<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:23073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-11T15:08:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11189945 \ RL EXPL  24-12191</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23073">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-11T15:08:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23073 Rechtbank Den Haag , 29-10-2024 / 11189945 \ RL EXPL  24-12191</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23073:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gedaagde partij niet verschenen. Huurzaak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:23073:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK DEN HAAG </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats ʹs-Gravenhage </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>rp/a</para>
    <para>Zaaknummer: 11189945 \ RL EXPL  24-12191</para>
    <para>Extern kenmerk:20240849</para>
    <para>Datum: 29 oktober 2024</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</title>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. [eiseres 1] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats 1] (Verenigd Koninkrijk),</para>
    <bridgehead role="bold">2. [eiseres 2] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.T.R.J. Bracke,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Adero C.V., handelend onder de naam Adero Vastgoedbeleggingen,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 19 juni 2024 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de rolzitting van 9 juli 2024 is aan gedaagde partij op haar verzoek een termijn verleend tot de rolzitting van 6 augustus 2024 voor het (mondeling of schriftelijk) nemen van een conclusie van antwoord. Dit is op de zitting aan gedaagde partij meegedeeld, dan wel haar nadien bij brief van de griffier meegedeeld. Gedaagde partij is op de daarvoor aangewezen zitting echter niet verschenen en heeft evenmin op andere wijze gereageerd. Daarna is haar nogmaals een termijn verleend tot de rolzitting van 3 september 2024 en vervolgens tot de rolzitting van 1 oktober 2024 voor het nemen van de conclusie van antwoord. Gedaagde partij is op de laatstgenoemde zittingen echter niet verschenen en heeft evenmin op andere wijze gereageerd. Op grond daarvan is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de omschrijving van de vordering van eisende partij en de daartoe aangevoerde gronden wordt verwezen naar de dagvaarding. Nu gedaagde partij, hoewel zij daartoe naar behoren in de gelegenheid gesteld is, tegen de vordering van eisende partij geen verweer heeft gevoerd, moet worden uitgegaan van de juistheid van de feiten die eisende partij aan de vordering ten grondslag heeft gelegd. Deze feiten vormen naar het oordeel van de kantonrechter een toereikende grondslag voor de vordering, zodat deze kan worden toegewezen, met dien verstande dat de rente zal worden toegewezen als hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij dient gedaagde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen € 4.950,00 ter zake van terugbetaling van de borg;</para>
    <para />
    <para>2. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen € 75,00 ter zake van terugbetaling van onverschuldigde huur;</para>
    <para />
    <para>3. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen € 628,75, ter zake van de buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para>4. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure, tot hiertoe aan de zijde van eisende partij vastgesteld op € 726,30, waaronder € 339,00 aan salaris voor de gemachtigde van eisende partij;</para>
    <para />
    <para>5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>6. wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.C. Sluymer en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024 in bijzijn van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier,						de kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>