<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:22954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T10:18:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.4814 en NL24.4815</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2025:3655" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:3655, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-05T08:50:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:22954 Rechtbank Den Haag , 28-11-2024 / NL24.4814 en NL24.4815</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:22954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oplegging terugkeerbesluit en inreisverbod - opschorting wegens indienen asielaanvraag - doet niet af aan rechtmatigheid - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:22954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.4814 en NL24.4815</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, <emphasis role="bold">voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 1 februari 2024 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_c8f294e7-bdb6-4b0d-8c88-8daa3e074a84" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser is geboren op [geboortedag] 1966 en heeft de Oezbeekse nationaliteit. Eiser is op 1 februari 2024 door de vreemdelingenpolitie opgehouden om onderzoek te doen naar zijn identiteit. De ophouding is diezelfde dag geëindigd. Voorafgaand aan het beëindigen van de ophouding is aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd alsook een inreisverbod voor de duur van twee jaar, omdat eiser niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom er geen lichtere maatregel is opgelegd, zoals bijvoorbeeld gecontroleerd vertrek. Ook heeft verweerder niet gemotiveerd waarom het terugkeerbesluit en het inreisverbod zijn opgelegd. Verder is eiser voornemens een asielaanvraag in te dienen en ook daarom kunnen het opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod geen stand houden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Terugkeerbesluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Niet is gebleken dat eiser op het moment van opleggen van het terugkeerbesluit rechtmatig in Nederland verbleef. Zo is het visum van eiser verlopen en heeft hij van zijn onrechtmatig verblijf geen mededeling gedaan aan de Korpschef. Daarnaast beschikt hij niet over voldoende middelen van bestaan. Gelet op de gegeven vertrektermijn van vier weken heeft eiser de mogelijkheid gekregen om binnen deze termijn te vertrekken. Het opleggen van een lichtere maatregel of een gecontroleerd vertrek is dan ook niet aan de orde.  </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Tijdens het gehoor voorafgaand aan het opgelegde terugkeerbesluit is eiser geïnformeerd over het voornemen om hem een terugkeerbesluit op te leggen en de gevolgen daarvan. Eiser is daarbij in staat gesteld zijn zienswijze over het voorgenomen besluit te geven en zijn persoonlijke omstandigheden naar voren te brengen. Verweerder heeft in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding hoeven zien om van het opleggen van een terugkeerbesluit af te zien. Verweerder heeft er in het verweerschrift terecht op gewezen dat eiser de asielaanvraag pas na de oplegging van het terugkeerbesluit heeft ingediend, zodat verweerder daar geen rekening mee hoefde te houden.<footnote-ref linkend="_c9c6eb34-7686-4be1-a6f3-ebd6b1f972a4" /> Naar het oordeel van de rechtbank is het terugkeerbesluit op goede gronden genomen. De later door eiser ingediende asielaanvraag leidt weliswaar tot opschorting van het terugkeerbesluit, maar doet niet af aan de rechtmatigheid of geldigheid daarvan.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inreisverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder op goede gronden aan eiser een inreisverbod van twee jaar heeft opgelegd. Verweerder kan een inreisverbod uitvaardigen als een vreemdeling de vrije termijn met meer dan drie dagen heeft overschreden.<footnote-ref linkend="_a08b0b27-561f-422f-b2c8-f5786ef00f9d" /> Bij een overschrijding van de vrije termijn met meer dan negentig dagen bedraagt het inreisverbod ten hoogste twee jaren.<footnote-ref linkend="_6e2ce0d6-6d2e-4116-bdc3-be62600059fb" /> Nu eiser de vrije termijn heeft overschreden met meer dan negentig dagen, kon verweerder een inreisverbod van twee jaar opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Voor zover eiser stelt dat het inreisverbod niet in stand kan blijven, omdat hij een asielaanvraag heeft ingediend, verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 25 september 2013<footnote-ref linkend="_ebdad3d6-2a19-4c7b-9354-a3c0fa256e2a" />. Hieruit volgt dat het inreisverbod tijdelijk wordt opgeschort op het moment dat een vreemdeling een asielaanvraag indient en weer herleeft als de asielaanvraag wordt afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat voornoemd inreisverbod nog steeds van kracht is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt ook buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit<footnote-ref linkend="_ca642db6-5055-4d1c-820c-160c7520ffc9" />.</para>
    <para />
    <para>10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
      <para>Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep</para>
      <para>of verzet open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c8f294e7-bdb6-4b0d-8c88-8daa3e074a84" label="1">
    <para> Zie artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9c6eb34-7686-4be1-a6f3-ebd6b1f972a4" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1346.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a08b0b27-561f-422f-b2c8-f5786ef00f9d" label="3">
    <para> Artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf A4/2.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e2ce0d6-6d2e-4116-bdc3-be62600059fb" label="4">
    <para> Artikel 6.5a, eerste en tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebdad3d6-2a19-4c7b-9354-a3c0fa256e2a" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2013:1364.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca642db6-5055-4d1c-820c-160c7520ffc9" label="6">
    <para> Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>