<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T08:03:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.34377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:2298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-26T08:02:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:2298 Rechtbank Den Haag , 20-02-2024 / NL23.34377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:2298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:29 Awb. Geheimhouding. Beperkte kennisneming toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:2298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL23.34377  </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam eiser] , eiser</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nr.]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R. Bom),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 31 oktober 2023 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van 5 oktober 2023 waarbij de asielaanvraag van eiser is afgewezen (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de stukken waarop het bestreden besluit is gebaseerd ge-upload in het digitale systeem van de rechtspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verweerder hierna bij digitaal bericht van 30 januari 2024 verzocht om ook het rapport van nader gehoor van de inmiddels ex-echtgenote van eiser aan het digitale dossier toe te voegen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft het gevraagde stuk samen met de correcties en aanvullingen hierop op 1 februari 2024 per beveiligde e-mail aan de rechtbank toegezonden. Verweerder heeft daarbij gevraagd om alleen de rechtbank kennis te laten nemen van deze stukken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft het verzoek van verweerder voor beoordeling verwezen naar een andere kamer (de geheimhoudingskamer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>1. De bestuursrechter kan partijen in een beroepsprocedure vragen om schriftelijke inlichtingen te geven of om stukken over te leggen die zij in hun bezit hebben.<footnote-ref linkend="_d35a0760-f36b-4089-9bd3-b3668c737cc5" /> Bestuursorganen zoals verweerder zijn verplicht om aan een dergelijk verzoek te voldoen<footnote-ref linkend="_f2ef1a43-bead-4a4f-ae7d-04c43962ae5a" />, maar zij kunnen in sommige gevallen aan de rechtbank vragen om te bepalen dat alleen de rechtbank bepaalde inlichtingen of stukken te zien krijgt (beperking van de kennisneming). Daarvoor moet dan wel een voldoende belangrijke reden bestaan.<footnote-ref linkend="_d4907b6e-f171-450a-9522-8e17e56a0ec1" /> De geheimhoudingskamer van de rechtbank beoordeelt of dat het geval is. Daarbij geldt als uitgangspunt dat partijen in een procedure bij de bestuursrechter in gelijke mate toegang moeten hebben tot de feitelijke informatie die van belang is voor de beoordeling van het beroep en dat beperking daarvan slechts bij uitzondering is toegestaan.<footnote-ref linkend="_aac05a5d-a468-4675-a823-c35759d89d88" /></para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft in haar brief van 1 februari 2024 vastgesteld dat het bestreden besluit mede is gebaseerd op het rapport van het nader gehoor van de ex-echtgenote van eiser en heeft dit stuk om die reden opgevraagd. Verweerder heeft het verzoek van de rechtbank terecht zo opgevat dat het ook ziet op de door verweerder ontvangen correcties en aan vullingen op het rapport van het nader gehoor. Beide stukken worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘het rapport’.</para>
    <para />
    <para>3. Als toelichting op het verzoek om beperking van de kennisneming heeft verweerder in zijn brief aan de rechtbank van 1 februari 2024 gewezen op de AVG<footnote-ref linkend="_340b3644-349b-4e8c-a82c-dc1e8cd2c6f0" /> en het vertrouwelijke karakter van het nader gehoor van de ex-partner van eiser. Eiser stelt zich in de gronden van beroep op het standpunt dat hij moet kunnen beschikken over het gehele relaas van zijn ex-echtgenote om zich te kunnen verweren tegen wat hem wordt tegengeworpen in het bestreden besluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt dat de asielaanvraag van eiser is afgewezen mede omdat de verklaringen van eiser over zijn problemen in zijn land van herkomst Eritrea niet geloofwaardig zijn gevonden. Verweerder heeft onder meer overwogen dat eiser en zijn ex-echtgenote verschillend hebben verklaard over het vertrek van eiser uit Eritrea. Dit is voor eiser aanleiding geweest om verweerder te vragen om inzage in het rapport. Verweerder heeft in reactie hierop aan eisers gemachtigde bericht dat hij niet kan voorzien in het volledige gehoor van de ex-echtgenote. Wel heeft verweerder de passages meegedeeld waarnaar in het voornemen wordt verwezen. In het bestreden besluit heeft verweerder nogmaals benadrukt dat gegevens of dossierstukken van derden niet worden gedeeld.</para>
