel gekregen en leefde op straat. Eiser heeft verder verklaard dat hij diverse malen is mishandeld in Frankrijk. Bij een van die incidenten is hij zodanig ernstig gewond geraakt, dat hij gedurende zes dagen in coma in een ziekenhuis heeft gelegen. Als gevolg van deze mishandelingen heeft hij onder meer een grote hoofdwond opgelopen. Eiser is hierdoor getraumatiseerd geraakt.</para>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. De minister mag in zijn algemeenheid uitgaan van het vermoeden dat lidstaten ten aanzien van asielzoekers hun internationale verplichtingen zullen nakomen. Dit is het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Frankrijk, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Franse autoriteiten, een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandeling. Daarvan zal pas sprake zijn indien die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.3</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het betoog van eiser slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat zij voor Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat is door de Afdeling4 bevestigd in recente uitspraken.5 Uit deze uitspraken volgt weliswaar dat er problemen zijn met de Franse opvangvoorzieningen, maar dat deze problemen niet zodanig zijn dat sprake is van structurele tekortkomingen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Bij dit oordeel heeft de Afdeling het AIDA-rapport van 2024</para>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb331974-1751-4cae-8f14-9a172a26f3ad" depth="2" width="193" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para>1. Asylum Information Database, Update 2023 France.</para>
      <para>2 Amnesty International, France 2023.</para>
      <para>3 Zie het [naam] -arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, r.o. 91-93.</para>
      <para>4 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
      <para>5 Zie de uitspraken van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863, van 18 juni 2024,</para>
      <para>ECLI:NL:RVS:2024:2472, van 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2625 en van 30 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3552.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>over 2023 betrokken. De situatie in Frankrijk die in het Amnesty International rapport naar voren komt, schetst geen wezenlijk ander beeld dan het beeld uit de informatie die al in de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling is betrokken. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om van die rechtspraak af te wijken. Met betrekking tot de mishandelingen, de ziekenhuisopname en het gestelde trauma, heeft verweerder eiser terecht tegengeworpen dat hij deze omstandigheden niet heeft onderbouwd met stukken. Ook heeft verweerder terecht betrokken dat eiser heeft verklaard dat hij geen aangifte heeft gedaan van de gestelde mishandelingen. Gesteld noch gebleken is dat eiser daartoe niet in staat was of dat het doen van aangifte bij voorbaat zinloos was.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is de overdracht in strijd met de internationale verplichtingen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. Eiser voert aan dat de minister zijn asielaanvraag aan zich moet trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser wijst ook in dit kader naar de ernstige structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen, de moeilijke omstandigheden waarin hij in Frankrijk verkeerde, de ernstige mishandelingen waaraan hij is blootgesteld en de opgelopen schade als gevolg hiervan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De minister heeft in het bestreden besluit vooropgesteld dat al deze omstandigheden al betrokken zijn bij de beoordeling van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Deze omstandigheden zijn volgens verweerder niet aan te merken als bijzondere en individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Frankrijk van een zodanige onevenredige hardheid getuigt. Dat zou volgens verweerder anders geweest zijn als eiser aannemelijk had gemaakt dat hij door de slechte behandeling in Frankrijk psychische klachten heeft opgelopen en dat die klachten zullen verergeren bij overdracht. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat dit bij hem het geval is. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister eiser mag overdragen aan Frankrijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para>8. Nu in het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>- De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>- De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para>06 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="924f5ce9-3213-4c79-bd3b-5db9d07ecf08" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: DSR43287350</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>