    <para />
    <para>5. De AVG verbiedt het verwerken van persoonsgegevens zonder gerechtvaardigd doel. Het rapport bevat informatie over de ex-echtgenote en over eiser. Dit zijn persoonsgegevens in de zin van de AVG. Ook de in het rapport weergegeven verklaringen van de ex-echtgenote over eisers vertrek uit Eritrea vallen hieronder. Verweerder moet deze persoonsgegevens kunnen gebruiken voor zijn beoordeling van de asielaanvraag van eiser.<footnote-ref linkend="_ec1bfc52-a2aa-48db-ac02-63d0af696426" /> Onderdeel daarvan is immers de toetsing van door de vreemdeling aangedragen elementen aan externe geloofwaardigheidsindicatoren zoals verklaringen van derden, waaronder familieleden.<footnote-ref linkend="_dcbb4209-edea-4a39-aec0-7b0c3aae249c" /></para>
    <para />
    <para>6. Op grond van de AVG is ook de rechtmatige verdere verwerking van persoonsgegevens beperkt tot welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden.<footnote-ref linkend="_2b3b07c6-d444-4921-8e8d-dd72863c864d" /> In dat verband kan worden vastgesteld dat het toezenden van het rapport aan de rechtbank op zich geldt als een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, aangezien verweerder hiertoe wettelijk verplicht is.<footnote-ref linkend="_b3e6b221-08b0-489a-8761-83d7a2d3be0f" /> In dit geval is er op grond van de AVG echter geen basis voor de verstrekking van het volledige rapport aan eiser. Het rapport ziet immers voor het grootste deel alleen op de ex-echtgenote van eiser en is in zoverre ook niet gebruikt bij de beoordeling van eisers asielaanvraag. Het verstrekken van die informatie aan eiser zou dan ook geen gerechtvaardigd doel dienen. </para>
    <para />
    <para>7. Dit is anders voor zover het gaat om de passages uit het rapport waarin de verklaringen van de ex-echtgenote zijn opgenomen over het vertrek van eiser uit Eritrea. Eiser heeft er belang bij om deze verklaringen te kennen om zich te kunnen verweren tegen verweerders conclusie dat het gestelde asielmotief niet geloofwaardig is. Eiser wordt daarin beperkt doordat hij niet weet in welke context de door verweerder genoemde verklaringen van de ex-echtgenote zijn afgelegd. Die context kan van belang zijn voor de juiste uitleg van de verklaringen. Omdat bij het beoordelen hiervan echter geen scherp onderscheid mogelijk is met de delen van het rapport die niet aan eiser kunnen worden verstrekt, is het naar het oordeel van de rechtbank aangewezen dat alleen de rechtbank van het rapport kennisneemt.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is dan ook van oordeel dat beperking van de kennisneming zoals door verweerder is gevraagd, gerechtvaardigd is.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat beperking van de kennisneming van het rapport van het nader gehoor van de ex-echtgenote van eiser inclusief de aanvullingen en correcties daarop gerechtvaardigd is; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de zaak terug naar de enkelvoudige kamer van de rechtbank die met de verdere behandeling van de zaak is belast.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d35a0760-f36b-4089-9bd3-b3668c737cc5" label="1">
    <para> Artikel 8:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2ef1a43-bead-4a4f-ae7d-04c43962ae5a" label="2">
    <para> Artikel 8:45, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4907b6e-f171-450a-9522-8e17e56a0ec1" label="3">
    <para> Artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aac05a5d-a468-4675-a823-c35759d89d88" label="4">
    <para> Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_340b3644-349b-4e8c-a82c-dc1e8cd2c6f0" label="5">
    <para> Algemene Verordening Gegevensbescherming, Verordening (EU) 2016/679. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec1bfc52-a2aa-48db-ac02-63d0af696426" label="6">
    <para> Zie artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dcbb4209-edea-4a39-aec0-7b0c3aae249c" label="7">
    <para> Werkinstructie 2014/10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b3b07c6-d444-4921-8e8d-dd72863c864d" label="8">
    <para> Artikel 5, eerste lid, onder b, van de AVG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3e6b221-08b0-489a-8761-83d7a2d3be0f" label="9">
    <para> Zie artikel 8:45, eerste en tweede lid, van de Awb en artikel 6, eerste lid, onder c, van de AVG.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>